De voorzitter opent de zitting op 24/02/2026 om 20:03.
De notulen van de gemeenteraad op 27 januari 2026 dienen goedgekeurd te worden.
De nieuwe gemeentewet;
Het decreet over het Lokaal Bestuur;
De gemeenteraad dient de notulen goed te keuren.
Enig artikel. De gemeenteraad keurt de notulen van 27 januari 2026 goed.
Met dit agendapunt leggen we de cultuurnota en de verklaring op eer betreffende de cofinanciering (zie bijlage) ter goedkeuring voor aan de gemeenteraad. Onder 'Argumentatie' volgt meer informatie.
Decreet lokaal bestuur
Bovenlokaalcultuurdecreet van 8 maart 2024 en de daaraan verbonden uitvoeringsbepalingen
Gemeenteraadsbeslissing dd. 23 december 2025 - Goedkeuring oprichting IGS Cultuur Oost-Brabant als projectvereniging COBRA + aanduiding vertegenwoordigers in de raad van bestuur
Gemeenteraadsbeslissing dd. 24 juni 2025 - Goedkeuring deelname kandidatuur Leuven and Beyond Europese Culturele Hoofdstad 2030 (LOV2030) en goedkeuring deelname voorbereidingen IGS Cultuur Oost-Brabant
Extra toelichting vanuit IGS COBRA
1. Algemeen kader
We verwijzen voor dit collegebesluit naar:
Een van de subsidie-instrumenten in het Bovenlokaalcultuurdecreet van 8 maart 2024 zijn werkingssubsidies voor intergemeentelijke samenwerkingsverbanden bovenlokale cultuurwerking voor de periode 2027-2032 .
Deze samenwerkingsverbanden hebben als doel om een geïntegreerde, inclusieve bovenlokale cultuurwerking in het werkingsgebied te ontwikkelen, in stand te houden en te verspreiden. Ze nemen een regierol op en ondersteunen culturele actoren en bieden hen doorgroeikansen.
De opdrachten die dit samenwerkingsverband dient te vervullen, zijn decretaal bepaald:
De indiening van het aanvraagdossier moet gebeuren op uiterlijk 1 april 2026. Het aanvraagdossier moet het volgende bevatten:
2. Cultuurnota: missie en samenvatting
Missie COBRA
COBRA verbindt 26 gemeenten in één levendig netwerk dat cultuur in Oost-Brabant zichtbaar, toegankelijk en betekenisvol maakt. We versterken het culturele weefsel in elke gemeente, geven zuurstof aan experiment en benutten de verscheidenheid van onze regio als kracht om samen maatschappelijke uitdagingen aan te gaan. Met cultuur als motor voor verbinding bouwen we, over gemeentegrenzen en beleidsdomeinen heen, aan een cultuurregio waar alle inwoners kunnen creëren, beleven en participeren.
Samenvatting cultuurnota
COBRA ꟷ Cultuurregio Oost-Brabant ꟷ is een intergemeentelijke samenwerking (IGS) van 26 gemeenten binnen de referentieregio Oost-Brabant, met als focus bovenlokale cultuurwerking. COBRA positioneert zich binnen het beleidsdomein cultuur, in een brede sociaal-culturele betekenis. De werking richt zich niet op andere vrijetijdsdomeinen, zoals sport en jeugd, en voor erfgoed wordt bewust gekozen voor het behoud van bestaande structuren. COBRA zoekt wel actief verbindingen met deze en andere aanverwante beleidsdomeinen zoals welzijn, zorg, onderwijs en toerisme. De kernpartners van COBRA zijn de gemeentelijke culturele actoren: cultuurdiensten, bibliotheken, cultuur- en gemeenschapscentra en de bevoegde schepenen voor cultuur en bibliotheek.
Een gedragen en onderbouwde keuze
De oprichting van COBRA is het resultaat van een meerjarig, participatief en onderbouwd traject. Tijdens het begeleidingstraject Vereenvoudiging bovenlokale samenwerking (Agentschap Binnenlands Bestuur, met IDEA Consult) werd de nood aan en meerwaarde van een structurele bovenlokale cultuurwerking in de regio duidelijk bevestigd.
Parallel hieraan ontstond met LOV2030 – Leuven & Beyond een uitzonderlijk regionaal momentum. De kandidatuur voor Europese Culturele Hoofdstad fungeert als katalysator voor samenwerking en versterkt de bovenlokale reflex. COBRA en LOV2030 versterken elkaar wederzijds: waar LOV2030 internationale ambities en programmalijnen ontwikkelt, vertaalt COBRA deze impulsen naar de diverse lokale contexten binnen de cultuurregio, met aandacht voor schaalverschillen en lokale realiteiten.
Waarom COBRA?
De regio kent een rijk en veelzijdig cultureel landschap, maar ook een sterk versnipperd bovenlokaal samenwerkingsveld. Tot op heden is er geen structurele bovenlokale cultuurwerking. Samenwerkingen zijn vaak projectmatig, informeel, beperkt in schaal of niet gebiedsdekkend.
De regio wordt bovendien gekenmerkt door een uitgesproken interne diversiteit: een centrumstad met internationale uitstraling, omringd door woon- en landelijke gemeenten met uiteenlopende ruimtelijke, sociodemografische, socio-economische en culturele profielen. Er zijn grote verschillen op vlak van culturele infrastructuur, cultureel aanbod, bereikbaarheid en participatiekansen. Tegelijk zijn er sterke regionale troeven: een rijk
makers- en verenigingslandschap, sterke informele netwerken, waardevolle natuur en erfgoed, sterke zorg- en kennisinstellingen.
De omgevingsanalyse toont aan dat veel uitdagingen — zoals onder meer schaalnadelen, beperkte experimenteerruimte, ongelijkheden in participatie, mobiliteitsarmoede en vergrijzing — de draagkracht van individuele gemeenten overstijgen. Net daarom is er nood aan een bovenlokale structuur die verbindt, ondersteunt, afstemt en versterkt, en die bestaande troeven beter laat renderen.
Wat wil COBRA doen?
COBRA wil een levendig, wendbaar en ondersteunend netwerk zijn dat cultuur in Oost-Brabant zichtbaar, toegankelijk en betekenisvol maakt. We versterken het culturele weefsel in elke gemeente, geven ruimte aan experiment en benutten de diversiteit van de regio als kracht om samen maatschappelijke uitdagingen aan te gaan. Vanuit gedeeld eigenaarschap ondersteunen we gemeentelijke culturele actoren en versterken we hun expertise. Zo bouwen we aan een cultuurregio waar alle inwoners, ook de meest kwetsbare, kunnen creëren, beleven en participeren.
COBRA hanteert een brede kijk op publieksgerichte cultuurwerking: van klassieke programmatie tot contextgebonden, participatieve en experimentele vormen van cultuur. Cultuur is niet gebonden aan muren: cultuurplekken kunnen vele vormen aannemen die aansluiten bij de lokale noden en troeven.
Als partner van LOV2030 verbindt COBRA lokale initiatieven met de internationale programmalijnen en vertaalt het grotere verhaal naar de diverse lokale contexten binnen de cultuurregio. Zo zorgt COBRA ervoor dat deze uitzonderlijke impuls niet tijdelijk blijft, maar uitgroeit tot een structurele versterking van de cultuurregio.
COBRA is een aanjager van vernieuwing en werkt toekomstgericht en domeinoverschrijdend. We zetten cultuur in als hefboom voor ontmoeting, participatie en mentaal welbevinden, en als verbindende kracht in een regio met grote diversiteit.
Als organisatie groeit COBRA uit tot een open, lerend en zelfkritisch netwerk, dat transparant werkt, nabij is voor haar partners en wendbaar inspeelt op nieuwe inzichten en noden.
De cultuurnota vertrekt vanuit een uitgebreide omgevingsanalyse en vertaalt de uitdagingen en troeven van de regio in 4 strategische doelstellingen:
Met deze cultuurnota vraagt COBRA erkenning en ondersteuning als bovenlokale cultuurwerking die vertrekt vanuit lokale realiteiten, maar bovenlokale meerwaarde creëert. De projectvereniging biedt een toekomstgerichte en duurzame structuur om de cultuurregio te versterken — in nauwe samenwerking met lokale besturen, culturele actoren en partners uit andere beleidsdomeinen.
3. Intentieverklaringen
Aan de cultuurnota worden in een latere fase nog intentieverklaringen toegevoegd van relevante partners op regioniveau waarmee IGS COBRA zal samenwerken om haar doelstellingen te realiseren. Dit met het oog op een versterking van het aanvraagdossier.
Zoals meegedeeld in de gemeenteraadsbeslissing van 24 juni 2025 wordt voor de deelname aan de IGS Cultuur Oost-Brabant (COBRA) een bijdrage gevraagd van 0,675 euro/inwoner.
Rekening 0739-00 6499000 Samenwerkingsovereenkomsten €10300 (vanaf 2027)
Enig artikel. De gemeenteraad neemt kennis van de cultuurnota van IGS COBRA voor de beleidsperiode 2027-2032 en keurt deze goed. De bij deze cultuurnota behorende verklaring op erewoord betreffende de cofinanciering maakt integraal deel uit van dit besluit.
De studieopdracht voor de vernieuwing van de HVAC van de sporthal te Lubbeek werd toevertrouwd aan Sweco Belgium nv.
Op 15 september 2025 gaf het college van burgemeester en schepenen opdracht aan de administratie om samen met Sweco een afgewerkt bestek uit te werken op basis van de ingediende optie 1: 10% warmtepomp – 90% gascondensatieketel (3 ketels) - 461.200,00 euro (excl.btw) of 558.052,00 euro (incl.btw).
Het studiebureau SWECO bv, Arenbergstraat 11, 1000 Brussel, diende een bestek in voor de renovatie van de HVAC van de sporthal te Lubbeek, voor een totale raming van 342.174,20 euro (excl. btw) of 414.030,78 euro (incl. 21% btw).
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017:
Het besluit van de gemeenteraad van 25 februari 2025 houdende vaststelling van de opdrachten voor werken, leveringen en diensten die kunnen beschouwd worden als opdrachten van dagelijks bestuur.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 42, § 1, 1° a) (de goed te keuren uitgave excl. btw bereikt de drempel van 143.000,00 euro niet).
Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen, meer bepaald artikel 90, 1°.
De beslissing van 31 maart 2025 van het college van burgemeester en schepenen:
De beslissing van 15 september 2025 van het college van burgemeester en schepenen :
Er wordt gevraagd om goedkeuring te verlenen aan het aanbestedingsdossier in bijlage voor de renovatie van de HVAC van de sporthal te Lubbeek.
Het studiebureau Sweco raamt de werken op 342.174,20 euro (excl. btw) of 414.030,78 euro (incl. 21% btw).
Er wordt voorgesteld bovengenoemde opdracht te gunnen bij wijze van de openbare procedure.
Het resterende krediet in het meerjarenplan 2020-2025 op het dienstjaar 2025 is:
| code |
2025/GBB/0742-01/2289000/Gemeente/CBS/IP-005 |
| Omschrijving |
Overige onroerende infrastructuur |
| Actie |
GBB-Verrichtingen zonder beleidsdoelstelling |
| Beleidsitem |
0742-01 Sporthal |
| Algemene rekening |
2289000 Overige onroerende infrastructuur |
| Investeringsproject |
IP-005 Investeringen in sportinfrastructuur - overige |
|
|
|
| Raming uitgavekrediet |
€100.000,00 euro |
| Beschikbaar krediet |
€84.784,25 euro |
| Voorziene raming/kostprijs/… |
|
|
|
|
| Geraamde inkomsten of subsidies in het budgetjaar |
|
|
|
|
| Aannemer/Leverancier/Instantie |
De uitgave is voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031 onder het budgetjaar 2026:
| code |
2026/GBB/0742-01/2210300/Gemeente/CBS/IP-GEEN |
| Omschrijving |
Gebouwen voor sport, cultuur, eredienst-gemeenschapsgoederen |
| Actie |
GBB-Verrichtingen zonder beleidsdoelstelling |
| Beleidsitem |
0742-01 Sporthal |
| Algemene rekening |
2210300 Gebouwen voor sport, cultuur, eredienst-gemeenschapsgoederen |
| Investeringsproject |
Geen |
|
|
|
| Raming uitgavekrediet |
€490.000,00 euro |
| Beschikbaar krediet |
€490.000,00 euro |
| Voorziene raming/kostprijs/… |
€414.030,78 euro |
|
|
|
| Geraamde inkomsten of subsidies in het budgetjaar |
|
|
|
|
| Aannemer/Leverancier/Instantie |
|
|
|
|
Artikel 1. Verleent goedkeuring aan het aanbestedingsdossier voor de overheidsopdracht Sporthal Lubbeek - Renovatie HVAC, opgesteld door de ontwerper Sweco Belgium, als volgt:
De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De totale raming van de opdracht bedraagt 342.174,20 euro (excl. btw) of 414.030,78 euro (incl. 21% btw).
Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de openbare procedure.
Art.2. De uitgave is voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031 onder de kredietcode 2026/GBB/0742-01/2210300/Gemeente/CBS/IP-GEEN. Het resterende krediet van 84.784,25 euro op de kredietcode 2025/GBB/0742-01/2289000/Gemeente/CBS/IP-005 van het meerjarenplan 2020-2025 wordt overgedragen op de code 2026/GBB/0742-01/2210300/Gemeente/CBS/IP-GEEN.
Naar aanleiding van de rioleringswerken door Aquafin werd in de Kleine Ganzendries werd er een rooilijnplan opgemaakt.
Landmeterskantoor Intertopo, Halensebaan 68B, 3290 Diest heeft deze rooilijn opgesteld op basis van het nieuwe wegenisplan van Sweco.
Intertopo heeft ook de opdracht de individuele grondinnameplannetjes en de nodige schattingsverslagen voor deze innames opgemaakt.
Met deze grondinnammeplannetjes en schattingsverslag zal er onderhandeld worden met de eigenaars.
Voorlopige vaststelling door de gemeenteraad
De gemeenteraad heeft in zitting van 25 november 2025 het rooilijnplan voor de Kleine Ganzendries voorlopig vastgesteld.
Advies
Artikel 20§4 van het decreet houdende de gemeentewegen stelt de deputatie en het departement het gemeentebestuur binnen de termijn van het openbaar onderzoek een advies over het ontwerp van rooilijnplan
-er werd vanwege de deputatie en het departement geen advies ontvangen, zodat overeenkomstig artikel 2064, tweede alinea, aan de adviesvereiste mag worden voorbijgegaan.
Openbaar onderzoek
Art. 20§2 van het decreet houdende de gemeentewegen legt een openbaar onderzoek van 30 dagen en bekendmaking op, nadat het ontwerp van grafisch plan tot afschaffing van een gemeenteweg voorlopig werd vastgesteld door de gemeenteraad.
Het college van burgemeester en schepenen heeft op 15 december 2025 beslist om het openbaar onderzoek i.v.m. het rooilijnplan Kleine Ganzendries te organiseren van 23 december 2025 tot en met 23 januari 2026
Bezwaarschriften en behandeling
Het PV van sluiting van 2 februari 2025 vermeldt 6 bezwaarschriften die als volgt worden behandeld:
Over de geformuleerde bezwaren heen, wil de gemeenteraad graag nogmaals duidelijk de doelstellingen van de rooilijnprocedure aan de Kleine Ganzendries overlopen.
Algemeen belang en veiligheid
De Kleine Ganzendries is momenteel een private weg, deels in eigendom van de gemeente. De weg is grotendeels onverhard en niet uitgerust volgens de geldende normen en verwachtingen van een gemeenteweg. Door deze vast te stellen als gemeenteweg met een rooilijnplanprocedure volgens het gemeentewegendecreet, kan de gemeente zorgen voor een uitgeruste gemeenteweg met riolering, verharding, voldoende breedte voor de toegang van de hulpdiensten, voldoende waterbuffering volgens de geldende wetgeving. Bovendien zorgt de waterbuffering via een gracht en de aanleg van riolering ervoor dat wateroverlast vermeden wordt en dat afvalwater niet in de natuur of op de weg terechtkomt.
Recreatieve en functionele ontsluiting, verbindingsfunctie
De Kleine Ganzendries maakt deel uit van de ontsluiting van Pellenberg, meer specifiek van de nieuwe schoolomgeving rond het Kasteel de Meurissens. Zij zal een trage verbinding vormen voor voetgangers en fietsers die naar de school wandelen en fietsen. Zo draagt ze ook bij tot de realisatie van het fijnmazig netwerk van trage wegen in de deelgemeente Pellenberg.
Uit de plannen en de context van dit deel van de Kleine Ganzendries blijkt dat het bestuur reeds van bij aanvang het oog had op de verbetering van de verkeersveiligheid, de toegankelijkheid voor de brandweer en de toegankelijkheid van het openbaar domein in het algemeen. Dat de waterhuishouding door de aanleg beter geregeld zal worden en het risico op wateroverlast verminderd zal worden, dient zowel het algemeen belang als het belang van de aangelanden.
Het ontwerp werd afgestemd op de vereisten inzake bereikbaarheid voor hulpdiensten. Uit het ingewonnen brandweeradvies blijkt dat de voorgestelde wegbreedte en inrichting voldoen aan de noodzakelijke voorwaarden voor interventies, waardoor de veiligheid van de bewoners wordt gewaarborgd.
De motivering zou als onvoldoende expliciet kunnen beschouwd worden. Naar aanleiding van de tijdens het openbaar onderzoek ingediende bezwaren maakt de gemeenteraad de belangenafweging uitdrukkelijk en expliciet. Naar aanleiding van de tijdens het openbaar onderzoek ingediende bezwaren heeft het bestuur deze doelstellingen nader toegelicht en expliciet afgewogen tegen de individuele belangen van de betrokken eigenaars.
Het bestuur acht het, in het kader van een zorgvuldige besluitvorming, aangewezen om de betrokken eigenaars individueel te informeren – ze zullen hiervoor uitgenodigd worden.
Administratieve bezwaren en procedurebezwaren
Bezwaar 1:
Bij nazicht van het voorlopig rooilijnplan stel ik vast dat in de ter inzage gelegde stukken geen vermelding is opgenomen van de meer- en minwaarden die voortvloeien uit de vaststelling van de rooilijn voor mijn eigendom, zoals bedoeld binnen de toepasselijke regelgeving inzake rooilijnplannen.
Gelet op het belang van een zorgvuldige en juridisch correcte procedure, wens ik dit element onder de aandacht te brengen, zodat hiermee rekening kan worden gehouden bij de verdere behandeling en de eventuele definitieve vaststelling van het rooilijnplan.
Dit bezwaar wordt ingediend zonder uitspraak te doen over de wenselijkheid van het project zelf en uitsluitend met het oog op de correcte en volledige naleving van de procedurevoorschriften.
Behandeling bezwaar 1:
Het klopt inderdaad dat de schattingstabel met de meer- en minwaarden niet op het voorlopig rooilijnplan staat. De schattingstabel werd naar aanleiding van dit bezwaar toegevoegd aan het rooilijnplan en kan in het kader van openbaarheid van bestuur geraadpleegd worden op het gemeentehuis. Vermits de gemeente de intentie heeft om de innames te verwerven, berekende de beëdigd schatter de bedragen voor deze inname. De nieuwe versie van het plan ligt nu ter definitieve vaststelling voor.
Bezwaar 5:
Wij wensen met dit schrijven bezwaar in te dienen wegens onvoldoende transparantie. Wij verklaren ons nader,
Bij inzage van het dossier (dossier?),.. het ging in deze alleen over een plantekening, wellicht van de hand van een landmeter) kregen we geen noemenswaardige uitleg. Als leek in deze materie hadden we voor een goed begrip en interpretatie gehoopt op een deskundige duiding bij deze grafische voorstelling. Bij navraag blijkt dat nogal wat aangelanden dezelfde ervaring hebben opgedaan. Een en ander geeft aanleiding tot onzekerheid en allerhande vaak tegenstrijdige speculaties bij de buurtbewoners. We vermoeden dat alleen al hierdoor meerdere bezwaren zullen worden geuit.
Eigenlijk had een korte vergadering met de direct betrokkenen (de aangelande eigenaars) onder een deskundige leiding hier op zijn plaats geweest.
Als klap op de vuurpijl deelde de beambte ons mede dat er ook individuele plannen per kavel beschikbaar waren waaruit de impact op de betrokken kavel kan worden afgeleid maar dat zij hiervan nu geen inzage kon geven. De briefing hierover zou later gebeuren, in elk geval na de bezwaartermijn (!!). Deze mededeling was doorslaggevend om dit bezwaar te formuleren.
Wij hopen dat dit bezwaar aanleiding zal geven tot een meer performante informatie over de geplande rooilijnafbakening.
Behandeling bezwaar 5:
De procedure om een rooilijnplan voor een weg vast te leggen, staat los van de procedure om bepaalde delen van een perceel te verwerven om toe te voegen aan het openbaar domein. Een rooilijnplan is een publiekrechtelijke bestemmingsbeslissing en wijzigt geen eigendom.
De vaststelling van een gemeentelijk rooilijnplan bepaalt de (huidige en toekomstige) grenzen van de gemeenteweg en geeft aan de betrokken stroken een openbare bestemming, maar brengt op zichzelf geen eigendomsoverdracht teweeg. Het rooilijnplan is dus geen verwervings- of onteigeningshandeling. Daarom wordt eerst de rooilijn van de gemeenteweg vastgelegd en wordt er daarna met de betrokken eigenaars onderhandeld over de in te nemen vastgestelde delen. De gemeente heeft de intentie om eigenaar te worden van het volledige tracé dat gevat is in de rooilijn.
Los daarvan begrijpt de gemeente dat de aangelanden graag meer informatie hadden ontvangen over de geplande werken en de redenen daartoe. Daarom zullen de bezwaarindieners individueel gecontacteerd worden om de situatie ten opzichte van hun eigendom te bespreken. De gemeente doet dit, hoewel zij hier niet toe verplicht is.
Het bestuur stelt vast dat de verstrekte toelichting tijdens het openbaar onderzoek door sommige burgers als onvoldoende werd ervaren. Het bestuur acht het, in het kader van een zorgvuldige besluitvorming, aangewezen om de betrokken eigenaar individueel beter te informeren
Bezwaar 2:
Wij wensen te benadrukken dat wij in het verleden reeds een gedeelte van ons perceel hebben moeten afstaan in het kader van infrastructuurwerken uitgevoerd door Aquafin. Deze eerdere grondafstand heeft reeds een aanzienlijke impact gehad op ons eigendom. Een bijkomende versmalling of inname van onze grond achten wij dan ook niet redelijk en niet proportioneel.
Behandeling bezwaar 2:
In de brief is niet opgenomen om welk percelen of welke percelen het gaat. Wij vermoeden dat het hier perceel 72D betreft.
De gemeente is gehouden aan een aantal verplichtingen in verband met het ontwerp en de uitrusting van een gemeenteweg. Zo moet er voldoende waterbuffering voorzien worden aan de gemeenteweg. Door de creatie van een open gracht over een substantieel deel van de Kleine Ganzendries, zal hieraan net voldaan kunnen worden. De gemeente moet rekening houden met het reliëf en de situatie ter plaatse. Omdat de andere kant van de straat hoger gelegen is, vormt dit technische problemen (erosie, impactvolle reliëfwijziging, waterhuishouding) om de rooilijn naar die kant op te schuiven.
Daarnaast vereist de brandweer een voldoende brede toegang tot de straat. Uit het advies van de brandweer: “Hieronder vinden jullie een overzicht van de afmetingen en specificaties waarmee rekening gehouden dient te worden betreffende de bereikbaarheid voor voertuigen van de brandweer.
