Op 18/12/2013 werd er een belasting op het verspreiden van niet-geadresseerd (reclame)drukwerk voor de aanslagjaren 2014 - 2019 goedgekeurd.
Het is nodig om deze belasting aan te houden om de verspreiders bewuster te maken over de hoeveelheden van reclamedrukwerk die ze verdelen en ze doen na te denken over alternatieve manieren om de reclameboodschap over te brengen en de hoeveelheid afval te verminderen. Zo moet er minder afval opgehaald, afgevoerd en verwerkt moet worden.
Artikel 40, 285, 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur;
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
De omzendbrief KB/ABB 2019/02 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
Het decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Materialendecreet);
Het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA);
De gemeente wenst de afvalberg te verminderen. Om deze papierfractie gevoelig te verminderen voert de gemeente een belasting in op de verspreiding van niet-geadresseerd drukwerk. De verspreiders van dit drukwerk en gelijkgestelde producten zullen een belasting betalen op basis van het gewicht en het aantal verspreide exemplaren. Het doel is om deze verspreiders bewuster te maken en te doen nadenken over de hoeveelheid van reclamedrukwerk die ze verdelen en over alternatieve manieren om de reclameboodschap over te brengen, en om zo de hoeveelheid afval te verminderen. Zo moet er minder afval opgehaald, afgevoerd en verwerkt moet worden.
Reclamedrukwerken en daarmee gelijkgestelde producten worden, vaak ongelezen, bij het op te halen papier gedeponeerd, wat leidt tot een verhoging van de papierophalingskosten. De meerkost van deze arbeidsintensieve papierophaling dient ten laste gelegd te worden van de uitgevers en de verspreiders van de reclame en producten.
Het opleggen van een belasting op de verspreiding van drukwerk recupereert een deel van de kosten.
Bovendien creëert een belasting een ontradend effect op het uitgeven van dergelijk drukwerk, waardoor het volume van de afvalberg en de ophaal- en verwerkingskost worden verminderd.
Een belasting met een differentiatie op basis van het gewicht van het drukwerk en rekening houdend met het aantal verspreide exemplaren komt het best tegemoet aan het opzet en doel ervan.
De ontvangst is voorzien in het meerjarenplan onder budgetsleutel: GBB/002-20/7342400
Het is gerechtvaardigd een billijke financiële tussenkomst te vragen van alle belanghebbenden op het grondgebied van de gemeente, gelet op de financiële toestand van de gemeente en de wettelijke verplichting om een financieel evenwicht te handhaven.
Enig artikel. Het belastingreglement FIN.001.002_Belasting op het verspreiden van ongeadresseerde (reclame)drukwerk en van daarmee gelijkgestelde producten - aanslagjaren 2026 tot en met 2031, vanaf 1 januari 2026 als volgt vast te stellen:
“Artikel 1. Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een jaarlijkse gemeentebelasting gevestigd op de verspreiding van niet-geadresseerde drukwerken met handelskarakter en van gelijkgestelde producten, ongeacht of ze in brievenbussen worden gedeponeerd of op de openbare weg worden verspreid.
Art.2. Onder drukwerk met handelskarakter wordt verstaan:
-elke publicatie die er toe strekt bekendheid te geven aan commerciële activiteiten, handelszaken, merknamen en andere elementen en die erop gericht is een potentieel cliënteel er toe te bewegen om de diensten en/of producten van de adverteerder te gebruiken, te verbruiken of aan te kopen.
Onder gelijkgestelde producten wordt onder meer verstaan :
-alle stalen en reclamedragers, die diensten, producten of transacties doen gebruiken, die doen verbruiken of aankopen en door de adverteerder aangeboden worden.
Onder verspreiding wordt verstaan:
-het op het grondgebied van de gemeente (of een deel daarvan) achterlaten van drukwerk met handelskarakter in de brievenbussen van de bestemmeling.
Collectieve adresaanduiding per straat of gedeeltelijke adresvermelding wordt niet beschouwd als zijnde geadresseerd.
Art.3. De belasting wordt vastgesteld op:
Categorie 1 : 0,020 euro per verspreid exemplaar tot en met 50 gram.
Categorie 2 : 0,040 euro per verspreid exemplaar van meer dan 50 gram tot en met 100 gram.
