De voorzitter opent de zitting op 23/06/2026 om 20:32.
De notulen van de gemeenteraad op 26 mei 2026 dienen goedgekeurd te worden.
De nieuwe gemeentewet;
Het decreet over het Lokaal Bestuur;
De gemeenteraad dient de notulen goed te keuren.
Enig artikel. De gemeenteraad keurt de notulen van 26 mei 2026 goed.
De jaarrekening vormt het sluitstuk van de jaarlijkse cyclus, waarbij gerapporteerd wordt over de inhoudelijke realisaties, de financiële gevolgen van het gevoerde beleid op budgettair en algemeen boekhoudkundig vlak en de totale financiële toestand van de gemeente en het OCMW. De verschillende deelrapporten zoals voorgeschreven in de BBC-regelgeving maken samen de jaarrekening uit.
De jaarrekening bestaat uit een beleidsevaluatie, een financiële nota en een toelichting. Zodra het bestuur het ontwerp van de jaarrekening aan de raadsleden bezorgt, stelt het hen ook de bijbehorende documentatie ter beschikking. Deze documentatie biedt de raadsleden achtergrondinformatie bij de jaarrekening.
Vanaf het meerjarenplan 2020-2025 maken de gemeente en haar OCMW geïntegreerde beleidsrapporten. In die context heeft het geen zin om nog een gemeentelijke bijdrage aan het OCMW te berekenen en te tonen in de beleidsrapporten. Beide besturen moeten het eens zijn over de te bereiken doelstellingen en de financiële haalbaarheid van hun gezamenlijk beleid. Conform artikel 274 van het decreet over het lokaal bestuur dient de gemeente er echter wel voor te zorgen dat het OCMW steeds zijn financiële verplichtingen kan nakomen. De regelgeving legt geen berekeningswijze, timing of procedure vast om het bedrag van de gemeentelijke tussenkomst vast te stellen. Er werden tussen gemeente en OCMW geen vaste afspraken gemaakt over de wijze waarop het bedrag van de tussenkomst wordt bepaald. Dit houdt in dat het bedrag dat in de beslissing over de jaarrekening is opgenomen het voorstel van het uitvoerend orgaan is. Indien de raden hierover dus geen afzonderlijk besluit nemen, is die beslissing impliciet vervat in de beslissing over de vaststelling van de jaarrekening waarin de tussenkomst in kwestie verwerkt is. Er wordt voorgesteld om het bedrag van de gemeentelijke tussenkomst vast te stellen op het bedrag gelijk aan het verschil tussen het totaal van de opbrengsten en het totaal van de kosten van het boekjaar van het OCMW. Deze boeking is aangewezen om te vermijden dat het OCMW op termijn een negatief netto-actief zou krijgen. Dit is alzo verwerkt in de jaarrekening 2025. Deze berekeningswijze zullen wij ook voor de komende jaren hanteren conform de beslissing van de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn van 29/06/2021 aangaande de jaarrekening 2020.
De gemeente en haar OCMW vormen samen één rapporteringsentiteit en maken een geïntegreerde jaarrekening. Juridisch blijven het echter twee afzonderlijke entiteiten. Daarom stemmen de gemeenteraad en de raad voor maatschappelijk welzijn elk over hun deel van de gezamenlijke jaarrekening. Slechts in een aantal onderdelen van de jaarrekening komen de cijfers van de gemeente en het OCMW apart tot uiting: schema J3 (realisatie van de kredieten) en het schema T5 (de toelichting bij de balans - deel nettoactief). In de bewoordingen van artikel 249 §3 van het decreet lokaal over het lokaal bestuur wordt expliciet gesproken over het 'deel van het OCMW' en 'het deel van de gemeente'. Dit is vooral om duidelijk te maken dat de raad voor maatschappelijk welzijn eigenlijk geen uitspraak kan doen (of afzonderlijk kan stemmen) over elementen in de beleidsrapporten die exclusief tot de bevoegdheid van de gemeente behoren zoals bijvoorbeeld belastingen. De beslissing van de raad voor maatschappelijk welzijn over het OCMW heeft dus enkel betrekking op de transacties van het OCMW die impliciet in de geïntegreerde jaarrekening zijn opgenomen. Hetzelfde geldt over de beslissing van de gemeenteraad over het deel van de gemeente. Daarna keurt de gemeenteraad het deel van de jaarrekening zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn goed en stelt zo de gezamenlijke jaarrekening van de gemeente en het OCMW definitief vast. Dat is nodig omdat de gemeente er nog steeds voor moet zorgen dat het OCMW zijn financiële verplichtingen kan voldoen. In theorie zou de gemeenteraad het deel van het OCMW niet kunnen goedkeuren als ze van oordeel is dat de financiële belangen van de gemeente worden geschaad.
De jaarrekening 2025 voor gemeente en OCMW wordt afgesloten met volgende resultaten:
- balanstotaal: 99.035.799 EUR
- overschot van het boekjaar - algemene boekhouding: -496.905 EUR
- beschikbaar budgettair resultaat: 18.337.279 EUR
- autofinancieringsmarge: 4.897.292 EUR
Het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017, in het bijzonder de artikelen 171, 176, 249, 250, 251, 252, 260, 261, 262 en 274.
Het besluit van de Vlaamse regering van 30 maart 2018 betreffende de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen, en de latere wijzigingen.
Het ministerieel besluit van 26 juni 2018 tot vaststelling van de modellen en de nadere voorschriften van de beleidsrapporten, de rekeningstelsels en de digitale rapportering van de beleids- en beheerscyclus van de lokale besturen.
Artikel 1. De gemeenteraad stelt de jaarrekening 2025 gemeente en OCMW voor het deel gemeente vast.
Art. 2. De gemeenteraad keurt het deel OCMW van de jaarrekening 2025 gemeente en OCMW zoals vastgesteld door de raad voor maatschappelijk welzijn goed.
Art. 3. De gemeenteraad stelt de gezamenlijke jaarrekening van de gemeente en OCMW definitief vast.
Art. 4. Het raadsbesluit zal conform de betreffende toezichtregeling aan de toezichthoudende overheid worden toegezonden.
Art. 5. De documenten van de jaarrekening 2025 gemeente en OCMW zullen via het digitaal loket aan de toezichthoudende overheid gerapporteerd worden.
Art. 6. De jaarrekening 2025 wordt binnen de 10 dagen na de vaststelling gepubliceerd op de website met de publicatiedatum.
Op 1 februari 2026 levert de leerlingentelling het aantal gesubsidieerde lestijden voor de basisomkadering en vormt de personeelsformatie van het schooljaar 2026-2027.
Om het volgende schooljaar in de mate van het mogelijke in optimale omstandigheden te kunnen starten, vraag ik in naam van alle leerkrachten, kinderen en hun ouders een aantal uren extra aan.
Volgens de berekening zal de school waarschijnlijk beschikken over volgende lestijden:
Met de vooropgestelde prognose van het lestijdenpakket heeft de school onvoldoende gesubsidieerde lestijden voor een optimale organisatie van het schooljaar
2026 - 2027. Daardoor vraagt de school
De school krijgt in 2026 extra middelen van de overheid. Deze middelen dienen, bij voorkeur, om extra lestijden (personeel) te voorzien. Deze middelen zijn gekleurde middelen. Dit wil zeggen dat je deze middelen moet inzetten voor wat ze bedoeld zijn. De middelen die SCHOOL3212 extra gegenereerd in 2026 voor aanvangsbegeleiding bedragen 2000.85 euro. De middelen die SCHOOL3212 extra gegenereerd in 2026 voor 'Ieder kind taalheld bedragen 5492 euro. Het totaal van deze middelen bedraagt voor SCHOOL3212 : 7492.85 euro. Omgerekend in lestijden komt dit neer op 5/24.
Om deze middelen te kunnen gebruiken dienen deze geprefinancierd te worden via de PWB-uren. Concreet wil dit zeggen dat de middelen van de overheid 5/24 van de gevraagde 19/24 PWB-uren bedragen. De tussenkomst van de gemeente verkleint hierdoor.
Bijgevoegd zijn de berekening, het voorstel en de motivatie van schooldirecteur Kristien Clits GBS "SCHOOL3212" te vinden.
