Het reglement 'omslagbelasting op de klei- en zandgroeven' dat op 25 mei 2021 werd goedgekeurd door de gemeenteraad loopt af op 31 december 2025.
Er wordt voorgesteld om een nieuw reglement goed te keuren dat loopt van 1 januari 2026 tem. 31 december 2031.
De grondwet (7 februari 1931), artikel 170§4
Het decreet over het lokaal bestuur (22 december 2017)
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28 mei 2010 en 17 februari 2012.
De beslissing van de gemeenteraad van 21 mei 2021: Omslagbelasting op de klei- en zandgroeven - aanslagjaren 2021 tot en met 2025.
Het belastingreglement op groeven voor de aanslagjaren 2021 tot en met 2025, zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 21 mei 2021, vervalt op 31 december 2025.
De ontginningen zorgen voor redelijk wat belasting voor de gemeente en de gemeente draagt daar ook de kost van. Dit zwaar vervoer belast onze wegen en deze moeten door de gemeente ook onderhouden worden.
De gemeente is genoodzaakt om belastingen te heffen omwille van haar financiële toestand en de noodzaak om het budget in evenwicht te houden. De bedragen zijn redelijk en, gezien de financiële behoeften van de gemeente, aldus verantwoord.
Artikel 1. Het belastingreglement op groeven goed te keuren voor de aanslagjaren 2026-2031
Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse gemeentelijke omslagbelasting gevestigd voor een totaalbedrag van 8.500,00 euro ten laste van de uitbaters van de klei- en/of zandgroeven die op het grondgebied van de gemeente uitgebaat worden en die de winning van klei en/of zand tot doel hebben.
De belasting wordt over de betrokken bedrijven omgeslagen in verhouding tot de productie in de gemeente tijdens het jaar dat het aanslagjaar voorafgaat.
Elke belastingplichtige moet jaarlijks ten laatste op 1 juli van het aanslagjaar een aangifte indienen bij het gemeentebestuur op een door het gemeentebestuur voorgeschreven
aangifteformulier. Als aangiftedatum geldt de postdatum of (bij afgifte) de datum vermeld op het ontvangstbewijs. Valt de uiterste indieningsdatum op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de vervaldag verplaatst naar de eerstvolgende werkdag.
Een belastingplichtige die niet spontaan een aangifteformulier gekregen heeft, kan dit op eenvoudig verzoek bekomen.
Bij gebrek aan aangifte binnen de in artikel 3 gestelde termijn, of ingeval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belastingplichtige ambtshalve worden belast. In geval van een ambtshalve aanslag wordt de belasting gevestigd op basis van de gegevens waarover het gemeentebestuur beschikt.
Voor de belasting ambtshalve wordt gevestigd, brengt het college van burgemeester en schepenen de belastingplichtige met een aangetekende brief op de hoogte van de redenen waarom ze gebruik maakt van deze procedure, de elementen waarop de belasting is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van die elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig kalenderdagen te rekenen vanaf de derde werkdag die volgt op de verzending van die kennisgeving om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
De ambtshalve ingekohierde belasting wordt verhoogd als volgt:
o 10 % bij een eerste overtreding;
o 25 %, 50 % en 100 % bij respectievelijk een tweede, derde en vierde overtreding, met dien verstande dat vanaf het jaar waarin de aangifte correct en tijdig werd ingediend
de goede trouw in hoofde van de belastingplichtige volledig hersteld wordt;
o Vanaf de vijfde opeenvolgende overtreding zal de belastingverhoging 200 % van de ambtelijk in te kohieren belasting bedragen.
Het bedrag van deze belastingverhoging wordt gelijktijdig en samen met de ambtshalve belasting ingekohierd.
De belasting wordt gevestigd door middel van een kohier dat vastgesteld en uitvoerbaar verklaard wordt door het college van burgemeester en schepenen.
De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Op grond van het Decreet van 30 mei 2008 en volgens de daar beschreven voorwaarden kan tegen deze belasting een bezwaar ingediend worden bij het college van burgemeester en schepenen.
Behoudens latere wijzigingen bepaalt het Decreet dat het bezwaar schriftelijk moet worden ingediend, en ondertekend en gemotiveerd moet zijn. Het moet op straffe van verval worden ingediend binnen een termijn van drie maanden te rekenen vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet.
Het bezwaar kan via een duurzame drager worden ingediend indien het college van burgemeester en schepenen in deze mogelijkheid voorziet.
Van het bezwaarschrift wordt een ontvangstbewijs verstuurd, binnen vijftien kalenderdagen na de indiening ervan.
De toezichthoudende overheid wordt op de hoogte gebracht overeenkomstig artikel 330 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.
Het belastingreglement wordt afgekondigd en bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 § 1 en 287 van het Decreet over het Lokaal Bestuur.
Dit belastingreglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Art. 2. Van dit belastingreglement wordt melding gemaakt bij de toezichthoudende overheid overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur. Het belastingreglement wordt overeenkomstig artikel 286, 287 en 288 van het decreet over het lokaal bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.