Terug
Gepubliceerd op 24/12/2025

Besluit  gemeenteraad

di 23/12/2025 - 19:00

HUI.001.005 - Belastingreglement op eroshuizen, rendez-voushuizen, bars en privé-clubs - aanslagjaren 2026 - 2031 - goedkeuring

Aanwezig: Geert Bovyn, Voorzitter
Davy Suffeleers, Burgemeester - waarnemend
Gilberte Muls, Tania Roskams, Walter Vangoidsenhoven, Pascale Alaerts, An Wouters, Schepenen
Ivan Vanderzeypen, Hugo Simoens, Ellen Lammens, Liesbeth Smeyers, Pieter Verheyden, Martine Dierickx, Hilke Verheyden, Rina Robben, Ylana Van Aerschot, Tom Harding, Silvana Valente, Kristof Vanheukelom, Anneleen Devos, Pieter Willems, Reinhard Wollants, Arnout Coel, Leden
Klaas Gutschoven, Algemeen directeur
Verontschuldigd: Theo Francken, Jeroen Verbinnen, Leden
FEITEN EN CONTEXT

Op 30 december 2019 werd het belastingreglement " eroshuizen, bars, rendez-voushuizen en privé-clubs" door de gemeenteraad goedgekeurd.

Op 13 oktober 2020 werd een eerste aanpassing doorgevoerd naar aanleiding van opmerkingen van de toezichthoudende overheid

Op 26 maart 2024 werd de aanpassing aan het artikel 9 van het reglement, in verband met de aangiftebepaling, goedgekeurd.

Na de goedkeuring door de gemeenteraad bleek dat de aangiftetermijn tekort was en daarom wordt de aangiftedatum aangepast in die zin dat de uiterste datum voor de indiening van de aangifte ten laatste op 1 juli is en niet 1 april (termijn te kort).

Op 28 mei 2024 werd deze aanpassing goedgekeurd door de gemeenteraad.

JURIDISCHE GRONDEN
  • De Grondwet, meer bepaald artikel 170§4
  • Het wetboek van inkomstenbelastingen van 10 april 1992 en het invorderingswetboek van 13 april2019
  • het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
  • Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017
  • de omzendbrief BB 2008/07 van 18 juli 2008 aangaande het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen
  • De omzendbrief KB/ABB 2019/2 betreffende de gemeentefiscaliteit van 15 februari 2019
  • de beslissing van de gemeenteraad van 30 december 2019 betreffende de goedkeuring van het belastingreglement op eroshuizen, bars, rendez-voushuizen en privé-clubs - aanslagjaren 2020 - 2025
  • de beslissing van de gemeenteraad van 24 november 2020 betreffende de aanpassing van het belastingreglement op eroshuizen, bars, rendez-voushuizen en privé-clubs - 
  • de beslissing van de gemeenteraad van 26 maart 2024 betreffende de goedkeuring van de belasting op eroshuizen, bars, rendez-voushuizen en privé-clubs - aanpassing artikel 9, aangifte voor 1 april
  • de beslissing van de gemeenteraad van 28 mei 2024 betreffende de goedkeuring van de belasting op eroshuizen, bars, rendez-voushuizen en privé-clubs aanpassing artikel 9, aangifte voor 1 juli
ARGUMENTATIE

Het is noodzakelijk om ten laste van de uitbaters van eroshuizen, rendez-voushuizen, bars en privéclubs een belasting te heffen om bij te dragen in de algemene financiering van de gemeentelijke uitgaven.

De aanwezigheid van eroshuizen, rendez-voushuizen, bars en privé-clubs op het grondgebied van de gemeente kan aanleiding geven tot activiteiten die de veiligheid, deopenbare orde en de ruste en zedelijkheid van de gemeente in het gedrang te brengen. Om dit in te perken is het noodzakelijk om deze belasting aan te houden.

De gemeente is genoodzaakt om belastingen te heffen omwille van haar financiële toestand en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden. De bedragen zijn redelijk en, gezien de financiële behoeften van de gemeente, aldus verantwoord.