Decreet Lokaal Bestuur
Wet van 29 mei 1959 artikel 5 van het Koninklijk Besluit mei 1965, gewijzigd bij Koninklijk Besluit 6 maart 1967
Besluit van de Vlaamse regering 1 april 1993
BaO/2003/02 18 april 2003 "Hertekening onderwijslandschap basisonderwijs"
Besluit Vlaamse Regering 23 mei 1996
Decreet Basisonderwijs 25 februari 1997
Om werkbaar werk, zowel voor de personeelsleden als voor de leerlingen, mogelijk te maken en om te kunnen inspelen op de noden van het hedendaags onderwijs waarin differentiatie en onderwijs op maat van elke leerling nagestreefd worden, zijn volgende lestijden nodig:
De 12/36 gevraagde uren personeelswerkingsbudget ICT-coördinator zijn voor de 3 gemeentelijke basisscholen nodig om de digisprong in al zijn aspecten verder vorm te geven.
De uitgaven worden voorzien in het exploitatie- en investeringsbudget 2019.
| Actienummer |
GBB |
| Beleidscode (omschrijving en nummer) | 0800-03 |
| Algemene rekening + omschrijving | 6170000 Uitzendkrachten en personen ter beschikking gesteld van het bestuur (PWB-uren) |
| Bedrag uitgave inclusief BTW | +/- €47 000,00 |
| Aannemer/leverancier/instantie | Toegestane werkingssubsidies aan andere overheidsinstellingen: PWB-uren terugvorderingen |
| Geraamde inkomsten of subsidies in het budgetjaar | geen |
Enig artikel. Het dossier betreffende het lestijden- en puntenpakket, de bijkomende personeelswerkingsbudget lestijden voor schooljaar 2026 - 2027 van GBS SCHOOL3212 voor te leggen aan de gemeenteraad van 26 mei 2026 als volgt:
Viktor Scheys en Dieter Schrevens, respectievelijk voorzitter en secretar¡s van vzw Jeugdlokalen Lubbeek, Binkomstraat 12A, 3210 Lubbeek, hebben een officiële aanvraag tot de verwerving van een investeringssubsidie ingediend.
Het betreft een aanvraag voor het subsidiëren van de volgende werken:
- het gebouw opnieuw in overeenstemming brengen met de brandveiligheidsvoorschriften van het nieuwe Vlaamse logiedecreet:
- realiseren van een nieuwe deuropening op de tweede verdieping;
- installatie van een gecertificeerde paniekdeur;
- montage van een brandtrap aan de zijkant van het gebouw;
- installatie van een vernieuwde brandmeldingscentrale;
- installeren van brandwerende binnendeuren.
Het bedrag voor deze werken wordt geraamd op 35.724,35 euro (excl. BTW).
Voor de voorziene investering ten bedrage van 43.226,46 euro (incl. BTW) kan volgens Art. 6§2 van het "Reglement betreffende gewone onderhouds- en werkingskosten en investeringen aangaande plaatselijke jeugdwerkinitiatieven", een toelage van maximum 38.903,81 euro verkregen worden.
Decreet Lokaal Bestuur.
De nieuwe gemeentewet.
Betoelagingsreglement gewone onderhouds- & werkingskosten en investeringen aangaande plaatselijke jeugdwerkinitiatieven, goedgekeurd door de gemeenteraad van 27 augustus 2003, gewijzigd door de beslissingen van de gemeenteraad van 26 mei 2010 en 29 augustus 2012.
Beslissing van de gemeenteraad van 13 maart 1991: controle op de toekenning en op de aanwending van sommige toelagen en aangepast in de zitting van24 april 1991.
Brandveiligheid: het is opportuun om het gebouw in overeenstemming te brengen met de brandveiligheidsvoorschriften van het vernieuwde Vlaams logiedecreet, aangezien er heel wat jongerenactiviteiten en groepsovernachtingen plaatsvinden.
Op 25 februari 2026 werd het brandveiligheidsattest B voor toeristische logies ondertekend door de burgemeester wnd. Deze voorlopige toelating van 1 jaar tot het verhuren van de infrastructuur voor overnachtingen werd ontleend op voorwaarde dat de uitbater een stappenplan opstelde om de vastgestelde tekortkomingen aangaande brandveiligheid weg te werken. Het indienen van dit investeringsdossier is hiervan het rechtstreekse vervolg.
Het dossier werd opgesteld in samenspraak met de deskundige van de preventiedienst Hulpverleningszone Oost Vlaams-Brabant.
De uitgaven worden voorzien in het exploitatie- en investeringsbudget.
| Actienummer |
GBB/2027 |
| Beleidscode (omschrijving en nummer) | 0750-00 - Jeugdsector- en verenigingsondersteuning |
| Algemene rekening + omschrijving | 6640000 - Toegestane investeringssubsidies |
| Bedrag uitgave inclusief BTW | maximum 90% van 43.226,46 euro |
| Aannemer/leverancier/instantie | Toelage aan vzw Jeugdlokalen Lubbeek |
| Geraamde inkomsten of subsidies in het budgetjaar | - |
Enig artikel. Een investeringstoelage ten bedrage van 38.903,81 euro te voorzien in het meerjarenplan 2027 voor vzw Jeugdlokalen Lubbeek, Binkomstraat 12A, 3210 Lubbeek voor het uitvoeren van volgende werken:
- het gebouw opnieuw in overeenstemming brengen met de brandveiligheidsvoorschriften van het nieuwe Vlaamse logiedecreet:
- realiseren van een nieuwe deuropening op de tweede verdieping;
- installatie van een gecertificeerde paniekdeur;
- montage van een brandtrap aan de zijkant van het gebouw;
- installatie van een vernieuwde brandmeldingscentrale;
- installeren van brandwerende binnendeuren.
De Vlaamse overheid streeft naar een geïntegreerd aanbod van buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA) voor alle kinderen en gezinnen. Dat wil zeggen dat alle lokale spelers (onderwijs, welzijn, cultuur, jeugd, sport, …) zo goed mogelijk samenwerken. Het lokaal bestuur heeft de regie in handen en stippelt met de verschillende partners een lokaal buitenschools beleid uit.
Het decreet heeft drie doelstellingen:
- We geven kinderen speelmogelijkheden en ontplooiingskansen, maar ook keuzevrijheid en recht op rust.
- We bieden ouders de mogelijkheid om werk, opleiding en gezin vlot te combineren.
- We creëren een aanbod buitenschoolse opvang en activiteiten dat toegankelijk en betaalbaar is voor iedereen. Het draagt op die manier bij tot een harmonieuze samenleving.
De gemeente Lubbeek erkent organisaties als lokaal buitenschools opvanginitiatief, volgens de voorwaarden opgenomen in het lokaal erkenningskader. Dit is in lijn met het Vlaams Decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en activiteiten, afgekort BOA.
Vanaf 1 september 2026 zal het lokaal bestuur instaan voor het erkennen en handhaven van een aanbod kleuteropvang en van de opvang lager onderwijs.
Het erkenningskader bepaalt de voorwaarden voor deze erkenning en de procedure voor aanvraag en handhaving.
Het erkenningskader buitenschoolse opvang en activiteiten omvat voorwaarden binnen zes beleidsdomeinen van het Vlaams kwaliteitskader:
- Organisatorisch beleid
- Pedagogisch beleid
- Medewerkersbeleid
- Toegankelijkheid
- Monitoring en evaluatie
- Verbondenheid
Decreet Lokaal Bestuur
De nieuwe gemeentewet
Decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten en latere wijzigingen
Besluit van de Vlaamse regering van 9 juli 2021 tot uitvoering van het decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten en latere wijzigingen
Geen financiële gevolgen
Artikel 1. Het erkenningskader Buitenschoolse Opvang en Activiteiten, als volgt goed te keuren:
1. Doelstelling: Wat is het lokaal erkenningskader BOA?
De Vlaamse overheid streeft naar een geïntegreerd aanbod van buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA) voor alle kinderen en gezinnen. Dat wil zeggen dat alle lokale spelers (onderwijs, welzijn, cultuur, jeugd, sport, …) zo goed mogelijk samenwerken. Het lokaal bestuur heeft de regie in handen en stippelt met de verschillende partners een lokaal buitenschools beleid uit. Het decreet heeft drie doelstellingen:
- We geven kinderen speelmogelijkheden en ontplooiingskansen, maar ook keuzevrijheid en recht op rust.
- We bieden ouders de mogelijkheid om werk, opleiding en gezin vlot te combineren.
