Op 30 december 2019 werd het belastingreglement " eroshuizen, bars, rendez-voushuizen en privé-clubs" door de gemeenteraad goedgekeurd.
Op 13 oktober 2020 werd een eerste aanpassing doorgevoerd naar aanleiding van opmerkingen van de toezichthoudende overheid
Op 26 maart 2024 werd de aanpassing aan het artikel 9 van het reglement, in verband met de aangiftebepaling, goedgekeurd.
Na de goedkeuring door de gemeenteraad bleek dat de aangiftetermijn tekort was en daarom wordt de aangiftedatum aangepast in die zin dat de uiterste datum voor de indiening van de aangifte ten laatste op 1 juli is en niet 1 april (termijn te kort).
Op 28 mei 2024 werd deze aanpassing goedgekeurd door de gemeenteraad.
Het is noodzakelijk om ten laste van de uitbaters van eroshuizen, rendez-voushuizen, bars en privéclubs een belasting te heffen om bij te dragen in de algemene financiering van de gemeentelijke uitgaven.
De aanwezigheid van eroshuizen, rendez-voushuizen, bars en privé-clubs op het grondgebied van de gemeente kan aanleiding geven tot activiteiten die de veiligheid, deopenbare orde en de ruste en zedelijkheid van de gemeente in het gedrang te brengen. Om dit in te perken is het noodzakelijk om deze belasting aan te houden.
De gemeente is genoodzaakt om belastingen te heffen omwille van haar financiële toestand en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden. De bedragen zijn redelijk en, gezien de financiële behoeften van de gemeente, aldus verantwoord.
Enig artikel. Het belastingreglement HUI.001.005 belasting op eroshuizen, rendez-voushuizen, bars en privé-clubs voor de aanslagjaren vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt als volgt goedgekeurd.:
Art.1. Begripsomschrijvingen
In dit belastingreglement op eroshuizen, rendez-voushuizen, bars en privé-clubs van toepassing vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt verstaan onder:
Art. 2. Definities
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder
Eroshuis of bar: iedere instelling waar personen direct of indirect, de handel gelinkt aan of geïnspireerd door erotisch gedrag, van de exploitant bevorderen, htzij door gewoonlijk met de klanten te verbruiken, hetzij door het verbruik op gelijk welke andere manier te stimuleren dan door gewoon de klanten te bedienen , te zingen of te dansen.
Dit kan worden vastgesteld doordat die huizen of inrichtingen ofwel door hun aard door uiterlijke kentekens ter kennis van voorbijgangers brengen ofwel als dusdanig bekend zijn en uit bepaalde vaststellingen en onderzoeken blijkt dat zij een dergelijke bedrijvigheid uitoefenen.
Rendez-vous huis: Iedere instelling waar personen een kamer kunnen huren voor korte verblijven, ook wel rendez-vous hotel of dag-hotel genoemd.
Dit kan worden vastgesteld doordat die huizen of inrichtingen door hun aard door uiterlijke kentekens ter kennis van voorbijgangers brengen ofwel als dusdanig bekend zijn en uit bepaalde handelingen en onderzoeken blijkt dat zij een dergelijke bedrijvigheid uitoefenen.
Privé-clubs: Iedere inrichting waarvan de toegang ofwel voorgehouden is aan bepaalde personen ofwel onderworpen is aan de vervulling van zekere formaliteiten en waar de gelegenheid wordt geboden alcoholhoudende of niet alcoholhoudende dranken te gebruiken.
Artikel 3. Belastingplichtige
De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die een eroshuis, rendez-voushuis, bar of privé-club op het grondgebied van de gemeente uitbaat.
Indien de uitbater van dit eroshuis, rendez-voushuis, bar of privé-club onbekend is, dan is de belasting respectievelijk verschuldigd door:
-de natuurlijke persoon of rechtspersoon die het pand dienende toe eros-huis, rendez-voushuis, bar of privé-club huurt
-de eigenaar van het pand dienende tot eros-huis, rendez-voushuis, bar of privé-club.