De mogelijkheid om de straat te vervolgen dient voorzien te worden aangezien er geen omkeermogelijkheid is voor de brandweerwagens.”
Hierdoor heeft de gemeente geen andere mogelijkheid dan de rooilijn op het huidig voorgelegde tracé vast te stellen.
De bezwaarindieners zullen individueel gecontacteerd worden om de situatie ten opzichte van hun eigendom te bespreken. De gemeente doet dit, hoewel zij hier niet toe verplicht is.
Bezwaar 3:
Volgens het vernieuwde rooilijnplan zijn wij verplicht om 41 m2 van onze grond af te staan, parallel aan de muur ter hoogte van huisnummer 5. Dit komt doordat de rooilijn werd verplaatst, wat op een subtiele manier toelaat de bestaande muur aan de straatkant te behouden (deze informatie werd ons mondeling bevestigd).
Het gemeentebestuur heeft hiermee naar eigen zeggen gevolg gegeven aan de bezwaren van de vorige overburen, die destijds spontaan een dam hebben opgetrokken om wateroverlast tegen te gaan, - een probleem waar zij overigens als enigen van al onze overburen mee te maken kregen - maar ondanks deze constructie bleef het beoogde effect uit; bij hevige regenval moesten er alsnog zandzakjes worden ingezet om schade te voorkomen.
Hierbij rijst bovendien de vraag of deze dam wel degelijk in overeenstemming met de geldende wettelijke regels werd geplaatst.
Wat de huidige overbuur betreft is het voor ons niet duidelijk of hij op een meer doeltreffende manier dit individuele waterprobleem heeft aangepakt. Wel staat vast dat er vandaag, zelfs bij langdurige en zware regen, blijkbaar geen sprake meer is van het gebruik van zandzakjes. Dit betekent echter niet dat de oorspronkelijke oplossing passend was en moet behouden worden, enkel de situatie is inmiddels gewijzigd.
Hoe dan ook, het draait in wezen niet om nut of noodzaak; de stenen muur tegenover ons eigendom is voor alles esthetisch een toegevoegde waarde die bijdraagt tot.de uitstraling en het belang van het desbetreffende perceel.
Echter, met de heraanleg van de Kleine Ganzendries in het kader van de geplande rioleringswerken, waarbij waterproblemen structureel worden aangepakt, zullen er rijstroken worden aangelegd en zal het wegdek verhoogd worden. En vooral dit laatste zou een negatieve impact hebben op de bewuste muur (mondelinge mededeling). Men probeert nu, onder het mom van noodzakelijkheid, deze constructie te behouden, en dat gebeurt ten koste van ons eigen grondgebied.
Het gemeentebestuur betrekt ons hier bij een louter persoonlijke kwestie waarvoor we niet bereid zijn een deel van onze stabiele zuidkant op te offeren. Deze talud wordt immers van oudsher op natuurlijke wijze verstevigd door de wortelstructuren van bomen en struiken en draagt op die manier bij tot de weerbaarheid van de directe omgeving.
Nogmaals, we verzetten ons uitdrukkelijk tegen deze maatregel die enkel een persoonlijk belang dient.
We herinneren er ten slotte ook aan dat wij al sinds 1968 over riolering beschikken die aansluit bij het rioleringsstelsel van de Ganzendries. En sinds 2023 is onze afwatering gescheiden tot aan een toezichtput.
Behandeling bezwaar 3:
De locatie van de rooilijn houdt rekening met het algemeen belang, de veiligheid, toegang voor de hulpdiensten, waterhuishouding en dergelijke meer. De aanwezigheid van een muur die eigendom is van een buurman is geen doorslaggevend argument voor de huidige ligging. Wat wel meespelt is dat deze muur een positieve invloed heeft op de stabiliteit van de weg, de waterhuishouding en de andere bovengenoemde argumenten. Was deze muur er niet geweest, dan had de rooilijn meer richting het perceel van de bezwaarindiener moeten opschuiven, om de stabiliteit van de wegzate te kunnen garanderen.
Nazicht van het innameplan bevestigt dat de bezwaarindiener geen 41m2 moet afstaan, maar 8m2. De plaats waar momenteel zijn afsluiting staat, is eigendom van de gemeente Lubbeek. De bezwaarindiener wordt uitgenodigd voor een persoonlijk gesprek, waarin meer info zal gegeven worden over de doelstellingen en de impact op zijn eigendom.
De gemeente juicht het feit toe dat de bezwaarindiener aangesloten is op de openbare riolering en dit sinds enige tijd ook gescheiden gebeurt. In het algemeen belang moeten echter alle gebouwen aan de Kleine Ganzendries kunnen aansluiten op de openbare riolering en moet er voldoende waterbuffering voorzien worden om het hemelwater gescheiden te kunnen opvangen en bufferen. Daarvoor is de vaststelling van de rooilijn en de uitrusting van deze weg nodig.
De bezwaarindieners zullen individueel gecontacteerd worden om de situatie ten opzichte van hun eigendom te bespreken. De gemeente doet dit, hoewel zij hier niet toe verplicht is.
Bezwaar 6:
lk ben niet akkoord met de grondinname van mijn perceel (Kleine Ganzendries 3, sectie D nummer 55E) zoals die vermeld staat op het rooilijnplan dat ik kon inkijken tijdens het openbaar onderzoek van 23 december 2025 tot en met vrijdag 23 januari 2026. Hierbij weiger ik formeel de grondinname van lot 23 van 19m2.
lk heb daarbij onder meer volgende bezwaren en opmerkingen:
Volgens het voorlopig rooilijnplan zou de grondinname ca. 1m (afgerond) over heel de breedte van mijn perceel bedragen. ln werkelijkheid kan dit dus nog meer zijn. Aan de westzijde van mijn perceel begint er ter hoogte van de voorlopig vastgestelde rooilijn een talud naar beneden richting mijn woning waardoor ik vrees dat het water van de straat naar beneden over mijn perceel naar mijn woning zal vloeien en daar wateroverlast zal veroorzaken aangezien mijn woning lager ligt dan het niveau van de straat.
Op basis van het voorlopig rooilijnplan stel ik vast dat de haag van 12m breed en 2m hoog, die vooraan op mijn perceel staat, weg zou moeten en daar ben ik niet mee akkoord. Het gaat daarbij over een volgroeide haag: deze vervangen door nieuwe hoge aanplant zou grote kosten voor mij betekenen. Tevens zou het ook ettelijke jaren duren vooraleer de haag weer helemaal volgroeid zou zijn. Naast het esthetisch aspect zou het verwijderen van de haag bovendien zorgen voor inkijk in mijn woning en een inbreuk op mijn privacy. En dat zeker als de straat als een toegangsweg naar de nieuwe school gebruikt zal worden met dagelijks schoolkinderen die passeren, lk zou dan genoodzaakt zijn om een gordijn te hangen wat ook weer extra kosten met zich meebrengt en zicht op de voortuin en licht in de woning wegneemt. Bijkomend zorgt de huidige plaats van de haag ervoor dat de grond bovenaan het talud wordt vastgehouden door de wortels daarvan. Als de haag daar verdwijnt vrees ik erosie van de grond naar beneden van het talud richting mijn woning. Een nieuwe haag aanplanten op het talud zal niet mogelijk zijn omwille van gronderosie en wortels die bloot komen te liggen. Dat zou tot gevolg hebben dat een nieuwe haag onderaan het talud zou moeten komen wat maakt dat die extra hoog zou moeten worden om inkijk van de straat te vermijden met als bijkomende nadelen hoge kosten voor de aanplant, lange tijd tot volgroeien, moeilijkheden om te snoeien en een kortere voortuin.
Behandeling bezwaar 6:
Om redenen van algemeen belang, toegankelijkheid en veiligheid moet een gemeenteweg een bepaalde breedte en uitrusting hebben. Wij verwijzen hiervoor naar het advies van de brandweer en naar de wettelijke verplichting omtrent waterbuffering en riolering. Nadat de rooilijn definitief vastgesteld is, kan daar niet meer van afgeweken worden. Er zal dus niet meer grondinname zijn dan vastgesteld op het rooilijnplan. De zin ‘In werkelijkheid kan dit dus nog meer zijn,’ klopt niet.
Uit het nazicht van het rooilijnplan blijkt dat de haag, behoudens een klein tipje, niet in de rooilijn gevat wordt en dus niet moet verwijderd worden, behalve misschien een klein stukje.
De aanleg en de uitrusting van de weg moeten net zorgen voor een betere waterhuishouding, afvoer van afvalwater en voorkomen van erosie. Er zal immers een grote hoeveelheid regenwater extra gebufferd worden in grachten die aangelegd worden, gescheiden rioleringstelsel en ondergronds buffercapaciteit. De talud wordt niet geraakt, dus de vrees voor erosie lijkt eerder ongegrond.
De bezorgdheden omtrent wateroverlast werden uitvoerig onderzocht in de hydraulische studie die werd opgesteld in opdracht van Fluvius en de gemeente. Uit deze studie blijkt dat het ontwerp inzet op een maximaal gescheiden stelsel, met infiltratiegrachten in het westelijk deel van de Kleine Ganzendries en buffering in het oostelijk deel.
De simulaties tonen aan dat door deze hydraulische aanpassingen aan de weg:
De voorgestelde ingrepen leiden aldus tot een duidelijke verbetering ten opzichte van de bestaande toestand, waar het wegdek vaak water afvoert en stockeert in de ontstane openingen in het wegdek.
De bezwaarindieners zullen individueel gecontacteerd worden om de situatie ten opzichte van hun eigendom te bespreken. De gemeente doet dit, hoewel zij hier niet toe verplicht is.
Bezwaar 4:
Mijn bezwaar richt zich tegen de voorgestelde inname van een strook van ongeveer één meter over de volledige breedte van mijn perceel aan de straatzijde.
1. Disproportionele impact en gebrek aan individuele motivering
Mijn perceel heeft een totale oppervlakte van ongeveer 5 are en beschikt over een oprit met een diepte van circa 10 meter. De voorgestelde grondinname leidt, gelet op deze beperkte perceelgrootten tot een aanzienlijk en functioneel verlies van private buitenruimte, in het bijzonder van de oprit, met rechtstreekse gevolgen voor de bereikbaarheid, het gebruik en de leefkwaliteit van de woning.
Deze impact is aanzienlijk groter dan bij percelen met een ruimere oppervlakte, waar de grondinname hoofdzakelijk leidt tot een beperkte verkleining van de voorruin en geen functionele elementen aantast. Aan de overzijde van de Kleine Ganzendries bevindt zich een perceel dat aanzienlijk groter is dan het mijne, waar de rooilijn ongewijzigd blijft en geen grondinname wordt voorzien. Bij dat perceel zou een eventuele rooilijnaanpassing enkel gevolgen hebben voor de tuinzone, zonder impact op essentiële functionele elementen zoals een oprit of toegang tot de woning. Gezien de beperkte omvang van mijn perceel is de voorgestelde maatregel dan ook onevenredig zwaar in verhouding tot het nagestreefde doel van het rooilijnplan. Dit lijkt strijdig met het proportionaliteitsbeginsel.
Tot op heden heb ik geen individuele en concrete motivering ontvangen waaruit blijkt waarom voor mijn perceel geen minder ingrijpend alternatief mogelijk zou zijn.
2. Schending van het gelijkheidsbeginsel
Het ontwerp van rooilijnplan leidt tot een ongelijke behandeling van vergelijkbare situaties binnen dezelfde straat. Verderop in de straat wordt de rooilijn wél langs één zijde behouden en langs de andere zijde aangepast. Dit toont aan dat een gedifferentieerde en plaatselijke benadering mogelijk is binnen hetzelfde projectgebied.
Het ontbreken van een gelijkaardige benadering ter hoogte van mijn perceel is niet gemotiveerd en lijkt strijdig met het gelijkheidsbeginsel.