- We creëren een aanbod buitenschoolse opvang en activiteiten dat toegankelijk en betaalbaar is voor iedereen. Het draagt op die manier bij tot een harmonieuze samenleving.
De gemeente Lubbeek erkent organisaties als lokaal buitenschools opvanginitiatief, volgens de voorwaarden opgenomen in het lokaal erkenningskader. Dit is in lijn met het Vlaams Decreet van 3 mei 2019 houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en activiteiten, afgekort BOA.
Vanaf 1 september 2026 zal het lokaal bestuur instaan voor het erkennen en handhaven van een aanbod kleuteropvang en van de opvang lager onderwijs.
Het erkenningskader bepaalt de voorwaarden voor deze erkenning en de procedure voor aanvraag en handhaving.
Het erkenningskader buitenschoolse opvang en activiteiten omvat voorwaarden binnen zes beleidsdomeinen van het Vlaams kwaliteitskader:
- Organisatorisch beleid
- Pedagogisch beleid
- Medewerkersbeleid
- Toegankelijkheid
- Monitoring en evaluatie
- Verbondenheid
2. Toepassingsgebied
Dit erkenningskader vormt de inhoudelijke en organisatorische basis voor het gemeentelijke BOA-beleid en is van toepassing op alle aanbieders van buitenschoolse opvang en activiteiten voor kinderen van 2,5 tot en met 12 jaar. Elke organisator, die op het Lubbeekse grondgebied buitenschoolse opvang wenst aan te bieden, moet aan de volgende 3 voorwaarden te voldoen:
- één of meer van de opvanglocaties op het Lubbeekse grondgebied laten erkennen;
- bereid zijn samen te werken met lokale actoren en het lokaal bestuur;
- de principes van het BOA-decreet onderschrijven, waaronder samenwerking, toegankelijkheid, kindgerichtheid en kwaliteit.
Het erkenningskader heeft uitsluitend betrekking op organisatoren van buitenschoolse opvang, dit zowel voor- en naschools als tijdens de schoolvakanties.
De erkenning kan niet aangevraagd worden voor/door:
- Organisatoren die al erkend zijn voor buitenschools aanbod voor kleuters en lagere schoolkinderen door gemeentelijke diensten of door bovenlokale overheden;
- Organisatoren die gelijktijdig baby’s, peuters en kleuters opvangen, tenzij de baby’s en peuters in een aparte leefgroep verblijven;
- Onderwijs;
- Middagopvang op school;
- Exclusieve zorg (verdergaand dan buitenschoolse opvang) voor kinderen met een handicap;
- Opvang van kinderen van klanten of bezoekers;
- Organisatoren met een maatschappelijk doel dat uitsluitend het beleven van een levensbeschouwing of het bedrijven van politiek inhoudt.
Voor initiatieven die door het lokaal bestuur zelf worden georganiseerd, geldt dit kader als kwaliteits- en toetsingskader en niet als formele erkenningsprocedure.
3. Definities en toepassingsgebied
- Buitenschoolse opvang en activiteiten (BOA): verzamelnaam voor elke georganiseerde vorm van opvang of vrijetijdsactiviteit die plaatsvindt buiten de schooltijd en tijdens schooldagen.
- BOA-decreet: het decreet ‘houdende de organisatie van buitenschoolse opvang en de afstemming tussen buitenschoolse activiteiten’ van 3 mei 2019.
- Lokaal Samenwerkingsverband (LSV): licht het lokaal bestuur in over het aanbod, signaleert noden en stemt activiteiten op elkaar af. Het LSV bestaat uit het BOA-team (deskundige BKO en de verantwoordelijke van het Huis van het Kind), diensthoofd jeugd/kinderopvang, deskundige sport, deskundige onderwijs, afgevaardigde Lokaal Overleg Kinderopvang, afgevaardigde schoolraad en de bevoegde schepen. Indien de opportuniteit het vereist, kunnen de leden van het LSV in het kader van hun deskundigheid andere leden afvaardigen.
- De organisator: de rechtspersoon of natuurlijke persoon die verantwoordelijk is voor het aanbieden, organiseren en naleven van de voorwaarden voor het organiseren van de buitenschoolse opvang en activiteiten.
- De opvanglocatie: de plaats die gebruikt zal worden om de buitenschoolse opvang te laten doorgaan, zowel binnen- als buitenruimte.
- De begeleider: iedere persoon (vrijwilliger of professional) die onder verantwoordelijkheid van de organisator activiteiten uitvoert of kinderen begeleidt binnen de buitenschoolse opvang.
- Kwetsbare gezinnen: gezinnen die door financiële, sociale, culturele of taal gerelateerde drempels moeilijker toegang hebben tot reguliere buitenschoolse opvang of activiteiten.
- Activiteiten: diverse activiteiten die aansluiten bij de interesses, leeftijd en talenten van de kinderen. De opvang kan hiervoor samenwerken met vrije tijdspartners (muziek, dans, sport, media, techniek, theater, circus, ...)
4. Erkenningsvoorwaarden – inhoudelijke voorwaarden
4.1. Voor de erkenning als lokaal opvanginitiatief komen in aanmerking:
Opvanglocaties van organisaties die buitenschoolse opvang voorzien voor kleuters en/of lagere schoolkinderen binnen de schoolinfrastructuur op de volgende momenten:
- voor en na de schooluren
- op woensdagnamiddag
- vrije schooldagen
4.2. Startvoorwaarden
- Kunnen aantonen dat er buitenschoolse opvang en activiteiten georganiseerd worden voor kleuters en lagere schoolkinderen;
- Kunnen aantonen, door middel van een overeenkomst, dat de buitenschoolse opvang zal worden georganiseerd binnen de infrastructuur van een school uit het basisonderwijs op het eigen grondgebied.
4.3. Kwaliteitsvoorwaarden op basis van 6 beleidsdomeinen
4.3.1. Organisatorisch beleid
Organisatorisch beleid gaat over de manier waarop een organisator zijn werking structureert en vormgeeft. Het gaat over het beleid, de regelgeving en de financiering vanuit een heldere visie op ieders verantwoordelijkheid. Het omvat de visie, de afspraken en de organisatievorm die nodig zijn om buitenschoolse opvang en activiteiten kwaliteitsvol en duurzaam aan te bieden. Het zorgt voor duidelijkheid, continuïteit en betrouwbaarheid, zowel naar ouders en kinderen als naar het lokaal bestuur en andere partners.
- Vlaamse minimumnorm:
De organisator beschikt over voldoende beleidsvoerend vermogen en organiseert het aanbod op een veilige, continue en transparante manier.
- Lubbeekse norm:
De organisator voert een gezond financieel beleid en heeft rechtspersoonlijkheid.
De organisator heeft het beleidsvoerend vermogen en de integriteit om kwaliteitsvolle en duurzame opvang te realiseren, en draagt dat uit in de volledige werking.
1° Beleidsvoerend vermogen: de mate waarin de organisator in staat is om een zelfstandig beleid te voeren, rekening houdend met de beschikbare beleidsruimte, met de eigen doelstellingen en met de lokale context en de mate waarin de activiteiten van de verantwoordelijke en van de medewerkers op elkaar zijn afgestemd in functie van het bijdragen aan de ontplooiing van kinderen. Het gaat daarbij om:
- Duidelijk leiderschap. Iedereen werkt samen en weet wat de taken, rollen en verantwoordelijkheden zijn. Iedereen kent de visie en de aanpak van de organisator en past ze toe op de werkvloer.
- Geïntegreerde aanpak. De verschillende kwaliteitsaspecten staan niet los van elkaar: infrastructuur, veiligheid en gezondheid, omgang met de kinderen en de gezinnen, personen die in de opvang werken, organisatorisch management en samenwerking.
- Een reflectieve, proactieve en reactieve houding. De organisator denkt na over zijn aanpak: hij houdt rekening met de feedback van medewerkers, ouders, kinderen en andere betrokkenen. De organisator kijkt vooruit, neemt initiatief en gaat aan de slag met toekomstverwachtingen. Hij reageert passend op zowel positieve als negatieve signalen.
- Een innovatieve houding. De samenwerking evolueert en regels veranderen. De organisator houdt daarmee rekening en durft de werking vernieuwen als dat nodig of nuttig is.
- Doeltreffende communicatie en transparantie. De organisator zorgt ervoor dat de nodige informatie tijdig bij medewerkers terecht komt. Hij doet dat op een duidelijke, heldere manier.