Publieke stemming
Aanwezig: Geert Bovyn, Davy Suffeleers, Gilberte Muls, Tania Roskams, Walter Vangoidsenhoven, Pascale Alaerts, An Wouters, Ivan Vanderzeypen, Hugo Simoens, Ellen Lammens, Liesbeth Smeyers, Pieter Verheyden, Martine Dierickx, Hilke Verheyden, Rina Robben, Ylana Van Aerschot, Tom Harding, Silvana Valente, Kristof Vanheukelom, Anneleen Devos, Pieter Willems, Reinhard Wollants, Arnout Coel, Klaas Gutschoven
Voorstanders: Geert Bovyn, Davy Suffeleers, Gilberte Muls, Tania Roskams, Walter Vangoidsenhoven, Pascale Alaerts, An Wouters, Ivan Vanderzeypen, Hugo Simoens, Ellen Lammens, Liesbeth Smeyers, Pieter Verheyden, Martine Dierickx, Hilke Verheyden, Rina Robben, Ylana Van Aerschot, Tom Harding, Silvana Valente, Kristof Vanheukelom, Anneleen Devos, Pieter Willems, Reinhard Wollants, Arnout Coel
Resultaat: Goedgekeurd met eenparigheid van stemmen.
BESLUIT

Enig artikel. Het belastingreglement HUI.001.005 belasting op eroshuizen, rendez-voushuizen, bars en privé-clubs voor de aanslagjaren vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt als volgt goedgekeurd.: 

Art.1. Begripsomschrijvingen

In dit belastingreglement op eroshuizen, rendez-voushuizen, bars en privé-clubs van toepassing vanaf 1 januari 2026 tot en met 31 december 2031 wordt verstaan onder:  

Art. 2. Definities

Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder

Eroshuis of bar: iedere instelling waar personen direct of indirect, de handel gelinkt aan of geïnspireerd door erotisch gedrag, van de exploitant bevorderen, htzij door gewoonlijk met de klanten te verbruiken, hetzij door het verbruik op gelijk welke andere manier te stimuleren dan door gewoon de klanten te bedienen , te zingen of te dansen.
Dit kan worden vastgesteld doordat die huizen of inrichtingen ofwel door hun aard door uiterlijke kentekens ter kennis van voorbijgangers brengen ofwel als dusdanig bekend zijn en uit bepaalde vaststellingen en onderzoeken blijkt dat zij een dergelijke bedrijvigheid uitoefenen.

Rendez-vous huis: Iedere instelling waar personen een kamer kunnen huren voor korte verblijven, ook wel rendez-vous hotel of dag-hotel genoemd.
Dit kan worden vastgesteld doordat die huizen of inrichtingen door hun aard door uiterlijke kentekens ter kennis van voorbijgangers brengen ofwel als dusdanig bekend zijn en uit bepaalde handelingen en onderzoeken blijkt dat zij een dergelijke bedrijvigheid uitoefenen.

Privé-clubs: Iedere inrichting waarvan de toegang ofwel voorgehouden is aan bepaalde personen ofwel onderworpen is aan de vervulling van zekere formaliteiten en waar de gelegenheid wordt geboden alcoholhoudende of niet alcoholhoudende dranken te gebruiken.

Artikel 3. Belastingplichtige

De belasting is verschuldigd door de natuurlijke of rechtspersoon die een eroshuis, rendez-voushuis, bar of privé-club op het grondgebied van de gemeente uitbaat.

Indien de uitbater van dit eroshuis, rendez-voushuis, bar of privé-club onbekend is, dan is de belasting respectievelijk verschuldigd door:
-de natuurlijke persoon of rechtspersoon die het pand dienende toe eros-huis, rendez-voushuis, bar of privé-club huurt
-de eigenaar van het pand dienende tot eros-huis, rendez-voushuis, bar of privé-club.

De eigenaars kunnen de nalatigheid of fout van de uitbater of hun eigen onwetendheid niet als verschoningsgrond inroepen.