Categorie 3 : 0,050 euro per verspreid exemplaar van meer dan 100 gram.
Per verspreiding bedraagt de heffing minimum 50,00 euro
Indien verscheidene drukwerken met handelskarakter samen worden verspreid zonder dat ze op een permanente of vaste wijze één geheel vormen, wordt ieder drukwerk met handelskarakter als een apart exemplaar beschouwd.
Als één geheel vormend wordt beschouwd de drukwerken die ofwel in een catalogus of een blaadje zijn opgenomen ofwel aan mekaar geniet of geplakt zijn ofwel op iedere andere wijze zijn samengebracht waardoor de drukwerken met handelskarakter niet losbladig zijn.
Indien verscheidene drukwerken met handelskarakter die qua vorm, kleur, lay-out of ander stijlkenmerk als afzonderlijk kunnen worden beschouwd en waarbij de meerderheid van de verscheidene drukwerken met handelskarakter elk afzonderlijk toebehoren aan afzonderlijke adverteerders, op een in het vorige lid vermelde wijze zijn samengebracht en waarbij het geheel geen eenheid qua vorm, kleur, lay-out of ander stijlkenmerk vertoont, wordt ieder van die afzonderlijke drukwerken met handelskarakter als een apart exemplaar beschouwd.
Art.4. De belasting is verschuldigd door de fysieke persoon of rechtspersoon die de opdracht gaf aan de drukker om te drukken, of die opdracht gaf om het gelijkgestelde product te produceren.
Wanneer deze persoon geen aangifte heeft gedaan overeenkomstig artikel 5 of niet gekend is, is de belasting verschuldigd door de persoon die op het drukwerk als verantwoordelijke uitgever wordt vermeld.
De drukker en de fysieke of rechtspersoon onder wiens naam, handelsnaam, logo of embleem het drukwerk of product wordt verspreid zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de belasting.
Art.5. De belasting is niet verschuldigd door:
- openbare diensten en daarmee gelijkgestelde inrichtingen;
- onderwijsinstellingen;
- sociale, caritatieve, culturele, sportieve, filosofische, religieuze en politieke verenigingen;
- handelaars die hinder ondervinden naar aanleiding van grote infrastructuurwerken in de gemeente met een duur van meer dan twee maanden. Deze vrijstelling is van toepassing voor de volledige duur van de hinder, de maand vóór en na de hinder inbegrepen. Deze vrijstelling geldt enkel voor zover de publiciteit uitsluitend gericht is op de vestiging die hinder ondervindt van de infrastructuurwerken.
Van de belasting zijn vrijgesteld:
- vier verspreidingen van drukwerk met handelskarakter beperkt tot 50 gram. Deze vier vrijstellingen gelden enkel voor de eerste vier verspreidingen tijdens een kalenderjaar van een drukwerk dat voldoet aan de voorwaarde tot vrijstelling;
- regionale pers: Als regionale pers wordt beschouwd de periodiek verschijnende publicaties die het lokaal nieuws inzake cultuur, sport én politiek mededelen en waarvan minder dan de helft van de inhoud ingenomen wordt door reclame.
Art.6. De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier dat wordt vastgesteld en uitvoerbaar verklaard door het college van burgemeester en schepenen.
Art.7. De belastingplichtige moet binnen de veertien dagen na de verspreiding aangifte doen bij het gemeentebestuur. Deze aangifte bevat alle noodzakelijke inlichtingen voor het vestigen van de aanslag en een specimen van het verspreide drukwerk of het gelijkgesteld product.
Art.8. Bij gebrek aan aangifte binnen de in de in artikel 7 gestelde termijn, of in geval van onjuiste, onvolledige of onnauwkeurige aangifte vanwege de belastingplichtige, kan de belastingplichtige ambtshalve worden opgenomen in het kohier, overeenkomstig de bepalingen van artikel 7 van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van de provincie- en gemeentebelastingen.
Vooraleer wordt overgegaan tot de ambtshalve vaststelling van de belastingaanslag, betekent het college van burgemeester en schepenen aan de belastingplichtige, per aangetekend schrijven, de motieven om gebruik te maken van deze procedure, de elementen waarop de aanslag is gebaseerd evenals de wijze van bepaling van deze elementen en het bedrag van de belasting.