3. Onvoldoende zorgvuldige voorbereiding en gebrek aan overleg
De voorgestelde grondinname werd reeds eind 2023 door de gemeente geopperd. Sindsdien heb ik meermaals vragen en bezorgdheden geuit, onder meer per e-mail, waarop tot op heden geen inhoudelijk antwoord werd verstrekt.
Het huidige ontwerp van het rooilijnplan bouwt inhoudelijk voort op deze eerdere voorstellen, zonder aantoonbaar overleg en zonder dat mijn eerdere opmerkingen zichtbaar in overweging werden genomen. Dit wijst op een onvoldoende zorgvuldige voorbereiding van het dossier.
4. Ten overvloede: praktische gevolgen en compensatie
Ten overvloede wens ik erop te wijzen dat mijn oprit en voortuin in 2022 werden aangelegd met duurzame en kwalitatieve materialen, met aandacht voor correcte afwatering en met integratie van structurele en functionele elementen zoals een haag, wachtbuizen en een grasrobotinstallatie.
Een eventuele inname en heraanleg zou aanzienlijke praktische en kwalitatieve gevolgen hebben.
Daarnaast werd in 2023 een financiële compensatie voorgesteld van 5 euro per m2, wat resulteerde in een totaalbedrag van 85 euro, exclusief eventuele verhaalbelasting. Deze vergoeding staat in geen verhouding tot de reële waarde van de grond, die zes jaar geleden werd aangekocht aan 326 euro per m2, en vormt geen billijke vergoeding voor de inname en de daaruit voortvloeiende nadelen.
Deze elementen onderstrepen evenwel slechts bijkomend dat de voorgestelde maatregel onredelijk en disproportioneel is, en nemen het fundamentele bezwaar tegen de rooilijn zelf niet weg.
5. Verzoek
Gelet op het voorgaande verzoek ik het College uitdrukkelijk om:
het ontwerp van rooilijnplan niet goed te keuren in zijn huidige vorm;
minstens te voorzien in een individuele en gemotiveerde beoordeling per perceel, met bijzondere aandacht voor kleinere percelen; aantoonbaar minder ingrijpende alternatieven te onderzoeken, waaronder een plaatselijke afwijking van de rooilijn of een aangepast straatprofiel ter hoogte van mijn woning;
alsnog een gemotiveerd antwoord te bezorgen op mijn eerder gestelde vragen.
6. Besluit
Gelet op de disproportionele impact, het ontbreken van een individuele motivering, de ongelijke behandeling ten opzichte van andere percelen en het gebrek aan zorgvuldige voorbereiding, kan het ontwerp van rooilijnplan in zijn huidige vorm niet worden beschouwd als verenigbaar met de beginselen van behoorlijk bestuur en een goede ruimtelijke ordening.
Behandeling bezwaar 4:
Eerst en vooral een correctie op de gegevens: Het perceel van de bezwaarindiener is 8a 10ca groot, volgens de verkavelingsvergunning van 2003. Eveneens volgens deze vergunning, is de voortuin 10m diep tot aan het midden van de wegzate, niet tot aan de perceelsgrens. De inname ter hoogte van het perceel van de bezwaarindiener bedraagt 80cm, niet 1m. In totaal gaat het om 11m2 inname, omwille van het algemeen belang, toegankelijkheid voor de hulpdiensten, waterhuishouding en zo meer. De doelstellingen van de vaststelling van het rooilijnplan en de aanleg van de Kleine Ganzendries worden hoger in dit besluit uitvoerig toegelicht en gemotiveerd.
Hoewel het perceel van de bezwaarindiener misschien in grotere mate wordt geraakt dan sommige andere percelen maar ook in mindere mate dan sommige andere percelen, is dit verschil objectief te verklaren door de ligging van het perceel waar bijkomende ruimte noodzakelijk is om een veilige en continue inrichting van het openbaar domein te realiseren. Het advies van de brandweer over de minimale breedte van de weg om toegang voor de hulpdiensten mogelijk te maken, is duidelijk.
De betrokken percelen die gevat worden in het rooilijnplan, bevinden zich dan ook niet in een vergelijkbare feitelijke situatie. Het vermelde perceel ligt immers net achter een bocht en bovendien bestaat de overzijde van de straat uit een steile talud. Het bestuur verkiest omwille van technische en stabiliteitsoverwegingen zo weinig mogelijk van die talud af te graven. De vastgestelde inname is beperkt tot een klein deeltje van de voortuinstrook, tast het hoofdgebouw noch het normale gebruik van het perceel aan en is functioneel noodzakelijk om het nagestreefde algemeen belang te realiseren.
Het bestuur is dan ook van oordeel dat de vastlegging van de rooilijn geen onevenredige of buitensporige last oplegt aan de bezwaarindiener maar er net voor zorgt dat de realisatie van een voldoende uitgeruste en toegankelijke weg, met inachtname van de specifieke omstandigheden per locatie langs de rooilijn, een meerwaarde zal betekenen voor alle aangelanden en dus ook voor het eigendom van de bezwaarindiener.
Wat betreft de schending van het gelijkheidsbeginsel en de ongelijke behandeling van soortgelijke percelen (zonder te weten op welk perceel de bezwaarindiener doelt), verwijst het bestuur naar de motivering en de doelstellingen die naar aanleiding van de boven beschreven bezwaren reeds aangehaald werden. Een weg wordt ontworpen en gerealiseerd in het kader van het algemeen belang en met de specifieke situatie per locatie als randvoorwaarde.
Om deze doelstellingen nogmaals te kaderen en toe te lichten, zal het bestuur een uitnodiging tot individuele afspraak maken met de bezwaarindiener. Het bestuur doet dit hoewel zij hier niet toe verplicht is.
In verband met de vragen tot informatie, die de bezwaarindiener in het verleden richtte aan het lokaal bestuur, werd een melding teruggevonden: “Beste, Sinds geruime tijd loopt er afvalwater door onze straat. Dit komt van de huizen hogerop die niet zijn aangesloten op de riolering. Vaak loopt het water dan gewoon over de weg zowel naar het begin van de straat als naar de velden achteraan. Los van de impact op het milieu brengt dit ook heel wat geurhinder met zich mee. Gezien ons oprit nog niet deftig was aangelegd, is dit afvalwater de afgelopen maanden tijdens intense regenbuien ook richting ons huis gevloeid en daar de grond in getrokken. Dit zorgt sinds een paar weken voor aanzienlijke geuroverlast in ons huis. Naast het hinderlijke aspect, maak ik me ook zorgen over mijn gezondheid. Tenslotte hoop ik dat ik het geurprobleem opgelost krijg wanneer in augustus mijn oprit wordt aangelegd. Ik besef dat de aanleg van een riolering in onze straat sinds geruime tijd op de planning staat maar heel concreet is het nog nooit geworden. Ik zou dan ook graag van de gelegenheid gebruik maken om deze situatie terug onder de aandacht te brengen en het de nodige urgentie te bezorgen. Ik denk dat deze structurele ingreep absoluut nodig is als we willen kunnen spreken van een 'voldoende uitgeruste gemeenteweg' (zoals jullie het onlangs zelf omschreven hebben in jullie antwoord op mijn aanvraag voor vergunning oprit). Echter op korte termijn denk ik dat het nodig is om na te gaan hoe het komt dat dit afvalwater zomaar de straat en het veld in kan lopen zodat het in tussentijd niet erger wordt. Ik veronderstel dat de bewoners in kwestie ook bepaalde bouwvoorschriften moeten volgen die deze situatie dienen te voorkomen? Ik heb foto's genomen van de omschreven situatie. Deze kan ik op aanvraag aan jullie bezorgen. Ik hoop snel van jullie feedback over de nodige maatregelen te mogen ontvangen.”
Het lokaal bestuur informeert de bezwaarindiener dat de geplande aanleg van de Kleine Ganzendries, die start met de vaststelling van het rooilijnplan, net dient om dergelijke voorvallen, waarvan de bezwaarindiener terecht melding maakte, in de toekomst te voorkomen. Dat dergelijke projecten, van ontwerp tot realisatie, altijd langer duren dan eenieder wenselijk acht, betreurt het bestuur ten zeerste. Met de definitieve vaststelling van het rooilijnplan door de gemeenteraad, zal echter de eerste horde genomen worden om deze wansmakelijke toestanden in de toekomst te vermijden, in het kader van het algemeen belang en dat van de direct betrokkenen, zijnde de inwoners van de Kleine Ganzendries.
Eindmotivering
Na onderzoek van de ingediende bezwaren tegen het rooilijnplan “Kleine Ganzendries” wordt vastgesteld dat deze bezwaren geen aanleiding geven tot wijziging of intrekking van het vastgestelde rooilijnplan.
Het rooilijnplan kadert in de heraanleg van de Kleine Ganzendries, inclusief de aanleg van een gescheiden rioleringsstelsel in samenwerking met Fluvius. De huidige toestand van de weg en de aanwezige rioleringsproblematiek, met onder meer afvalwater dat over het wegdek stroomt, vormt een reëel risico voor de volksgezondheid, het leefmilieu en de verkeersveiligheid. De geplande werken zijn noodzakelijk en proportioneel om deze problematiek structureel te verhelpen.
Bij de bepaling van de rooilijn werd expliciet uitgegaan van het principe van minimale noodzakelijkheid. De rooilijn volgt in grote mate het bestaande tracé van de weg en wijkt slechts af waar dit technisch vereist is voor de aanleg van riolering, infiltratievoorzieningen, bermen en een veilige doorgang voor hulpdiensten.
Hoewel de Kleine Ganzendries juridisch (deels) als privaat perceel is gekend, wordt zij reeds sinds lange tijd feitelijk gebruikt als openbare weg en vervult zij een duidelijke ontsluitingsfunctie voor de aanpalende percelen. De vaststelling van een rooilijn is noodzakelijk om de aanleg en het toekomstig beheer van de wegenis en de riolering op een rechtszekere manier mogelijk te maken.
De voorgestelde rooilijn is beperkt tot wat strikt noodzakelijk is voor de aanleg van de wegenis, de riolering, de infiltratievoorzieningen en de verkeersveiligheid. Er wordt geen onnodige of buitensporige inname van private gronden nagestreefd. Waar mogelijk werd het ontwerp afgestemd op de bestaande toestand en het huidige gebruik.
De bezwaren met betrekking tot waterhuishouding en mogelijke wateroverlast worden weerlegd door de uitgevoerde hydraulische studie. Uit deze studie blijkt dat het ontwerp inzet op maximale infiltratie en buffering conform de geldende regelgeving en de Code van Goede Praktijk. Zowel bij ontwerpbuien als bij extreme neerslagsituaties wordt geen bijkomende wateroverlast op straat of op aanpalende percelen vastgesteld.
Gelet op het algemeen belang van de geplande werken, de noodzaak van een juridisch correcte rooilijn, de beperkte impact op private eigendommen en de afdoende technische onderbouwing, worden de ingediende bezwaren ongegrond verklaard en wordt het rooilijnplan definitief vastgesteld.
Definitieve vaststelling door de gemeenteraad
Art.20§5. De gemeenteraad stelt binnen de zestig dagen na het einde van het openbaar onderzoek het gemeentelijk grafisch plan definitief vast.
Bij de definitieve vaststelling van het rooilijnplan kunnen ten opzichte van het voorlopig vastgesteld gemeentelijk rooilijnplan alleen wijzigingen worden aangebracht die gebaseerd zijn op de bezwaren en opmerkingen die tijdens het openbaar onderzoek geformuleerd zijn of eruit voortvloeien.