- Samenwerking. Kinderopvang is geen eiland. De organisator heeft anderen nodig om zich te organiseren en te verbeteren.
2° Integriteit: de geldende normen en waarden naleven, minstens in de omgang met gezinnen, kinderen en medewerkers, met specifieke aandacht voor de positieve omgang met diversiteit en het voorkomen van en gepast reageren op discriminatie en grensoverschrijdend gedrag
4.3.2. Pedagogisch beleid
Pedagogisch beleid gaat over de kwaliteit van de dagelijkse omgang met kinderen. Het draait om warme interacties tussen begeleiders en kinderen, het stimuleren van hun ontwikkeling en het creëren van een veilige, uitdagende en inclusieve omgeving. Het omvat ook de rol van taal, met Nederlands als verbindende taal, en de aandacht voor het welbevinden en de betrokkenheid van alle kinderen.
- Vlaamse minimumnorm:
De organisator waarborgt kwaliteitsvolle interacties tussen medewerkers en kinderen, bevordert hun welbevinden en hanteert het Nederlands als omgangstaal.
- Lubbeekse norm:
De organisator creëert rijke en gevarieerde speelmogelijkheden en ontplooiingskansen in een sfeer van vrije tijd.
Er wordt rekening gehouden met de interesses en leefwereld van de kinderen binnen het geheel van het aanbod.
De voertaal in het opvanginitiatief is Nederlands. Daarbij is er aandacht voor klare taal in de communicatie met ouders. Taalontwikkeling wordt gestimuleerd bij de kinderen.
De organisator zorgt ervoor dat de begeleiders kwaliteitsvolle interacties aangaan met de kinderen. Die interacties voldoen aan de volgende voorwaarden:
- Het welbevinden en de betrokkenheid van de kinderen en de verbondenheid, ook tussen de kinderen onderling, wordt opgevolgd en bevorderd;
- Er wordt rekening gehouden met het ontwikkelingsniveau, het ritme, de interesses, de wensen en de eigenheid van de kinderen;
- Er wordt gezorgd voor zo veel mogelijk continuïteit in de begeleiding.
De organisator voorziet voldoende begeleiders voor het aantal kinderen aanwezig om de veiligheid en speelmogelijkheden te garanderen en houdt hierbij rekening met de zorgnoden.
Bij de invulling van het begrip 'voldoende begeleiders' wordt rekening gehouden met een aantal indicatoren :
- Het aantal aanwezige kinderen
- De leeftijd en zorgnoden van de kinderen : kleuters of lagere schoolkinderen of gemengd
- De aard van de activiteit
- De locatie : verschillende lokalen of 1 overzichtelijk lokaal
Zo zal er steeds op de concrete noden en behoeften worden ingespeeld.
De organisator biedt een veilige en gezonde omgeving aan die aan de volgende voorwaarden voldoet:
- Ze is speels en biedt de mogelijkheid om zowel binnen als buiten te spelen en te bewegen;
- Ze biedt de mogelijkheid om tot rust te komen;
- Er is een gevarieerd spelaanbod dat aansluit bij de interesses en belevingswereld van kinderen;
- Ze is uitdagend en zo veilig als nodig.
4.3.3. Medewerkersbeleid
Medewerkers zijn de motor van buitenschoolse opvang en activiteiten. Hun competenties en inzet bepalen in grote mate de kwaliteit van de werking. Het medewerkersbeleid gaat dus over wie er instaat voor de opvang en begeleiding, welke competenties ze hebben, hoe ze ingezet worden, en welke randvoorwaarden nodig zijn om duurzaam en kwaliteitsvol te werken.
- Vlaamse minimumnorm:
Medewerkers beschikken over de nodige competenties, kennis van het Nederlands en een blanco uittreksel uit het strafregister (type 596.2).
- Lubbeekse norm:
De organisator realiseert een medewerkersbeleid met aandacht voor het zorgzaam omgaan met alle medewerkers, betrokkenheid creëren op groter geheel van de organisatie, alsook erkenning en waardering van de medewerkers.
De organisator ondersteunt alle medewerkers en zet initiatieven op om hun competenties te versterken.
De organisator beschikt over een duidelijk aanspreekpunt per locatie.
De begeleiders voldoen aan de volgende voorwaarden:
1° Ze hebben de volgende competenties:
- zorg en speelmogelijkheden aanbieden met het oog op de brede ontplooiing van het kind;
- samenwerken met ouders en hen erkennen als eerste opvoeder;
- samenwerken met collega’s en andere lokale partners;
- positief omgaan met diversiteit;
- reflecteren over en verbeteren van de werking;
- voldoende, actieve kennis van het Nederlands om in interactie te gaan met kinderen en ouders;
- een kindfocus waarbij ze warm omgaan met elk kind en de belangen van kinderen voorop zetten.
2° Ze hebben kennis en kunde om te handelen in crisissituaties;
3° Ze passen de basisprincipes toe ter preventie van ziekte, ter bevordering van
gezondheid en kunnen basis-EHBO toepassen.
De begeleiders hebben deze competenties verworven ten laatste 2 jaar na de indiensttreding en kunnen deze aantonen met een diploma of relevante ervaring.
De organisator kan voor zichzelf en voor de medewerkers een recent (minstens jaarlijkse update) uittreksel uit het strafregister voorleggen (type 596.2).
De organisator zorgt voor een evaluatiesysteem waarin minimaal één keer per jaar de medewerkers individueel worden geëvalueerd.
4.3.4. Toegankelijkheid
Toegankelijkheid betekent dat alle kinderen en gezinnen vlot toegang hebben tot buitenschoolse opvang en activiteiten, ongeacht hun achtergrond, inkomen of specifieke zorgnoden.
Het gaat om meer dan betaalbaarheid: ook bereikbaarheid, beschikbaarheid, bruikbaarheid, begrijpbaarheid, betrouwbaarheid, bekendheid en een begripvolle omgang spelen een rol. Samen zorgen deze elementen ervoor dat het aanbod toegankelijk is voor alle gezinnen en kinderen, met bijzondere aandacht voor kleuters, kinderen uit kwetsbare gezinnen en kinderen met specifieke zorgbehoeften.
- Vlaamse minimumnorm:
De organisator garandeert toegankelijkheid voor alle gezinnen, met bijzondere aandacht voor kleuters, kwetsbare gezinnen en kinderen met specifieke zorgbehoeften.
- Lubbeekse norm:
De organisator voert een transparant prijsbeleid en levert inspanningen om de toegankelijkheid van de voor- en naschoolse opvang te verhogen (bv. beleid rond sociale tarieven).
De organisator heeft bijzondere aandacht voor kleuters.
De organisator heeft bijzondere aandacht voor gezinnen in kwetsbare situaties en kinderen
met een specifieke zorgbehoefte.
De organisator maakt het opvangaanbod bekend aan gezinnen.
De organisator zorgt ervoor dat de concrete praktische informatie en de afspraken actueel, bekend en in klare taal zijn.
4.3.5. Monitoring en evaluatie
Monitoring en evaluatie gaat over het systematisch opvolgen en beoordelen van de werking. Het doel is om de kwaliteit te verbeteren, ervaringen van kinderen, ouders en medewerkers te benutten en zo het beleid en de praktijk voortdurend bij te sturen. Het is belangrijk omdat het inzicht geeft in wat goed loopt, waar drempels zitten en hoe het aanbod beter kan aansluiten bij de noden van gezinnen en kinderen.
- Vlaamse minimumnorm:
De organisator volgt systematisch de kwaliteit op en neemt maatregelen bij tekortkomingen.
- Lubbeekse norm:
De organisator evalueert de werking met de medewerkers minimaal jaarlijks. De resultaten worden aangewend om de werking voortdurend te verbeteren. De organisator staat ook open om mee te werken aan (inter-)gemeentelijke bevragingen.
De organisator meldt elke schending van de fysieke of psychische integriteit van een kind of van een medewerker onmiddellijk aan de bevoegde instanties en het lokaal bestuur.
De organisator voorziet in een procedure om klachten te behandelen.
4.3.6. Verbondenheid
Verbondenheid gaat over de brug slaan tussen kinderen, ouders, buurt en partners. Het betekent dat organisatoren zich niet op zichzelf terugplooien, maar samenwerken met gezinnen, scholen en het lokaal bestuur. Zo ontstaat er een netwerk dat kinderen ondersteunt in hun groei en dat ouders een plek geeft in de werking. Verbondenheid versterkt de samenhang in de buurt en zorgt dat opvang en activiteiten deel uitmaken van een groter geheel.