De belastingplichtige beschikt over een termijn van dertig dagen te rekenen van de derde werkdag die volgt op de verzending van die betekening om zijn opmerkingen schriftelijk voor te dragen.
Art.9. Wanneer de aanslag ambtshalve gevestigd wordt zullen de niet-geadresseerde drukwerken met handelskarakter en gelijkgestelde producten geacht worden te zijn verdeeld per deelgemeente, waarbij het aantal brievenbussen forfaitair bepaald wordt als volgt:
|
(deel)gemeente |
postcode |
aantal brievenbussen |
|
Lubbeek |
3210 |
2.848 |
| Linden |
3210 |
2.408 |
| Pellenberg |
3212 |
1.001 |
| Binkom |
3211 |
715 |
| Totaal aantal brievenbussen |
6.972 |
|
Art.10. Onvolledige verspreiding van de drukwerken waarvan aangifte werd gedaan bij het gemeentebestuur geeft geen aanleiding tot belastingvermindering.
Art.11. Op de ambtshalve opname in het kohier van de belasting zal een belastingverhoging van 20%, 50%, 100% of 200% worden toegepast al naargelang het een eerste, een tweede, een derde of een vierde (en volgende) overtredingen betreft. Deze verhoging zal afzonderlijk in het kohier en op het aanslagbiljet worden vermeld.
Art.12. De belasting moet betaald worden binnen twee maanden na verzending van het aanslagbiljet.
Art.13. Bij niet betaling geschiedt de invordering der belastingen overeenkomstig de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, gewijzigd bij decreten van 28 mei 2010 en 17 februari 2012.
Art.14. De belastingschuldige (of zijn vertegenwoordiger) kan tegen zijn aanslag een bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen. Het bezwaar moet schriftelijk, ondertekend en gemotiveerd worden ingediend.
De indiening moet, op straffe van verval, gebeuren binnen een termijn van drie maanden vanaf de derde werkdag volgend op de datum van verzending van het aanslagbiljet waarop de bezwaartermijn vermeld staat of vanaf de kennisgeving van de aanslag.
Op basis van Art.9 van het decreet van 30 mei 2008, betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, is het voor de gemeente niet langer verplicht om voor elk bezwaar een hoorzitting te organiseren.
Alleen als bij het indienen van het bezwaar de belastingschuldige hiernaar uitdrukkelijk vraagt bij middel van een duurzame drager (brief, elektronische informatiedrager, fax of e-mail), vindt er de nog een hoorzitting plaats. Het college van burgemeester en schepenen zal ten gepaste tijde datum en het uur meedelen. De bevoegde overheid handelt als administratieve overheid, bezwaren over de wettigheid van de verordening worden niet behandeld.
Het college van burgemeester en schepenen of een personeelslid dat speciaal daarvoor is aangewezen, stuurt binnen vijftien kalenderdagen na de indiening van het bezwaarschrift een ontvangstmelding enerzijds naar de belastingplichtige en, in voorkomend geval, zijn vertegenwoordiger en anderzijds naar de financieel beheerder. De ontvangstmelding kan via een duurzame drager worden gestuurd.
De beslissingstermijn voor de bevoegde overheid bedraagt zes maanden, eventueel te verlengen met drie maanden in geval van ambtshalve vestiging.
De belastingplichtigen kunnen de verbetering aanvragen van materiële vergissingen, zoals dubbele aanslag, rekenfouten, enz., zolang de gemeenterekening van het aanslagjaar waarop de belasting betrekking heeft, niet goedgekeurd werd.
Art.15. Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van het decreet van 30 mei 2008, zijn de bepalingen van titel VII, hoofdstukken 1, 3, 4, 6 tot en met 9bis, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en de artikelen 126 tot en met 175 van het uitvoeringsbesluit van het Wetboek van de inkomstenbelastingen van toepassing voor zover zij niet specifiek de belastingen op de inkomsten betreffen.
Art.16. Deze belasting treedt in werking vanaf 1 januari 2026.
Art.17. Deze beslissing wordt bekend gemaakt overeenkomstig artikels 285, 286 en 287 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017.
Art.18. Een afschrift van dit besluit wordt toegezonden aan de toezichthoudende overheid.