De eigenaars kunnen de nalatigheid of fout van de uitbater of hun eigen onwetendheid niet als verschoningsgrond inroepen.
Wanneer het eroshuis, rendez-voushuis, de bar of privé-club wordt geëxploiteerd door een zaakwaarnemer of een andere aangestelde, is de belasting verschuldigd door de lastgever.
Het is desgevallend de houder die moet bewijzen dat hij de bar of privé-club voor rekening van een derde voert, wiens identiteit bovendien zonder de minste betwisting moet vaststaan zo niet zal de uitbater niet ontlast worden.
Bij verandering van de aangestelde dient de lastgever hiervan aangifte te doen bij het college van burgemeester en schepenen en dit vóór de indiensttreding van de nieuwe aangestelde
Artikel 4. Berekeningsgrondslag en tarief
De belasting bedraagt 2500 per jaar per eroshuis, rendez-voushuis, bar of privé-club
De belasting is ondeelbaar. Zij is verschuldigd oor het hele aanslagjaar, ongeacht de datum van het in gebruik stellen of stopzetten van de inrichting of de overname van een bepaalde instelling.
Bij overname in de loop van een bepaald aanslagjaar is de belasting in haar geheel opnieuw verschuldigd door de nieuwe uitbater en blijft de belasting gesteld op de uitbater die de inrichting overdraagt in haar geheel behouden.
De eigenaar kan evenwel per jaar en per uitbatingsplaats, slechts éénmaal hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor de betaling van de belasting, die ten laste van de uitbater die het kohier werd opgenomen.
Artikel 5. Aangifteplicht
Elke belastingplichtige moet jaarlijks ten laatste op 1 augustus van het aanslagjaar een aangifte indienen bij het gemeentebestuur op een door het gemeentebestuur voorgeschreven aangifteformulier.
Als aangiftedatum geldt de postdatum of (bij afgifte) de datum vermeld op het ontvangstbewijs.
Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag of een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.
Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier gekregen heeft, kan dit op eenvoudig verzoek bekomen of downloaden van de gemeentelijke website.
Artikel 6. Ambtshalve belasting
Bij gebrek aan aangifte op de gestelde datum of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurig aangifte, kan de belastingplichtige ambtshalve worden ingekohierd conform de procedure voorzien in het decreet van 30 mei 2008 zoals gewijzigd.
Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de belasting is gebaseerd evenals de werkwijze van bepaling van die elementen en het bedrag van de belasting
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Op de ambtshalve ingekohierde belasting zal een van 10% van de verschuldigde belasting bij een eerste overtreding.
Bij volgende overtredingen zal een verhoging van 20%,50% of 100% worden toegepast respectievelijk een tweede, derde en vierde overtreding. Vanaf de vijfde overtreding zal de belastingverhoging 200% bedragen.
Voor de vaststelling van het tot te passen percentage van de belastingverhoging worden de vorige overtredingen niet in aanmerking genomen, wanneer geen overtredingen werden vastgesteld voor de laatste twee opeenvolgende aanslagjaren die het aanslagjaar voorafgaan waarin de nieuwe overtreding wordt vastgesteld. Een correcte aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren herstelt aldus de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige.
Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.
Artikel 7. Inkohiering
De belasting wordt gevorderd door middel van een kohier. Het kohier wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Artikel 8. Betaling
De belasting moet worden betaald binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Artikel 9. Bezwaar
Op grond van het decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.
Behoudens latere wijzigingen bepaalt het Decreet dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd zijn Het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum verzending van het aanslagbiljet.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs verstuurd, binnen vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
Artikel 10 Vestiging, invordering en geschillenprocedure
De vestiging, de invordering en de geschillenprocedure gebeuren volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 zoals gewijzigd.
Art. 11. Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 285 e.v. van het Decreet over het lokaal bestuur en is bindend vanaf 1 januari 2026.
Art. 12. Op onderhavig besluit zijn de bepalingen van het bestuurlijk toezicht, opgenomen in het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, van toepassing.
Art. 13. Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit besluit, en in het bijzonder met de voorziene bekendmaking.