Het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikel 56, dat de bevoegdheden van het College van burgemeester en schepenen vastlegt;
De wet op de buurtwegen van 10 april 1841, gewijzigd bij de wet van 20 mei 1863 en 9 augustus 1948. Deze wet is afgeschaft, maar de Atlassen der Buurtwegen werden als juridische basis behouden via artikel 85 van het decreet houdende de gemeentewegen;
Het decreet houdende de gemeentewegen van 3 mei 2019 van kracht sinds 1 september 2019. De procedure voor de wijziging van gemeentewegen wordt beschreven in afdeling 2”procedurele bepalingen over gemeentelijke rooilijnplannen – de artikels 16 tot 19. De procedure voor afschaffing van gemeentewegen wordt beschreven in afdeling 2, artikels 20 tot 23. Het toetsingskader of de algemene doelstellingen ter beoordeling van het voornemen om gemeentewegen te wijzigen is opgenomen in artikels 3 en 4 van het decreet gemeentewegen;
Het besluit van de gemeenteraad van 26 september 2018 i.v.m. het trage wegen actieplan;
Het besluit van de deputatie van 10 januari 2019 in verband met het trage wegen actieplan
Het collegebesluit van 26 december 2022 - kennisname aangepast rooilijnplan Kleine Ganzendries
Het collegebesluit van 4 augustus 2025 - aangepast wegenisplan Sweco
Het collegebesluit van 16 oktober 2023 - kennisname individueel grondinnameplannetjes en schattingsverslagen van het onverhard gedeelte
Het collegebesluit van 8 september 2025 - nieuw ontwerp rooilijn aangepast aan het wegenisplan van Sweco
De gemeenteraadsbeslissing van 25 november 2025 i.v.m. rooilijnplan Kleine Ganzendries - voorlopige vaststelling
De collegebeslissing van 15 december 2025 i.v.m. rooilijnplan Kleine Ganzendries - organisatie openbaar onderzoek
Het collegebesluit van 2 februari 2025 i.v.m. rooilijnplan Kleine Ganzendries - kennisname PV van sluiting
Het collegebesluit van 9 februari 2025 i.v.m. rooilijnplan Kleine Ganzendries - analyse bezwaren
Het ontwerp van rooilijnplan Kleine Ganzendries werd getoetst aan de artikels 3 en 4 van het gemeentewegendecreet.
De financiële impact van de procedurele aspecten van dit dossier omvatten voor de gemeente Lubbeek: de opmaak van het planmateriaal, de opmaak van het
schattingsverslag en de kosten van de bekendmaking van het openbaar onderzoek.
Daarnaast heeft het bestuur de intentie om de innames te verwerven. Volgens de schattingen, opgemaakt door beëdigd schatter Intertopo, gaat het om de volgende bedragen:
Artikel 1. Kennis te nemen van de inhoud van de bemerkingen en bezwaarschriften die werden ingediend tegen het rooilijnplan Kleine Ganzendries te Pellenberg.
Art. 2. Het ontwerp van rooilijnplan Kleine Ganzendries te Pellenberg, opgesteld door landmeterskantoor Intertopo BVBA, Halensebaan 6B, 3290 Diest definitief vast te stellen.
Art. 3. Akkoord te gaan om de Kleine Ganzendries te Pellenberg volgens het definitief rooilijnplan te handhaven.
Art. 4. Het schattingsverslag ter bepaling van de te betalen bedragen, opgesteld door landmeterskantoor Intertopo BVBA, Halensebaan 6B, 3290 Diest, definitief vast te stellen.
Art. 5. Tegen deze beslissing kan binnen een termijn van 30 dagen een administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse overheid, overeenkomstig art. 24 en art. 25 van het decreet gemeentewegen van 3 mei 2019.
Art. 6. Het college te gelasten met de uitvoering van dit besluit overeenkomstig art. 22 en art. 23 van het decreet houdende de gemeentewegen van 3 mei 2019,
en behoudens administratief beroep, i.v.m. de afhandeling van het rooilijnplan Kleine Ganzendries te Pellenberg, overeenkomstig art. 28 en art. 29 van het aangehaalde decreet.
Art. 7. Op onderhavig besluit zijn de bepalingen van het algemeen bestuurlijk toezicht, opgenomen in het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen van toepassing.
In het kader van het Aquafinproject 21063-VBR Lubbeek fase 2 wordt er een trage weg aangelegd tussen de Dorpsstraat en de Binkomstraat. Landmeterskantoor Intertopo, Halensebaan 68B, 3290 Diest, heeft hiervoor een rooilijnplan "trage verbindings(fiets)weg Dorpsstraat - Binkomstraat) opgesteld.
Intertopo kreeg ook de opdracht om de individuele grondinnameplannetjes en de nodige schattingsverslagen voor deze innames op te maken. Voor de realisatie van deze trage weg wordt op 4 percelen een aankoop gedaan van een deeltje van hun perceel en op 3 andere percelen wordt er een erfdienstbaarheid gelegd. Voor deze grondinnames zal er onderhandeld worden met de eigenaars.
Deze trage verbinding kadert in het wegenbeleid van de gemeente in verband met trage mobiliteit, om zo een veilig wegennet en fijnmazig netwerk van trage wegen op lokaal niveau uit te bouwen, zowel recreatief als functioneel.
Op 25 november 2025 stelde de gemeenteraad het rooilijnplan voorlopig vast. Van 23 december 2025 tot 23 januari 2026 werd er een openbaar onderzoek
gevoerd. Zoals vermeld in het PV van sluiting, werden er geen bezwaren ingediend.
Advies
Artikel 20§4 van het decreet houdende de gemeentewegen stelt de deputatie en het departement het gemeentebestuur binnen de termijn van het openbaar onderzoek een advies over het ontwerp van rooilijnplan
-er werd vanwege de deputatie en het departement geen advies ontvangen, zodat overeenkomstig artikel 2064, tweede alinea, aan de adviesvereiste mag worden voorbijgegaan.
Openbaar onderzoek
Art. 20§2 van het decreet houdende de gemeentewegen legt een openbaar onderzoek van 30 dagen en bekendmaking op, nadat het ontwerp van grafisch plan tot afschaffing van een gemeenteweg voorlopig werd vastgesteld door de gemeenteraad.
Het college van burgemeester en schepenen heeft op 15 december 2025 beslist om het openbaar onderzoek i.v.m. het rooilijnplan verbindings(fiets)weg Dorpsstraat - Binkomstraat te organiseren van 23 december 2025 tot en met 23 januari 2026
Bezwaarschriften en behandeling
Het PV van sluiting van 2 februari 2025 vermeldt geen enkel bezwaarschrift.
Definitieve vaststelling door de gemeenteraad
Art.20§5. De gemeenteraad stelt binnen de zestig dagen na het einde van het openbaar onderzoek het rooilijnplan i.v.m. de trage (fiets)verbinding definitief vast.
Bij de definitieve vaststelling van het rooilijnplan kunnen ten opzichte van het voorlopig vastgesteld gemeentelijk rooilijnplan alleen wijzigingen worden aangebracht die gebaseerd zijn op de bezwaren en opmerkingen die tijdens het openbaar onderzoek geformuleerd zijn of eruit voortvloeien. Er werden geen wijzigingen aangebracht aan het rooilijnplan.
Het decreet lokaal bestuur
Het collegebesluit van 13 december 2021 - Aquafinproject Lubbeek fase 2 - goedkeuring offerte voor grondinnameplannen gemeentelijk aandeel - aanstellen landmeterskantoor Intertopo voor opmaak rooilijnplan
Het collegebesluit van 25 oktober 2022 - Aquafinproject Lubbeek fase 2 - goedkeuring offerte voor meerwerken Sweco (aanpassen ontwerpplan en groninnemingsdossier ) en aanstellen landmeter Winston Vaes (Intertopo) voor het opmaken van de nodige schattingsverslagen.
Het collegebesluit van 20 maart 2023 - Lubbeek fase 2 - kennisname schattingsverslagen voor grondinnames
Het collegebesluit van 3 april 2023 - Lubbeek fase 2 - kennisname koopovereenkomsten i.v.m. de innames 5 t.e.m.8 - goedkeuring
Het gemeenteraadsbesluit van 25 november 2025 - rooilijnplan trage verbindings(fiets)weg Dorpsstraat - Binkomstraat - voorlopige vaststelling
Het collegebesluit van 15 december 2025 - rooilijnplan trage verbindings(fiets)weg Dorpsstraat - Binkomstraat - organisatie openbaar onderzoek
Het collegebesluit van 2 februari 2026 - rooilijnplan trage verbindings(fiets)weg Dorpsstraat - Binkomstraat - kennisname PV van sluiting
Het collegebesluit van 2 februari 2026 - rooilijnplan trage verbindings (fiets)weg Dorpsstraat - Binkomstraat - kennisname definitieve vaststelling
Dit rooilijnplan bepaalt de ligging van de nieuwe trage (fiets) verbinding tussen de Dorpsstraat en de Binkomstraat. Deze kadert in het gemeentelijk beleid in verband met de creatie en het behoud van een fijnmazig netwerk van trage verbindingen op het grondgebied.
De waarden voor inname van het tracé, werden als volgt berekend door de beëdigd landmeter-schatter:
Artikel 1. Het rooilijnplan voor de trage verbindings(fiets)weg Dorpsstraat - Binkomstraat, opgesteld door landmeterskantoor Intertopo, Halensebaan 68B, 3290 Diest, wordt definitief vastgesteld. In het kader van het Aquafinproject 21063 - VBR Lubbeek fase 2 wordt er een trage verbinding aangelegd tussen de Dorpsstraat en de Binkomstraat. Het rooilijnplan bepaalt de ligging van deze weg.
Art. 2. Tegen deze beslissing kan binnen een termijn van 30 dagen een administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse Overheid, overeenkomstig art. 24 en art. 25 van het decreet gemeentewegen van 3 mei 2019.
Art. 3. Het college van burgemeester te gelasten met de uitvoering van dit besluit overeenkomstig de bepalingen in het gemeentewegendecreet.
Art. 4. Op onderhavig besluit zijn de bepalingen van het algemeen bestuurlijk toezicht, opgenomen in het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen van toepassing.
In het kader van het meerjarenplan werd een budget 150.000 euro per jaar voorzien voor bijkomende investeringen in personeel.
Het managementteam analyseerde de noden in het kader van organisatie en beleid en liet een voorstel goedkeuren door het college van burgemeester en schepenen. De personeelsformatie wordt voor definitieve goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad en OCMW raad.
Decreet lokaal bestuur: de gemeenteraad is bevoegd voor het vaststellen van de personeelsformatie
In het kader van de wijzigende noden van de administratie en het beleid doet het managementteam een voorstel om een aantal functies te schrappen, wijzigen, verplaatsen of nieuw te creëren.
Hierna volgt een overzicht per afdeling:
Afdeling Leven:
- Een bijkomend afwasser wordt voorzien in het LDC
- 1 VTE polyvalent medewerker wordt verplaatst naar de poetsdienst van de afdeling leefomgeving. Dit om meer continuïteit te kunnen bieden in de schoonmaak van het LDC
- Er wordt 0,3 VTE administratie extra voorzien voor de opstart van een mobiliteitscentrale
- De functie van deskundige burgerzaken (1VTE) wordt geschrapt en vervangen door administratie burgerzaken (0,8 VTE)
- De functie van deskundige welzijn wordt verplaatst van de thuisdiensten naar de stafdiensten van het afdelingshoofd.
- Binnen de afdeling wordt een volwaardige dienst 'onderwijs' gecreëerd. Deze dienst zal voortaan niet alleen het flankerend onderwijsbeleid vormgeven maar ook het gemeentelijk basisonderwijs aansturen. De drie gemeentelijke basisscholen zullen niet meer aangestuurd worden door de algemeen directeur maar door het afdelingshoofd leven.
Afdeling Beleven:
- Lokale economie & internationale samenwerking wordt verhoogd van 0,5 naar 0,8 VTE en opgewaardeerd van administratief medewerker naar deskundige
- Een diensthoofd jeugd en kinderopvang zal voortaan ook leiding geven aan de BKO. Dit mede in het kader van het BOA decreet. De functie deskundige jeugd dooft uit.