- Vlaamse minimumnorm:
De Vlaamse overheid beoogt een geïntegreerd aanbod van buitenschoolse activiteiten voor kinderen via samenwerking tussen relevante actoren en met een regierol voor de lokale besturen.
- Lubbeekse norm:
De organisator zet in op samenwerking met relevante partners.
De organisator is verbonden met partners en werkt mee aan de brug tussen thuis-buurt-school.
5. Erkenningsprocedure
Indienen aanvraag: een lokaal opvanginitiatief kan éénmaal per jaar via mail een aanvraag indienen bij het lokaal bestuur. Aanvragen dienen voor 1 september van het dienstjaar ingediend te worden.
Wanneer het dossier volledig is, wordt het binnen de drie weken ontvankelijk verklaard door het LSV. Hiervan krijgt de organisatie een bevestiging.
Indien het dossier niet volledig is, wordt de organisatie hiervan op de hoogte gebracht en zullen ontbrekende dossierstukken opgevraagd worden.
Beoordeling: het lokaal samenwerkingsverband toetst de aanvraag aan de erkenningsvoorwaarden. De aanvrager kan daarbij uitgenodigd worden om zijn aanvraag indien nodig verder te staven/motiveren. De aanvragen worden beoordeeld binnen de 60 dagen.
Beslissing: het LSV kent de erkenning al dan niet toe en maakt deze beslissing ter kennisname over aan het college van burgemeester en schepenen. De aanvrager wordt hiervan op de hoogte gebracht.
Betwisting: bij betwisting van beslissingen omtrent de erkenning kan er binnen 14 dagen na de kennisgeving bezwaar worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, per aangetekend schrijven of afgifte tegen ontvangstbewijs (Gellenberg 16, 3210 Lubbeek). De postdatum of datum op het ontvangstbewijs gelden als bewijs.
Het college van burgemeester en schepenen neemt binnen de 14 dagen een gemotiveerde beslissing omtrent de betwisting en brengt de organisator hiervan op de hoogte. Tegen deze beslissing is nadien geen betwisting meer mogelijk.
6. Geldigheid
De erkenning is geldig voor onbepaalde duur, mits de organisator blijft voldoen aan de erkenningsvoorwaarden en jaarlijks een opvolgrapportage indient waarin de kwaliteitsnormen toegelicht worden.
Elke significante wijziging in de werking moet onmiddellijk worden gemeld aan het lokaal bestuur. Indien nodig wordt een herbeoordeling van de erkenning opgestart.
7. Opvolging en handhaving
Het lokaal bestuur ziet toe op de naleving van de erkenningsvoorwaarden zoals vastgelegd in dit kader. Conform het BOA-decreet voert het bestuur een systematisch, proportioneel en transparant toezicht op de werking van een erkende organisator.
Het lokaal bestuur behoudt zich het recht om op elk moment administratieve controles of plaatsbezoeken uit te voeren. Organisatoren verbinden zich tot volledige medewerking.
De organisator wordt minstens één maal per erkenningsperiode gecontroleerd op de voorwaarden. Een inspectiebezoek is daarnaast ten allen tijde mogelijk naar aanleiding van een klacht. De persoon gelast met de controle komt ter plaatse en gaat in gesprek met de verantwoordelijke en begeleiders. Er wordt een verslag met aanbevelingen opgemaakt van het bezoek.
Indien wordt vastgesteld dat de organisator onvoldoende aan de slag is gegaan met de aanbevelingen, volgt er een evaluatiegesprek. Een negatieve evaluatie kan leiden tot verlies van de erkenning na een beslissing van het college. Verlies van de erkenning kan op elk moment ook bij dwingende redenen.
De organisator heeft gedurende het evaluatieproces het recht om gehoord te worden. Bij betwisting van beslissingen omtrent erkenning, schorsing of intrekking van erkenning, kan er binnen 14 dagen na kennisgeving bezwaar worden ingediend bij het college van burgemeester en schepenen, per aangetekend schrijven of afgifte tegen ontvangstbewijs (Gellenberg 16, 3210 Lubbeek). De postdatum of datum op het ontvangstbewijs gelden als bewijs.
Het college van burgemeester en schepenen neemt binnen de 14 dagen een gemotiveerde beslissing omtrent de betwisting en brengt de organisator hiervan op de hoogte. Tegen deze beslissing is nadien geen betwisting meer mogelijk.
8. Klachtenprocedure
Er kan een klacht geuit worden met betrekking tot het erkend aanbod Buitenschoolse Opvang en Activiteiten. Een klacht is het ter kennis brengen of uiten van een ontevredenheid over een
bepaald feit, handeling of voorval binnen de werking.
Klachten kunnen gemeld worden via onderstaande kanalen:
- per brief: Gemeentebestuur Lubbeek, t.a.v. de klachtencoördinator, Gellenberg 16, Lubbeek
- via mail-klachten@lubbeek.be
- telefonisch - 016 47 97 00
- via de onthaal- en snelbalie
- via de klachtencoördinator
- via het klachtenformulier (E-loket)
Ingediende klachten worden behandeld via het reglement klachtenbehandeling lokaal bestuur, zoals goedgekeurd in de gemeenteraad van 27 augustus 2019.
Naar aanleiding van de verhuis van de school van Pellenberg worden verkeersmaatregelen genomen op de Ganzendries. In dit AR zijn alle verkeersmaatregelen opgenomen die gelden op de Ganzendries.
Het aanvullend reglement moet goedgekeurd worden door de gemeenteraad.
specifiek voor aanvullende reglementen op het wegverkeer (= politieverordeningen m.b.t. het wegverkeer voor wat betreft permanente of periodieke verkeerssituaties)
Ter zitting wordt door Kristof Van Heukelom een technische aanpassing gevraagd aan het besluit inzake het dynamische karakter van de zone 30. De raad gaat akkoord om deze aanpassing op te nemen in het besluit en de notulen.
De gemeente zorgt voor de verkeerssignalisatie.
Artikel 1.
Principieel akkoord om alle voorgaande aanvullende reglementen betreffende de Ganzendries op te heffen en te vervangen door dit reglement. Definitieve goedkeuring wordt gevraagd aan de gemeenteraad.
Art. 2.
Op Ganzendries, vanaf Lostraat tot Kleine Ganzendries geldt: de dynamische zone 30 wordt afgebakend. Het begin van de dyamische zone 30 wordt aangeduid; ook het einde van de dynamische zone 30 wordt aangeduid.
Dit wordt aangeduid door verkeerstekens:
Art. 3.
Op de Ganzendries vanaf Kleine Ganzendries tot Varenberg geldt: de schoolomgeving wordt afgebakend. Het begin van de schoolomgeving wordt aangeduid; de toegang tot de school ligt in de zone; ook het einde van de schoolomgeving wordt aangeduid.
Dit wordt aangeduid door verkeerstekens:
Art. 4.
Op de Ganzendries, vanaf Lostraat tot Sint-Barbaradreef geldt: voetgangers moeten de weg die voor hen is voorbehouden volgen.
Dit wordt aangeduid door verkeerstekens:
Art. 5.
Op de Ganzendries, vanaf Lostraat tot Sint Barbaradreef geldt: het is iedere bestuurder verboden de onderbroken streep te overschrijden, behalve om in te halen, om links af te slaan of om te keren.
Dit wordt aangeduid door verkeerstekens:
Art. 6.
Op Ganzendries, vanaf Sint Barbaradreef tot Pellenbergstraat geldt: fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen klasse A moeten het dubbelrichtings-fietspad volgen, voor zover het in de door hen gevolgde rijrichting is gesignaleerd.
Dit wordt aangeduid door verkeerstekens:
Art. 7.
Op de Ganzendries de bestuurders hebben voorrang.
Dit wordt aangeduid door verkeerstekens:
Art. 8.
Op de Ganzendries ter hoogte van Ganzendries 100 geldt: de bebouwde kom Pellenberg wordt afgebakend. Het begin van de bebouwde kom wordt aangeduid; ook het einde van de bebouwde kom wordt aangeduid.
Dit wordt aangeduid door verkeerstekens:
Deze maatregel kadert in de verkeersveiligheidsmaatregelen voor de schoolomgeving Pellenberg.