Wanneer het eroshuis, rendez-voushuis, de bar of privé-club wordt geëxploiteerd door een zaakwaarnemer of een andere aangestelde, is de belasting verschuldigd door de lastgever.

Het is desgevallend de houder die moet bewijzen dat hij de bar of privé-club voor rekening van een derde voert, wiens identiteit bovendien zonder de minste betwisting moet vaststaan zo niet zal de uitbater niet ontlast worden.

Bij verandering van de aangestelde dient de lastgever hiervan aangifte te doen bij het college van burgemeester en schepenen en dit vóór de indiensttreding van de nieuwe aangestelde

Artikel 4. Berekeningsgrondslag en tarief

De belasting bedraagt 2500 per jaar per eroshuis, rendez-voushuis, bar of privé-club

De belasting is ondeelbaar. Zij is verschuldigd oor het hele aanslagjaar, ongeacht de datum van het in gebruik stellen of stopzetten van de inrichting of de overname van een bepaalde instelling.

Bij overname in de loop van een bepaald aanslagjaar is de belasting in haar geheel opnieuw verschuldigd door de nieuwe uitbater en blijft de belasting gesteld op de uitbater die de inrichting overdraagt in haar geheel behouden.

De eigenaar kan evenwel per jaar en per uitbatingsplaats, slechts éénmaal hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor de betaling van de belasting, die ten laste van de uitbater die het kohier werd opgenomen.

Artikel 5. Aangifteplicht

Elke belastingplichtige moet jaarlijks ten laatste op 1 augustus van het aanslagjaar een aangifte indienen bij het gemeentebestuur op een door het gemeentebestuur voorgeschreven aangifteformulier.

Als aangiftedatum geldt de postdatum of (bij afgifte) de datum vermeld op het ontvangstbewijs.

Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag of een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.

Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier gekregen heeft, kan dit op eenvoudig verzoek bekomen of downloaden van de gemeentelijke website.

Artikel 6. Ambtshalve belasting

Bij gebrek aan aangifte op de gestelde datum of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurig aangifte, kan de belastingplichtige ambtshalve worden ingekohierd conform de procedure voorzien in het decreet van 30 mei 2008 zoals gewijzigd.

Vooraleer over te gaan tot de ambtshalve vaststelling van de belasting, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de belasting is gebaseerd evenals de werkwijze van bepaling van die elementen en het bedrag van de belasting

De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.

Op de ambtshalve ingekohierde belasting zal een van 10% van de verschuldigde belasting bij een eerste overtreding.

Bij volgende overtredingen zal een verhoging van 20%,50% of 100% worden toegepast respectievelijk een tweede, derde en vierde overtreding. Vanaf de vijfde overtreding zal de belastingverhoging 200% bedragen.

Voor de vaststelling van het tot te passen percentage van de belastingverhoging worden de vorige overtredingen niet in aanmerking genomen, wanneer geen overtredingen werden vastgesteld voor de laatste twee opeenvolgende aanslagjaren die het aanslagjaar voorafgaan waarin de nieuwe overtreding wordt vastgesteld. Een correcte aangifte gedurende twee opeenvolgende jaren herstelt aldus de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige.

Het bedrag van deze verhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.

Artikel 7. Inkohiering

De belasting wordt gevorderd door middel van een kohier. Het kohier wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.

Artikel 8. Betaling

De belasting moet worden betaald binnen de twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.

Artikel 9. Bezwaar

Op grond van het decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.

Behoudens latere wijzigingen bepaalt het Decreet dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd zijn Het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum verzending van het aanslagbiljet.

Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs verstuurd, binnen vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.

Artikel 10 Vestiging, invordering en geschillenprocedure

De vestiging, de invordering en de geschillenprocedure gebeuren volgens de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 zoals gewijzigd.

Art. 11.  Dit reglement wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 285 e.v. van het Decreet over het lokaal bestuur en is bindend vanaf 1 januari 2026.

Art. 12. Op onderhavig besluit zijn de bepalingen van het bestuurlijk toezicht, opgenomen in het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, van toepassing.

Art. 13. Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van dit besluit, en in het bijzonder met de voorziene bekendmaking.