- De deskundige kinderopvang (0,8 VTE) wordt vervangen door een administratief medewerker kinderopvang (0,8 VTE) in ondersteuning van het nieuwe diensthoofd
Leefomgeving:
- De deskundige mobiliteit wordt opgewaardeerd van B1-B3 naar B4-B5 in het kader van de rekruteerbaarheid binnen het functieprofiel
- 1 VTE komende van het LDC wordt toegevoegd aan de poetsdienst binnen de dienst infrastructuur.
Financiën:
- De functie van de 2e boekhouder wordt geschrapt in uitvoering van een eerder genomen beslissing.
- De functie van expert financiën wordt verschoven naar de Beleidscoördinatie
Beleidscoördinatie:
- De functie van expert financiën wordt omgevormd naar expert 'financieel beleid en analyse'
Personeel & organisatieondersteuning:
- Deskundige participatie wordt deskundige 'participatie en vrijwilligerswerk'
- Administratief medewerker communicatie wordt opgewaardeerd naar deskundige communicatie
- Er wordt bijkomend voorzien in een functie van expert aankoopbeleid/aankoper. Deze functie zal organisatiebreed het aankoopbeleid vormgeven en overheidsopdrachten leiden.
Protocol van akkoord:
Het protocol van akkoord van de vakbonden werd aangevraagd en ter zitting toegevoegd aan het dossier.
Alle voorgestelde wijzigingen passen binnen de voorziene kredieten van het meerjarenplan 2026-'31.
Artikel 1. De raad keurt de personeelsformatie 2026/01 goed.
Art 2. Betrokken personeelsleden worden geïnformeerd over de wijzigingen en de personeelsformatie wordt gepubliceerd op het Intranet van het lokaal bestuur..
Art 3. Het organogram op basis van de goedgekeurde personeelsformatie wordt gepubliceerd op de website van het lokaal bestuur.
Het decreet lokaal bestuur schrijft voor dat bij aanvang van de zittingsperiode het college van burgemeester en schepenen en het vast bureau een huishoudelijk reglement aannemen.
Decreet lokaal bestuur Artikel 54: Het college van burgemeester en schepenen neemt bij de aanvang van de zittingsperiode een huishoudelijk reglement aan waarin het nadere regels vaststelt over zijn werking.
Decreet lokaal bestuur Artikel 83. Artikel 50 tot en met 55, met uitzondering van artikel 50, derde, vierde en vijfde lid, zijn van toepassing op het vast bureau met dien verstande dat "het college van burgemeester en schepenen" wordt gelezen als "het vast bureau", "de burgemeester" wordt gelezen als "de voorzitter van het vast bureau", "de gemeenteraad" wordt gelezen als "de raad voor maatschappelijk welzijn" en "gemeenteraadslid" wordt gelezen als "lid van de raad voor maatschappelijk welzijn".
Decreet lokaal bestuur Artikel 40 over de bevoegdheden van de gemeenteraad: §3: De gemeenteraad stelt de gemeentelijke reglementen vast.
Decreet lokaal bestuur artikel 77: de raad voor maatschappelijk welzijn beschikt over de volheid van bevoegdheid voor de aangelegenheden die aan het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn door of krachtens de wet of het decreet zijn toevertrouwd.
Besluit van de Vlaamse Regering d.d. 25/09/2020 tot wijziging van artikel 60 van het besluit van de Vlaamse Regering van 6/07/2018 houdende het statuut van de lokale mandataris : de burgemeester en de districtsburgemeester dragen een sjerp met zilveren franjes op een zwart-geel-rode achtergrond of een sjerp met rode franjes op een zwart-gele achtergrond. Op de sjerp staat de Vlaamse leeuw.
Op de sjerp van de burgemeester kan facultatief het wapenschild van de gemeente toegevoegd worden.
Besluit van de Vlaamse Regering houdende het statuut van de lokale mandataris van 06/07/2018, afd. 1: het onderscheidingsteken; artikel 61: de schepen en de districtsschepen dragen een sjerp met rode franjes op een zwart-gele achtergrond. Op de sjerp staat de Vlaamse leeuw.
Op de sjerp van de schepen kan facultatief het wapenschild van de gemeente worden toegevoegd.
Besluit van de Vlaamse Regering houdende het statuut van de lokale mandataris van 06/07/2018, afd. 1: artikel 66. De kledij die de mandatarissen, vermeld in afdeling 1, dragen, mag niet verwijzen naar een andere hoedanigheid of een ander ambt.
Het huishoudelijk reglement van de vorige legislatuur werd geactualiseerd en aangevuld met de volgende punten:
- De mogelijkheid om voor de zitting digitaal een stem uit te brengen op de punten die deel uitmaken van de agenda
- De mogelijkheid om digitaal of hybride te vergaderen
- Actualisering van het salaris van de burgemeester
- Mogelijkheid om een sjerp met Belgische of Vlaamse kleuren te dragen als ambtskledij.
In het licht van de lokale autonomie en democratie kunnen burgemeesters er sinds 2020 voor kiezen om dezelfde sjerp als een schepen te dragen:
- ambtskledij van de burgemeester: de burgemeester draagt een sjerp met zilveren franjes op een zwart-geel-rode achtergrond OF een sjerp met rode franjes op een zwart-gele achtergrond. Op de sjerp staat de Vlaamse leeuw, het wapenschild van de gemeente kan facultatief worden toegevoegd.
- ambtskledij van de schepen: de schepen draagt een sjerp met rode franjes op een zwart-gele achtergrond. Op de sjerp staat de Vlaamse leeuw, het wapenschild van de gemeente kan facultatief worden toegevoegd.
Enig artikel. Het huishoudelijk reglement voor het college van burgemeester en schepenen en het vast bureau als volgt goed te keuren:
Artikel 1.
Het college van burgemeester en schepenen en vast bureau vergadert zo dikwijls als de zaken die tot zijn bevoegdheid behoren, het vereisen. Het college vergadert gewoonlijk wekelijks op maandagnamiddag om 13u.
De vergaderingen van het college van burgemeester en schepenen en vast bureau gaan fysiek door. De burgemeester kan bij de oproeping hiervan afwijken en de vergadering digitaal of hybride laten doorgaan. Leden van het college van burgemeester en schepen en vast bureau die digitaal deelnemen aan de vergadering zijn tijdens de volledige duur van de vergadering zichtbaar in beeld. Zij vergewissen zich van het besloten karakter van de zitting en nemen de nodige maatregelen om ook bij de digitale beraadslaging de vertrouwelijkheid te garanderen.
De collegeleden ontvangen op vrijdag toegang tot de agenda en dossiers via het digitaal platform eNotulen.
De burgemeester kan in spoedeisende gevallen buitengewone vergaderingen bijeenroepen op de dag en het uur dat hij/zij bepaalt. De toegang tot de agenda en dossiers wordt in dit geval onmiddellijk door de collegeleden ontvangen via het digitaal platform eNotulen.
(art. 50 DLB)
Artikel 2.
Het college van burgemeester en schepenen en vast bureau kan enkel beraadslagen of beslissen als de meerderheid van de zittinghebbende collegeleden aanwezig is.
(art. 90 Nieuwe Gemeentewet, art. 50 DLB)
Artikel 3.
De burgemeester en schepenen brengen het college schriftelijk op de hoogte van hun afwezigheid.
Artikel 4.
De vergaderingen van het college burgemeester en schepenen en vast bureau zijn niet openbaar.
(art. 50 DLB)
Artikel 5.
De burgemeester zit de vergaderingen van het college en vast bureau voor, opent en sluit de vergaderingen.
(art. 51 DLB)
Artikel 6.
Op de voor de vergadering vastgestelde dag en uur en zodra voldoende leden aanwezig zijn om geldig te kunnen beraadslagen, verklaart de burgemeester de vergadering voor geopend.
Indien een kwartier na het vastgestelde uur niet voldoende leden aanwezig zijn om geldig te kunnen beraadslagen, stelt de burgemeester vast dat de vergadering niet kan doorgaan. De zitting wordt dan geannuleerd.
Artikel 7.
De burgemeester behandelt de punten die op de agenda vermeld staan, in de daarvoor bepaalde volgorde, tenzij het college er anders over beslist.
Een punt dat niet voorkomt op de agenda, mag niet in bespreking worden gebracht, behalve in spoedeisende gevallen wanneer het geringste uitstel gevaar zou kunnen opleveren. Tot spoedbehandeling kan niet worden besloten dan door minstens twee derden van de aanwezige collegeleden.
Alle leden van het college van burgemeester en schepenen en vast bureau hebben de mogelijkheid om op voorhand en via het digitale notuleringssysteem te stemmen voor de punten die op de agenda staan. Indien een agendapunt op voorhand en via digitale stemming een eenparige goedkeuring bekomt, wordt het agendapunt tijdens de zitting niet meer te bespreking voorgelegd. De burgemeester deelt dan slechts het resultaat van de stemming mee en stelt daarmee de formele goedkeuring van het agendapunt vast.
Het is voor de burgemeester of schepen verboden deel te nemen aan de bespreking en de stemming over aangelegenheden waarbij zij belang hebben en waarvan zij niet met voldoende zekerheid kunnen geacht worden afstand te kunnen nemen.
(Art. 27 DLB)
Artikel 8.
Nadat de voorzitter het agendapunt heeft toegelicht, vraagt de voorzitter welk lid aan het woord wenst te komen over het voorstel.
De voorzitter verleent het woord naar de volgorde van de aanvragen en, ingeval van gelijktijdige aanvraag, naar de rangorde van de collegeleden.
Indien het college deskundigen wenst te horen, bepaalt de burgemeester wanneer ze aan het woord komen.
De burgemeester kan aan de algemeen directeur vragen om toelichting te geven.
Artikel 9.
Het woord kan door de burgemeester niet geweigerd worden voor een rechtzetting van beweerde feiten.
Artikel 10.
Nadat de leden voldoende aan het woord zijn geweest en indien de burgemeester oordeelt dat het agendapunt voldoende werd besproken, sluit de burgemeester de bespreking.
Artikel 11.
Het college van burgemeester en schepenen en vast bureau beslist collegiaal. Collegiale besluitvorming impliceert dat het college van burgemeester en schepenen een beraadslagende vergadering is, die haar bevoegdheden alleen op een collectieve wijze kan uitoefenen. Er is dus geen delegatie door het college mogelijk aan individuele schepenen.
Voor een efficiënte beleidsvoorbereiding, - uitvoering en - evaluatie wordt een taakverdeling onder de collegeleden vastgelegd bij afzonderlijk collegebesluit. Dit besluit verleent geen enkele macht, maar houdt louter een werkindeling in met het oog op de voorbereiding van zaken waarover het college collegiaal heeft te beslissen.
Het college van burgemeester en schepenen en vast bureau is in het algemeen bevoegd voor beleidsvoorbereiding en beleidsuitvoering.
Het college van burgemeester en schepenen en vast bureau oefent de bevoegdheden uit die haar door de gemeenteraad zijn gedelegeerd of overeenkomstig andere wettelijke en decretale bepalingen zijn toevertrouwd.
(Art. 52-53 DLB)
Artikel 12.
Vóór elke stemming omschrijft de burgemeester het voorwerp van de bespreking waarover de vergadering zich moet uitspreken.
De beslissingen worden bij volstrekte meerderheid (de helft + 1) van de geldig uitgebrachte stemmen genomen, zonder rekening te houden met de onthoudingen.
Bij staking van stemmen verdaagt het college de zaak tot de volgende vergadering.
Als de meerderheid van het college de zaak vóór de behandeling ervan echter spoedeisend heeft verklaard, is de stem van de burgemeester beslissend. Hetzelfde geldt als er op twee achtereenvolgende vergaderingen over eenzelfde zaak een staking van stemmen is.
Er zijn drie mogelijke werkwijzen van stemmen:
- stemming bij handopsteking
- mondelinge stemming
- geheime stemming
De collegeleden stemmen bij handopsteking, behalve als een derde van de aanwezige leden de mondelinge stemming vraagt.