Het aanvullend reglement moet goedgekeurd worden door de gemeenteraad.
specifiek voor aanvullende reglementen op het wegverkeer (= politieverordeningen m.b.t. het wegverkeer voor wat betreft permanente of periodieke verkeerssituaties)
De gemeente voorziet de verkeerssignalisatie.
Artikel 1.
De gemeenteraad keurt dit aanvullend reglement goed
Art 2.
Op Kerkplein vanaf Schuttersstraat tot Ganzendries in de richting van Ganzendries geldt: verboden rijrichting voor iedere bestuurder; de maatregel geldt niet voor fietsers. Op Kerkplein vanaf Ganzendries tot Schuttersstraat in de richting van Schuttersstraat geldt: toegelaten rijrichting op de openbare weg met eenrichtingsverkeer; fietsers mogen in de twee richtingen rijden.
Dit wordt aangeduid door verkeerstekens:
Deze maatregel wordt genomen om de fietsveiligheid in de straat te verbeteren
Dit is in overeenstemming met maatregelen voorgesteld in de sluipverkeerstudie Leuven-Oost
Dit aanvullend reglement moet goedgekeurd worden door de gemeenteraad
specifiek voor aanvullende reglementen op het wegverkeer (= politieverordeningen m.b.t. het wegverkeer voor wat betreft permanente of periodieke verkeerssituaties)
Er wordt door Ellen Lammens een amendement ingediend namens cd&v:
Met 9 stemmen voor, 12 stemmen tegen NIET goedgekeurd
De gemeente voorziet de verkeerssignalisatie
Artikel 1.
Principieel akkoord om alle voorgaande aanvullende reglementen betreffende de Pinoutsstraat op te heffen en te vervangen door dit reglement. Definitieve goedkeuring wordt gevraagd aan de gemeenteraad.
Art. 2.
Op de Pinoutsstraat vanaf Nederblok tot Kleine Pinoutsstraat in de richting van Kleine Pinoutsstraat geldt: verboden rijrichting voor iedere bestuurder; de maatregel geldt niet voor fietsers. Op de Pinoutsstraat vanaf Kleine Pinoutsstraat tot Nederblok in de richting van Nederblok geldt toegelaten rijrichting op de openbare weg met eenrichtingsverkeer; fietsers mogen in de twee richtingen rijden.
Dit wordt aangeduid door verkeerstekens:
De verkeerssituatie in de schoolomgeving van Sint-Martinus is al jaren onderwerp van bezorgdheid bij ouders, buurtbewoners en andere weggebruikers. De problematiek komt regelmatig terug in gesprekken met inwoners en is ook opnieuw onder de aandacht gebracht via een schrijven van een burger aan de gouverneur. De nood aan een breed gedragen aanpak is daardoor duidelijk aanwezig.
Een participatief traject verhoogt het draagvlak voor toekomstige maatregelen. Door alle betrokken partijen samen te brengen, worden verschillende perspectieven gehoord en groeit het wederzijds begrip. Dat verhoogt de kans op haalbare oplossingen die op voldoende maatschappelijk draagvlak kunnen rekenen.
De financiële impact van dit voorstel blijft beperkt.
Enig artikel. Verworpen: De gemeenteraad beslist een participatief traject op te starten rond de verkeersveiligheid in de schoolomgeving van Sint-Martinus; waarbij minstens ouders, omwonenden, de schooldirectie, schoolpersoneel, het lokaal bestuur en een onafhankelijke verkeersdeskundige betrokken worden en de resultaten van dit traject binnen een redelijke termijn aan de gemeenteraad voorgelegd worden, samen met een voorstel van uitvoering van de haalbare aanbevelingen.
Tijdens de gemeenteraad van mei vroegen bezorgde ouders dat wij onze verantwoordelijkheid zouden nemen en extra veiligheidsmaatregelen zouden nemen zodat kinderen veilig de school zouden kunnen bereiken.
Dit agendapunt wilt hieraan tegemoet komen.
Sinds 2019 kunnen lokale besturen in Vlaanderen bij de Vlaamse overheid een subsidieaanvraag indienen om de verkeersveiligheid rondom schoolomgevingen te verbeteren. Het Instituut voor Mobiliteit (IMOB) van de UHasselt onderzocht in 2023 de impact van die subsidie in opdracht van de Vlaamse overheid.
Goede signalisatie in de ruime schoolomgeving is essentieel om de volgende vijf redenen:
Verhoogde oplettendheid: Bestuurders worden tijdig gewaarschuwd dat ze een zone met overstekende kinderen naderen.
Snelheidsremming: Dynamische of vaste borden dwingen de wettelijke Zone 30 af.
Duidelijkheid: Grondmarkeringen en verkeersborden bakenen de schoolgrenzen visueel strak af.
Minder chaos: Het structureert de verkeersstroom tijdens drukke haal- en brengtijden.
Gemoedsrust: Ouders durven hun kinderen sneller zelfstandig te voet of met de fiets te sturen.
Een aanbeveling van deze studie sloeg ook op de omgeving waarin signalisatie nuttig was. Men adviseerde om deze te bepalen op een zone van minstens 500 meter van de schoolpoort en om aandacht te blijven hebben voor initiatieven die de woon-schoolroute veiliger maken, en niet te beperken tot de onmiddellijke schoolomgeving.
Ons voorstel is om de middelen van dit jaar te gebruiken voor Pellenberg en dan in dialoog extra signalisatie te voorzien.
Enig artikel. Verworpen: De gemeenteraad beslist opdracht te geven aan het schepencollege om extra signalisatie te voorzien over het hele gebied van de dynamische zone 30. Na de installatie van de eerste maatregelen zal er een openbaar infomoment komen waarbij geïnteresseerde burgers naast de school, het actiecomité, het oudercomité én de kinderen van de school betrokken worden.
Tijdens de gemeenteraad van mei vroegen bezorgde ouders dat wij onze verantwoordelijkheid zouden nemen en extra veiligheidsmaatregelen zouden nemen zodat kinderen veilig de school zouden kunnen bereiken.
Dit agendapunt wilt hieraan tegemoet komen.
Een Vias studie uit 2026 stelt:
34 kilometer per uur is de gemiddelde tolerantiedrempel voor voetgangers bij een ongeval met een wagen vooraleer de letsels als ernstig te categoriseren vallen.
Ongevallen met auto’s, lichte bestelwagens en vrachtwagens hebben veruit de meeste impact.
Dode en zwaargewonde voetgangers vallen voor 31% op wegen met een snelheidslimiet van 30 km/u en 54% op wegen met een snelheidslimiet van 50 km/u. Hoe hoger de snelheidslimiet, hoe ernstiger de ongevallen.
Het aantal letselongevallen met voetgangers daalde tussen 2015 en 2020, maar is sindsdien weer in stijgende lijn.
In 2024 gebeurde 35% van de letselongevallen met voetgangers op wegen met een snelheidslimiet van 30 km/u en 45% op wegen met een snelheidslimiet van 50 km/u. Het aandeel ongevallen op wegen met 30 km/u is stijgend overheen de jaren, wellicht speelt hierin de uitbreiding van het aantal zones 30, waarbij er geen aanpassingen aan het oorspronkelijke wegbeeld werden uitgevoerd, een rol. Dode en zwaargewonde voetgangers vallen voor 31% op wegen met een snelheidslimiet van 30 km/u en 54% op wegen met een snelheidslimiet van 50 km/u. Hoe hoger de snelheidslimiet, hoe ernstiger de ongevallen.
De VSV geeft als belangrijkste voordelen van een zone 30 aan:
1. Als je 30 km/u rijdt, zie je meer
Hoe trager je rijdt, hoe meer je ziet van wat er links en rechts van jou gebeurt. En dat verkleint het risico op ongevallen.
In een zone 30 heb je gemengd verkeer. Je kan er veel scholieren, winkelende mensen, leveranciers, overstekende weggebruikers, fietsers, voetgangers, enzovoort, verwachten.
In theorie zijn er daardoor veel potentiele verkeersconflicten tussen weggebruikers mogelijk.
Daarom is het van groot belang dat je traag rijdt, dan zie je méér. Zo kan je altijd op tijd reageren en ongevallen vermijden.
2. Als je 30 km/u rijdt, sta je sneller stil als je moet remmen
Als je 30 rijdt, sta je veel sneller stil als je (onverwachts) moet remmen. Want hoe hoger je snelheid, hoe groter je stopafstand.