De stemming bij handopsteking geschiedt als volgt: nadat de voorzitter het voorwerp van de stemming heeft omschreven, vraagt hij welke collegeleden ja stemmen, neen stemmen of zich onthouden. Elk collegelid kan slechts éénmaal zijn hand opsteken om zijn keuze duidelijk te maken.
(Art. 53 DLB)
Artikel 13.
De mondelinge stemming geschiedt door, in de volgorde zoals hierna bepaald, elk collegelid ja, neen of onthouding te laten uitspreken. De stemming begint met de eerste schepen en eindigt met de laatste schepen. De voorzitter stemt het laatst, behalve bij geheime stemming.
Artikel 14.
Een afzonderlijke en geheime stemming wordt gehouden voor: elke voordracht van kandidaten, benoeming tot een ambt, terbeschikkingstelling, preventieve schorsing in het belang van de dienst en de toepassing van een tuchtstraf. De collegeleden stemmen ja, neen of onthouden zich.
Een geheime stemming gebeurt digitaal.
Artikel 15.
Voor elke benoeming in ambten, elke contractuele aanstelling, elke verkiezing en elke voordracht van kandidaten wordt een afzonderlijke stemming gehouden.
Als bij de benoeming, de contractuele aanstelling, de verkiezing of de voordracht van kandidaten de vereiste meerderheid niet wordt verkregen bij de eerste stemming, wordt opnieuw gestemd over de twee kandidaten die de meeste stemmen hebben behaald.
Als bij de eerste stemming sommige kandidaten een gelijk aantal stemmen behaald hebben, wordt de jongste kandidaat tot de herstemming toegelaten.
Bij staking van stemmen heeft de jongste kandidaat de voorkeur.
(Art. 35 DLB)
Artikel 16.
Alle teksten die de werkzaamheden van het college van burgemeester en schepenen en vas bureau betreffen, worden op straffe van nietigheid en onontvankelijkheid, uitsluitend in het Nederlands ingediend.
Artikel 17.
Alle beraadslagingen, toelichtingen en meningen worden, op straffe van nietigheid, uitsluitend in het Nederlands gehouden. Gebruik van een andere taal wordt beschouwd als een verstoring van de orde en geeft aanleiding tot sancties die daarvoor in dit reglement zijn voorgeschreven.
Artikel 18.
De notulen vermelden in chronologische volgorde het verloop van de vergadering, alle besproken onderwerpen, alsook het gevolg dat gegeven werd aan die punten waaromtrent het college geen beslissing genomen heeft.
Artikel 19.
Alleen de beslissingen worden opgenomen in de notulen en in het register van de beraadslagingen, en alleen die beslissingen kunnen rechtsgevolgen hebben.
De notulen worden goedgekeurd op de eerstvolgende gewone vergadering van het college van burgemeester en schepenen.
De notulen worden uiterlijk op dezelfde dag als de vergadering van het college van burgemeester en schepenen die volgt op de vergadering van het college van burgemeester en schepenen waarop de notulen zijn goedgekeurd elektronisch verstuurd of ter beschikking gesteld via eNotulen aan de gemeenteraadsleden.
(Art. 104 Nieuwe Gemeentewet)
Artikel 20.
Het college van burgemeester en schepenen heeft dezelfde deontologische code als die welke is aangenomen voor de gemeenteraad.
(Art. 55 DLB)
Artikel 21.
De wedde van de burgemeester bedraagt 73,7311% van de vergoeding van de leden van het Vlaams Parlement.
De wedden van de schepenen bedragen 60% van de wedde van de burgemeester.
De wedde wordt maandelijks en vooruit betaald. Als de wedde van de maand niet volledig verschuldigd is, wordt zij in dertigsten verdeeld. In afwijking van deze bepaling is de wedde van elke begonnen maand verschuldigd bij overlijden.
Het vakantiegeld en de eindejaarspremie worden berekend op de wedde, zoals vastgesteld in het Besluit van de Vlaamse Regering van 6 JULI 2018 houdende het statuut van de lokale mandataris.
Voor toepassing van dit artikel wordt elke mandataris geacht volledige prestaties te leveren.
De burgemeester en schepenen kunnen ter compensatie van het inkomensverlies dat zij lijden wanneer de andere wettelijke of reglementaire wedden, pensioenen, vergoedingen of toelagen [KG1] die zij genieten, verminderd of geschrapt worden wegens die wedde, verzoeken om aanvulling van wedde.
De aanvullende wedde kan niet hoger zijn dan de wedde van burgemeester of schepen van een gemeente van 50.000 inwoners, zijnde voor de burgemeester 99,1374 % van de vergoeding van de leden van het Vlaams Parlement.
(Art. 149-150 DLB)
Artikel 22.
De Vlaamse Regering bepaalt de ambtskledij en de onderscheidingstekens van de burgemeester en schepenen als volgt:
- De burgemeester draagt een sjerp met zilveren franjes op een zwart- geel- rode achtergrond. Op de sjerp van de burgemeester staat de Vlaamse Leeuw, het wapenschild van de gemeente kan facultatief worden toegevoegd.
In het licht van de lokale autonomie en democratie kan de burgemeester er sinds 2020 voor kiezen om dezelfde sjerp als een schepen te dragen
- De schepen draagt een sjerp met rode franjes op een zwart- gele achtergrond. Op de sjerp van de schepen staat de Vlaamse Leeuw, het wapenschild van de gemeente kan facultatief worden toegevoegd.
(Art. 547 DLB)
Artikel 23.
De mannelijke mandatarissen dragen de sjerp om hun middel, waarbij het zwart zich bovenaan bevindt. De vrouwelijke mandatarissen dragen de sjerp over hun rechterschouder met de knoop in hun linkerzijde, waarbij het zwart zich het dichtst bij de hals bevindt.
De mandatarissen dragen hun sjerp enkel naar aanleiding van, en bij de openbare uitoefening van, hun bevoegdheid ter gelegenheid van evenementen of plechtigheden die uitsluitend op het grondgebied van de gemeente plaatsvinden.
Het dragen van de sjerp is verplicht bij het voltrekken van een huwelijk of in geval van oproer, kwaadwillige samenscholing of ernstige verstoring van de openbare rust.
Bij het beëindigen van hun ambt of bij tuchtrechtelijke schorsing zijn de mandatarissen niet gerechtigd om hun sjerp te dragen.
Artikel 24.
De kledij die de mandatarissen dragen, mag niet verwijzen naar een andere hoedanigheid of een ander ambt.
Het "Slim Netwerk" is een samenwerkingsverband tussen diverse bibliotheken die gebruikmaken van een gemeenschappelijk bibliotheeksysteem (Wise). Door toetreding tot dit netwerk kunnen leners met één abonnement gratis materialen lenen en gebruikmaken van diensten bij alle aangesloten bibliotheken.
Ben je lid van één bibliotheek in het netwerk, dan word je automatisch en zonder extra kosten lid van de andere aangesloten bibliotheken.
Leden krijgen toegang tot de uitgebreide collecties en diensten van meerdere bibliotheken, wat een aanvulling is op het klassieke Interbibliothecair Leenverkeer (IBL).
Meer info binnen: https://www.cultuurconnect.be/nieuws/een-eengemaakt-bibliotheeksysteem-voor-vlaanderen-en-brussel
Het netwerk groeide de afgelopen jaren sterk, waarbij steeds meer gemeenten aansluiten. Binnen Cobra zijn er slechts vier gemeenten die nog niet deelnemen. Hiermee zetten we ons op de algemene lijn binnen de cultuurregio.
Dit systeem verlaagt de drempel voor leners, wat leidt tot een stijging in bibliotheekgebruik.
Het beheer van lenersgegevens en uitleningen verloopt via één geïntegreerd systeem.
Veel lokale bibliotheken hebben in de afgelopen jaren de stap gezet om lid te worden van dit netwerk.
Ter zitting duidt de indiener dat hij vraagt dat de toetreding onderzocht wordt, niet dat de toetreding al beslist wordt. Het wordt in het besluit zo aangepast. Het aangepast besluit wordt ter stemming voorgelegd.
Enig artikel. De gemeente onderzoekt de toetreding tot het slim netwerk.
De gemeente Lubbeek schreef zich in in de SDG’s. in het MJP staat dat ‘het realiseren van deze SDG’s niet enkel de verantwoordelijkheid van (supra)nationale instellingen en organisaties is, maar ook van ieder individu. En dus ook méé de verantwoordelijkheid van de lokale besturen’. (MJP documentatie, p 10)
Ook op de website , bij ‘Fairtrade’ lezen we: ‘Lubbeek kiest voor duurzame ontwikkeling. Dit veronderstelt de aankoop en het gebruik van duurzame producten, ook producten uit het zuiden.’
Tenslotte zijn heel wat diensten er elk op zich al mee bezig. Dit blijkt uit de oplijsting van duurzame acties/aankopen die gemaakt is in augustus 2025:
Zo wordt in alle diensten (gemeentehuis, bib, loods en OCMW) alleen maar koffie met Fairtrade-label geschonken. Tijdens de zomermaanden zijn er voor het personeel fruitmanden beschikbaar. Deze worden besteld bij Fruitsnacks. Alle beschikbare dranken voor de medewerkers zijn in glazen flessen, geen plastic of brik; relatiegeschenken (bv voor opening nieuwe handelszaak of jubileum) worden aangekocht bij lokale handelaars; gebruik van glazen flesjes bij schoolfeesten en geen brik verpakkingen; de Grabbelpas haalt zijn appelen voor 4-uurtje rechtstreeks bij Fruit Vanhellemont in Meensel.
Een overheidsopdracht moet juridisch sluitend zijn, dus goed opgemaakt worden. Wij doen hier enkel aanzetten die verder uitgewerkt dienen te worden.
Overwegende dat
stellen we voor dat - waar relevant en proportioneel - duurzaamheid als gunningscriterium mee wordt opgenomen in overheidsopdrachten en raamcontracten van de gemeente, binnen de grenzen van de geldende regelgeving inzake overheidsopdrachten. Het doel van dit beleid is om duurzaamheid systematisch te integreren in de voorbereiding, gunning en uitvoering van overheidsopdrachten en raamovereenkomsten.
Toepassing
Bij elke opdracht wordt nagegaan op welke wijze duurzaamheid kan worden geïntegreerd, rekening houdend met de aard, de omvang en het voorwerp van de opdracht. Naast klassieke gunningscriteria zoals prijs, kwaliteit, leveringstermijn en service, wordt dus – waar relevant en proportioneel – het gunningscriterium “duurzaamheid” opgenomen. Dit criterium wordt geconcretiseerd aan de hand van één of meerdere subcriteria, afhankelijk van het voorwerp van de opdracht. Voorbeelden zijn:
Implementatie en bijsturing
De indiener trekt het agendapunt ter zitting in om dit op een later moment opnieuw in te dienen. Er wordt zonder stemming kennis genomen van het agendapunt en het gewijzigde voorstel van de indiener.
De vaststelling van het duurzaam aankoopbeleid en deze criteria brengt op zich geen onmiddellijke bijkomende uitgaven met zich mee, buiten werkuren.
De financiële impact wordt per individuele overheidsopdracht beoordeeld binnen de beschikbare kredieten van het meerjarenplan.
Bij de gunning wordt, waar relevant, rekening gehouden met de totale levenscycluskost (total cost of ownership), waardoor eventuele hogere aankoopprijzen kunnen worden gecompenseerd door lagere gebruiks-, energie- of onderhoudskosten.
Enig artikel. Het agendapunt wordt door de indiener zonder stemming ingetrokken en zal op een later moment opnieuw worden ingediend.
Raadslid Silvana Valente (Groen) stelt een vraag over Verkeersimpact van Colruyt en Fluvius in Linden aan schepen Walter Vangoidsenhoven:
Door de komst van de nieuwe Colruyt en de uitbreiding van Fluvius in Linden zijn er bezorgdheden van omwonenden van de impact op de verkeerssituatie. Heeft de gemeente al met AWV bekeken wat mogelijke gevolgen zijn van het samengaan van extra verkeersstromen? Zo ja, wat zijn de bezorgdheden die hier uitgekomen zijn en wat gaat de gemeente doen om dit verder op te volgen en de impact te beperken?
Raadslid Kristof Vanheukelom (cd&v) stelt een vraag over weggebruik in het park aan het ziekenhuis in Pellenberg aan schepen Walter Vangoidsenhoven:
In de huidige regenachtige weersomstandigheden is het in het park in Pellenberg niet doenbaar om over het gras te wandelen.
Mensen wandelen daarom op de asfaltweg, al dan niet met bijvoorbeeld hun hondje.
Wanneer er automobiel verkeer aankomt, vooral in de bochten, is het vaak gevaarlijk omdat de automobilisten op sommige plaatsen de wandelaars moeilijk tijdig opmerkt en omdat men door de vele geplaatste paaltjes niet zomaar even snel kan uitwijken (zowel de wandelaar als de automobilist).
Wandelaars klagen over de gevaarlijke situatie.
- Hoe lang moet deze situatie nog blijven bestaan?
- Wat gaat er ondernomen worden opdat dit veiliger wordt?
Raadslid Kristof Vanheukelom (cd&v) stelt een vraag over de smalle in- en uitrit aan de gemeentelijke site aan schepen Walter Vangoidsenhoven:
Er zijn bezorgdheden en klachten over de smalle in- en uitrit aan de gemeentelijke site.
Die is te smal om vlot met twee voertuigen elkaar te kruisen bij het in- en uitrijden, wat heel vaak gebeurt, vooral bij bijvoorbeeld begin en einde van lessen en trainingen in de sporthal.
De site ligt er zo nu al erg lang bij in de huidige toestand.
Het eenrichtingsbordje aan de bib wordt vaak omvergeduwd en nog vaker gewoonweg genegeerd.
De toegangsweg achter het politiekantoor ligt er al lang braak bij en er wordt niets mee gedaan.
- Wat zijn de plannen rond de in- en uitrit van de site en het eenrichtingsverkeer?
- Wanneer wordt dit effectief aangepakt?
- Waar loopt het nog vast om hier snel werk van te maken?
- Waarom kan het braakliggende stuk achter het politiekantoor niet gewoon afgewerkt worden en ingezet worden als uitrit?
Raadslid Kristof Vanheukelom (cd&v) stelt een vraag over de opstart van de raad van Mobiliteit aan schepenen Gilberte Muls en Walter Vangoidsenhoven:
In de voorlaatste raad werd aangegeven dat er kandidaten gevonden werden en de opstart van de RvM kon plaatsvinden.
Wat is de status van de opstart?
Er zijn al onmiskenbaar veel gemiste kansen geweest voor deze raad om mee te denken en te helpen rond mobiliteitsvraagstukken.
Raadslid Hugo Simoens (cd&v) stelt een vraag over het cashpoint aan schepen An Wouters:
Op 7 oktober 2024 werd de komst van een cashpoint in Linden aangekondigd.
Op 11.08.2025 werd een omgevingsvergunning afgeleverd voor een cashpoint aan de kerkdreef.
Op 12.01.2026 werd een principiële goedkeuring gegeven aan Batopin voor het plaatsen van een cashpoint kiosk op het terrein van het Ontmoetingscentrum in Linden.
Graag krijg ik hierbij toelichting en wens ik de risico-analyse van het schepencollege te horen.
Raadslid Hugo Simoens (cd&v) stelt een vraag over zwerfkatten/diervriendelijke gemeente aan schepen Gilberte Muls:
Op de commissie van januari vroeg ik naar het plaatsen van schuilhuisjes voor zwerfkatten. Er werd toen geantwoord dat er begin februari zou samengezeten worden met de vereniging die het zwerfkattenbeleid voor de gemeente zou uitvoeren.
Graag kreeg ik een update.
Tevens: op 23.12 kregen wij te horen dat er een overeenkomst zou zijn met ARS. Echter horen wij vorige week dat er geen samenwerkingsovereenkomst zou zijn. Graag toelichting.
Raadslid Kristof Vanheukelom (cd&v) stelt een vraag over Mobiliteit - Digital Twin aan schepen Walter Vangoidsenhoven:
Graag verwijzen wij naar de vragen van fractie Groen in 2025 rond het Digital Twin-project, dat liep van '22 tot '24.
De antwoorden op de interessante vragen van de Groen-fractie hebben we nooit mogen ontvangen.
Met het vertrek van de voormalige mobiliteitsambtenaar, lijkt het Digital Twin-verhaal compleet van de radar verdwenen te zijn.
Althans, dat is de perceptie die we hebben.
De vragen van onze fractie mbt de vragen van fractie Groen uit 2025:
1 - Kunnen ook wij het door de Groen fractie gevraagde rapport bekomen van het Digital Twin-project?
2 – Ook van ons de vraag: kan dit rapport gepubliceerd worden op de website van de gemeente?
3 - De vraag rond betrokkenheid van de RvM, die benoemd werd als belangrijke partner, is ook interessant.
Naar mijn eigen ervaring werd in de RvM van de vorige legislatuur enkel in het lang en breed uitgelegd wat de mogelijkheden waren, maar er werd geen samenwerking hierrond uitgevoerd.
Als de nieuwe RvM opgestart geraakt, wordt deze dan alsnog betrokken?
Bijkomende vragen vanuit onze fractie:
1 - Wat is er met het Digital Twin-verhaal gebeurd en waar staat het nu binnen Lubbeek? Wordt het nog gebruikt?
2 - Uit artikels op de VERA-website lijkt het dat Lubbeek volop aan de slag is met de Digital Twin. (Zie artikel over de nominatie van de Vlaamse Verkeersveiligheidsprijs, link onderaan deze tekst.)
Wat is er van 2022 tot nu effectief bereikt/gerealiseerd met het gebruik van de Digital Twin? Waar werd het voor ingezet en wat zijn de resultaten?
3 - Werd/wordt Digital Twin gebruikt voor het mobiliteitsplan in Pellenberg voor de nieuwe school?
Indien niet, waarom niet?
Indien wel, wat zijn de resultaten? Graag een rapport.
4 - Is het aanvoelen, dat met het vertrek van de voormalige mobiliteitsambtenaar, ook alle kennis rond Digital Twin verdwenen is uit Lubbeek, terecht?
5 - Heeft gemeente Lubbeek met dit project ingezet op het behoud van kennis intern?
6 - In het artikel "Slimme mobiliteit: FLDT - Flemish Local Digital Twin" (https://www.vera.be/flemish-local-digital-twin) op de VERA-website, blijkt dat Lubbeek geen piloot meer is maar slechts een "Follower-gemeente".
Wat doet Lubbeek momenteel in die rol en wat is het doel daarvan?
7 – Waarom nemen 5 andere gemeenten nu het voortouw en niet Lubbeek, die mee piloot was?
8 - Wat zijn de algehele kosten geweest voor Lubbeek als piloot in het Digital Twin-verhaal, los van de verkregen subsidies?
9 - Indien Digital Twin momenteel niet aangekocht is of gebruikt wordt, bestaan hier dan nog toekomstplannen rond en zoja, wat houden ze in?
Het opstarten van het pilootproject, de nominatie, al het werk dat in het project werd gestoken, lijken me een enorm gemiste kans en dure aangelegenheid om er nu weinig mee te doen. Dus hopelijk is het aanvoelen dat er niets meer rond gebeurt, fout.
Bronnen:
https://www.vera.be/flemish-local-digital-twin
https://www.vera.be/digital-twin-van-lubbeek-genomineerd-voor-vlaamse-verkeersveiligheidsprijs-2024
https://www.vera.be/digital-twin-van-lubbeek-in-de-kijker-op-vlaams-congres-verkeersveiligheid
https://www.vera.be/ga-voor-datagedreven-verkeersbeleid-met-een-digital-twin
https://www.vera.be/een-digital-twin-voor-lubbeek
https://www.vera.be/lubbeek-creeert-digitale-kopie-voor-een-slimme-mobiliteit
https://www.lubbeek.be/zoeken?q=digital+twin
Raadslid Liesbeth Smeyers (Groen) stelt een vraag over evaluatie SECAP aan schepen Gilberte Muls:
Tijdens de bespreking van het MJP op de GR van december vroegen we naar de evaluatie van het SECAP (goedgekeurd op 27/6/23), zowel van ‘25 als van ‘24. In het SECAP Klimaatactieplan p 73 staat immers “over het uitvoeren van een gemeentelijk klimaatactieplan wordt jaarlijks aan de gemeenteraad gerapporteerd. Ook de gemeentelijke adviesraden ontvangen deze rapportering”
Jullie zouden hier werk van maken en ook nagaan of de evaluatie van 2024 gemaakt is (zelf vind ik deze laatste niet terug in de GR, wel de jaarlijkse evaluatie van het LEKP).
Wanneer mogen we deze evaluatie(s) verwachten?
Raadslid Liesbeth Smeyers (Groen) stelt een vraag over nieuwe besparingen bij De Lijn aan schepen Walter Vangoidsenhoven:
We lezen in het artikel 'De Lijn wil 20-tal buslijnen in Leuven inkorten of minder laten rijden: "Mensen die laat reizen, zijn de pineut" | VRT NWS: nieuws' dat er weer besparingen zullen zijn bij de Lijn en dit in oa lijn 3. De aanpassingen zouden ten vroegste 1 juli ingaan, maar enkel als ze worden goedgekeurd door de Vervoerregioraad van Leuven.
2 vragen hierbij :
- gaat het enkel om lijn 3 of ook om andere lijnen die door Lubbeek passeren ? blijkbaar zou lijn 44 nu niet getroffen worden, maar wordt wel gezegd dat deze minder passagiers telt (te begrijpen als men snoeit in het aanbod), dus men kijkt hier mogelijk ook naar? .
- Wanneer is de VVR waar dit besproken zal worden (of werd dit reeds besproken?), welk standpunt gaat u daar innemen over de Lubbeekse lijnen (en zeker 3 en 44) en hoe sterk gaat u dat verdedigen?
Raadslid Ellen Lammens (cd&v) stelt een vraag over expeditie Zorg aan schepen An Wouters:
Vorige week kregen we een uitnodiging om als raadslid (opnieuw) deel te nemen aan "Expeditie zorg". Er werd ook gesproken over ruimere mogelijkheden qua data (iets wat vorig jaar beperkt was). Maar niet veel later kregen we een bericht dat het bericht enkel voor personeelsleden bedoeld was en niet voor raadsleden.
Waarom werd de beslissing genomen om raadsleden niet meer te laten deelnemen?
Raadslid Ellen Lammens (cd&v) stelt een vraag over plannen De Lijn (bis) aan schepen Walter Vangoidsenhoven:
Aansluitend bij de vraag van Liesbeth:
We vernemen dat er een nieuwe besparingsronde gepland staat bij De Lijn in onze regio:
- zijn er al officiële cijfers bekend van nieuwe tellingen die gebeurd zouden zijn?
- is er al info over de impact op de lijnen die door Lubbeek rijden?
- op 27 februari (?) is er een Vervoerregioraad waarop dit besproken wordt, wat gaat Lubbeek daar qua standpunt formuleren?
Raadslid Hilke Verheyden (Lubbeek Leeft) stelt een vraag over 'Wij zijn Pellenberg' aan schepen Gilberte Muls:
'wij zijn pellenberg' organiseert op 1 maart een dromendag. Zij nodigen daarvoor alle inwoners van Pellenberg uit. Is de gemeente hiervan op de hoogte?
De voorzitter sluit de zitting op 24/02/2026 om 22:13.
Namens gemeenteraad,
Klaas Gutschoven
Algemeen directeur
Geert Bovyn
Voorzitter