Stel dat je in een woonwijk rijdt. En ongeveer 13 meter voor je ogen rent plots een kind de straat op.
Als je 30 km/u rijdt op het moment dat je dat ziet gebeuren en je duwt onmiddellijk je rempedaal in, dan sta je na 13 meter stil.
Rij je 50 km/u op dat moment en je duwt onmiddellijk je rempedaal in, dan sta je pas na 27 meter stil. Je kan dus onmogelijk nog op tijd stoppen. Erger nog, na 13 meter zou je het kind aanrijden met de volle snelheid van 50 km/u want je reactieafstand alleen al is 14 meter. Pas daarna begint de remafstand. Je hebt nog eens 13 meter nodig voor je volledig stilstaat (14 + 13 = 27).
3. Als je 30 km/u rijdt, heeft een kwetsbare weggebruiker veel meer overlevingskans
Als er toch een ongeval in een zone 30 gebeurt, zijn de gevolgen meestal minder zwaar dan wanneer een zelfde ongeval met een hogere snelheid zou gebeuren. Want de klap bij een aanrijding is veel harder naarmate je snelheid hoger ligt.
Bij een aanrijding met 50 km/u loopt een voetganger ongeveer 3 keer meer risico op zware verwondingen en 6 keer meer risico om te overlijden dan bij 30 km/u.
Nihil, dit vereist in eerste instantie een andere inzet van de bestaande middelen.
Enig artikel. Verworpen: De gemeenteraad beslist principieel opdracht te geven aan het schepencollege om extra (traject)controles uit te voeren op zwaar verkeer en snelheidshandhaving tijdens de schooluren. De eerste drie 4 maanden van het schooljaar zijn deze controles ten minste een maal per week tijdens de uren van de dynamische zone dertig waarna een evaluatie zal volgen.
Tijdens de gemeenteraad van mei vroegen bezorgde ouders dat wij onze verantwoordelijkheid
zouden nemen en extra veiligheidsmaatregelen zouden nemen zodat kinderen veilig de school zouden kunnen bereiken.
Dit agendapunt wilt hieraan tegemoet komen.
Hieronder staan de verschillende types fietspaden gerangschikt van het meest veilige naar het minst veilige ontwerp, volgens de richtlijnen van het Fietsberaad Vlaanderen:
|
Type Fietspad |
Mate van Veiligheid |
Kenmerken & Infrastructuur |
|
1. Vrijliggend fietspad |
Extreem Veilig |
Volledig gescheiden van de rijbaan door een haag, berm, gracht of verhoogde boordsteen. |
|
2. Verhoogd aanliggend fietspad |
Zeer Veilig |
Ligt fysiek hoger dan de autobaan (vaak op stoepniveau), wat voertuigen dwingt afstand te houden. |
|
3. Gemarkeerd fietspad (fietssuggestiestrook) |
Matig Veilig |
Slechts met verf of een andere kleur (vaak okergeel of rood) op het asfalt aangeduid. Geen fysieke bescherming. |
|
4. Gemengd verkeer (fietsstraat) |
Afhankelijk van snelheid |
Fietsers delen de rijbaan met auto's, maar auto's mogen fietsers niet inhalen en de snelheid is beperkt tot 30 km/u. |
We erkennen dat de gekozen locatie van de school voor uitdagingen zorgt, maar denken dat de huidige coalitie sommige opties te snel opgaf. We willen deze expliciet terug op tafel leggen.
nihil
Enig artikel. Verworpen: De gemeenteraad geeft aan het schepencollege de opdracht om samen met de fietsersbond elke mogelijkheid om tot een afgescheiden of verhoogd fietspad te komen te onderzoeken en aan de gemeenteraad te rapporteren over dit onderzoek.
Tijdens de gemeenteraad van mei vroegen bezorgde ouders dat wij onze verantwoordelijkheid zouden nemen en extra veiligheidsmaatregelen zouden nemen zodat kinderen veilig de school zouden kunnen bereiken.
Dit agendapunt wilt hieraan tegemoet komen.
Een VIAS studie uit 2021 concludeerde:
Iets meer dan de helft van de automobilisten (54%) stopt altijd wanneer ze een oversteekplaats naderen waarop een voetganger zich bevindt of er zich op wil begeven. 42% stopt meestal.
Voetgangers ervaren dat niet alle bestuurders systematisch stoppen. Meer dan 1 op de 4 (27%) moet wachten tot tenminste 3 à 4 voertuigen gepasseerd zijn vooraleer ze kunnen oversteken. Iets minder dan 1 op de 10 voetgangers (9%) moet zelfs de doorgang forceren om te kunnen oversteken.
Een Vias studie uit 2026 stelt:
Veruit de meeste slachtoffers bij de voetgangers (ca 35%) vallen nog steeds bij het oversteken van de rijbaan op een oversteekplaats voor voetgangers.
Het aantal letselongevallen met voetgangers daalde tussen 2015 en 2020, maar is sindsdien weer in stijgende lijn.
In 2024 gebeurde 35% van de letselongevallen met voetgangers op wegen met een snelheidslimiet van 30 km/u en 45% op wegen met een snelheidslimiet van 50 km/u. Het aandeel ongevallen op wegen met 30 km/u is stijgend overheen de jaren, wellicht speelt hierin de uitbreiding van het aantal zones 30, waarbij er geen aanpassingen aan het oorspronkelijke wegbeeld werden uitgevoerd, een rol. Dode en zwaargewonde voetgangers vallen voor 31% op wegen met een snelheidslimiet van 30 km/u en 54% op wegen met een snelheidslimiet van 50 km/u. Hoe hoger de snelheidslimiet, hoe ernstiger de ongevallen.
Er wordt een amendement ingediend door Liesbeth Smeyers names GROEN:
Groen stelt voor dat er 1 verkeerslicht met drukknop geïnstalleerd wordt op de Ganzendries. Deskundigen zoeken uit welke de beste plaats is van beide
voorstellen die de CD&V fractie doet.
Met 4 stemmen voor, 12 stemmen tegen, 5 onthoudingen NIET aangenomen
Volgens artificiële intelligentie zouden de kosten rond de 120 000 euro zitten.
Enig artikel. Verworpen: De gemeenteraad besluit dat verkeerslichten aan de Sint-Barbaradreef en de Varenberg de beste oplossing zijn om de kinderen die naar school moeten veilig te laten oversteken en geeft het schepencollege de opdracht deze installatie te realiseren.
Het beleidsplan omgevingshandhaving heeft als doel het omgevingsbeleid te versterken en is gericht op het controleren en het afdwingen van naleving van regels over milieu, ruimtelijke ordening en onroerend erfgoed op basis van een efficiënte, effectieve en doelmatige handhaving.
Het beleidsplan omvat als:
- Prioritaire stedenbouwkundige overtredingen:
- Prioritaire milieuovertredingen:
- Prioritaire onroerend erfgoedovertredingen:
In het beleidsplan worden naast de visie, doelstellingen en prioriteiten ook de handhavingsstrategieën (proactief, reactief en samenwerking) en de evaluatie ervan besproken.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
De bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening.
Het decreet algemene bepalingen milieubeleid van 5 april 1995.
Het decreet betreffende het onroerend erfgoed van 12 juli 2013.
Het kaderdecreet Vlaamse Handhaving van 14 juli 2023.
Artikel 1. Het gemeentelijk beleidsplan omgevingshandhaving 2026-2031, zoals gevoegd als bijlage en waarin de prioritaire stedenbouwkundige overtredingen, milieuovertredingen en onroerend erfgoedovertredingen worden benoemd, goed te keuren.
Art.2. Het gemeentelijk beleidsplan omgevingshandhaving 2026-2031 samen met voorliggende gemeenteraadsbeslissing ter kennis te geven van het parket van de procureur des Konings te Leuven, het departement Omgeving, afdeling Handhaving en de politiezone.
Met het oog op duidelijkheid wordt voorgesteld om het regelement inzake de privatieve inname van het openbaar domein en het retributiereglement inzake de privatieve inname van het openbaar domein, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 29 april 2009 en aangepast in zitting van 27 mei 2015 op te heffen en van elkaar los te koppelen. Vervolgens wordt gevraagd om het reglement inzake de privatieve inname van het openbaar domein goed te keuren.
Decreet lokaal bestuur
Beslissing van de gemeenteraad van 29 april 2009: reglement inzake de privatieve inname van het openbaar domein en het vaststellen en innen van retributies voor privatief gebruik
Beslissing van de gemeenteraad van 27 mei 2015: aanpassen reglement inzake de privatieve inname van het openbaar domein en het vaststellen en innen van retributies voor privatief gebruik
Zie 'Feiten & context'
Artikel 1. Het reglement inzake de privatieve inname van openbaar domein als volgt goed te keuren:
Artikel 1 - BEGRIPSOMSCHRIJVING EN TOEPASSINGSGEBIED
Voor de toepassing van dit reglement wordt verstaan onder:
OPENBAAR DOMEIN
De gehele openbare wegeninfrastructuur, bermen, pleinen en alle andere mogelijke toebehoren die ressorteren onder het beheer van de gemeente Lubbeek.
Dit reglement is niet van toepassing op grafconcessies.
Artikel 2 - VERGUNNING PRIVATIEVE INNAME OPENBAAR DOMEIN
2.1 Niemand mag zonder voorafgaande, uitdrukkelijke en schriftelijke vergunning van het college van burgemeester en schepenen het openbaar domein bezetten
voor :
- het plaatsen van koopwaren, verkoop- en/of infostanden en daarmee gelijkgestelde voorwerpen al dan niet ter gelegenheid van een manifestatie of een evenement;
- het plaatsen van een terras bij een horecazaak, of een vergelijkbare inname van het openbaar domein door het plaatsen van tafels, stoelen, zetels, afsluitingen, ..;
- het plaatsen van een container dienstig voor het uitbaten van een handelszaak gedurende bouw- of verbouwingswerken;
- een tentconstructie.
- het plaatsen van een container dienstig voor het uitbaten van een handelszaak voor de duur dat de handelszaak tijdens werken aan het openbaar domein niet bereikbaar is.
2.2 Dit geldt onverminderd toepassing van andere reglementeringen zoals het politiereglement inzake de privatieve inname van het openbaar domein voor werken en zeer kortstondige innames.
2.3 De vergunninghouder kan aan de vergunning noch een zakelijk noch een persoonlijk recht ontlenen. De vergunninghouder heeft geen subjectief recht op het behoud van de vergunning. De toegestane vergunning is precair en herroepbaar. Het gemeentebestuur oordeelt op discretionaire wijze of het openbaar belang de intrekking van de vergunning wettigt en deze intrekking geeft geen recht op schadevergoeding.
Artikel 3 - DE AANVRAAG
3.1 Elke aanvraag om het openbaar domein in te nemen zoals omschreven in artikel 2.1 moet schriftelijk gericht worden aan het college van burgemeester en schepenen. Zij vermeldt de begin- en einddatum van de gevraagde periode van inname. Elke aanvraag moet vergezeld zijn van:
- een duidelijke situatietekening;
- een inplantingplan met de nodige afmetingen van het in te nemen openbaar domein en aanduiding van alle hindernissen aangebracht in een zone van minimum2 meterrond de gevraagde oppervlakte;
- minstens 1 foto van de in gebruik te nemen oppervlakte en het aangrenzend pand of gebied;
3.2 Deze wijze van aanvraag is eveneens vereist bij elke geplande wijziging. Indien het gaat om een eerder vergunde inname van het openbaar domein volstaat een aan het college van burgemeester en schepenen gerichte brief. Hetzelfde geldt bij een overdracht van de ingebruikneming.
3.3 Elke aanvraag wordt door de dienst patrimonium ressorterend onder de dienst ruimtelijke ordening binnen een termijn van 5 werkdagen voor advies overgemaakt aan de lokale politie te Lubbeek die verifieert of conform het ministerieel besluit van 7 mei 1999 het signaleren van bepaalde werken of verkeersbelemmeringen die gepaard gaan met de privatieve inname, vereist is. Desgevallend wordt een signalisatievergunning afgeleverd of een tijdelijke politieverordening uitgevaardigd.
Artikel 4 - DE BESLISSING
Het college van burgemeester en schepenen beslist over de aanvraag tot privatieve ingebruikname van het openbaar domein binnen een termijn van 15 kalenderdagen vanaf de dag van ontvangst van het advies van de politie. Bij gebreke aan advies van de politie beslist het college van burgemeester en schepenen uiterlijk binnen een termijn van 30 dagen te rekenen vanaf de datum van ontvangst van de aanvraag.
De vergunning kan voorwaardelijk worden verleend. De vergunning dient ten allen tijde en op eerste verzoek te kunnen worden voorgelegd aan de politie.
Artikel 5 - DUUR
Een vergunning voor privatieve inname van het openbaar domein kan aangevraagd worden voor de duur van maximum één jaar.
Artikel 6 – OPSTELLING
Het gemeentebestuur gaat er van uit dat de plaats van inname in goede staat verkeert. Indien de vergunninghouder hiermee niet akkoord gaat, dient hij minstens acht dagen voor de inname een tegensprekelijke plaatsbeschrijving van de zone te laten opstellen.
De exacte plaats van de inname wordt bepaald door de diensten van de gemeente.
Artikel 7 - REIN EN ONBESCHADIGD HOUDEN VAN HET OPENBAAR DOMEIN
De vergunninghouder moet aandacht besteden aan het degelijk onderhoud van het openbaar domein dat wordt ingenomen.
Artikel 8 - WERKEN
Indien werken dienen te worden uitgevoerd aan het openbaar domein of aan openbare nutsleidingen moet de vergunninghouder dit gedogen, welke ongemakken er ook het gevolg van zijn.
Artikel 9 - GEDWONGEN WEGNEMING
Indien de vergunninghouder de opgelegde voorwaarden overtreedt, kunnen tegen hem de nodige maatregelen genomen worden.
Indien een ingebrekestelling na 14 dagen zonder gevolg blijft, kan worden overgegaan tot het ambtshalve nemen van de noodzakelijke maatregelen.
Het college van burgemeester en schepenen behoudt zich het recht voor om de vergunning in te trekken.
Artikel 10 - VERWIJDERING
De vergunninghouder dient bij opheffing, intrekking of verstrijken van de termijn van de vergunning onmiddellijk het openbaar domein te ontruimen en in de oorspronkelijke staat te herstellen zonder enig recht op vergoeding voor de ontruiming of herstel in oorspronkelijke staat.
De burgemeester heeft het recht om bij manifestaties, kermissen of andere evenementen de tijdelijke ontruiming van de zone van inname te vorderen.
Artikel 11 - INGANGSDATUM
Het reglement gaat in op 1 juli 2026.
Art. 2. Het reglement inzake de privatieve inname van het openbaar domein bekend te maken conform artikel 285, 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur.
Met het oog op duidelijkheid wordt voorgesteld om het retributiereglement inzake de privatieve inname van het openbaar domein los te koppelen van het reglement inzake de privatieve inname van het openbaar domein. In eerste instantie wordt dan ook voorgesteld om het betrokken reglement, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 29 april 2009 en aangepast in zitting van 27 mei 2015 op te heffen.
Om de horeca te ondersteunen, wordt daarnaast voorgesteld om in het retributiereglement op te nemen dat er geen vergoeding wordt aangerekend voor de privatieve inname van het openbaar domein bij het plaatsen van een terras aan een horecazaak.
Decreet lokaal bestuur
Beslissing van de gemeenteraad van 29 april 2009: reglement inzake de privatieve inname van het openbaar domein en het vaststellen en innen van retributies voor privatief gebruik
Beslissing van de gemeenteraad van 27 mei 2015: aanpassen reglement inzake de privatieve inname van het openbaar domein en het vaststellen en innen van retributies voor privatief gebruik
Zie 'Feiten & context'
Artikel 1. Het reglement inzake de privatieve inname van het openbaar domein en het vaststellen en innen van retributies voor privatief gebruik, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 29 april 2009 en aangepast in zitting van 27 mei 2015 op te heffen.
Art. 2. Het retributiereglement inzake de privatieve inname van het openbaar domein als volgt goed te keuren:
Artikel 1. §1. De tarieven voor de privatieve inname van het openbaar domein worden als volgt vastgesteld:
Voor een éénmalige inname die niet langer dan vijf dagen duurt, wordt geen retributie geheven.
Voor een inname met commerciële doeleinden die langer dan vijf dagen in beslag neemt, wordt vanaf dag zes tot en met dag dertig een vergoeding van 1 euro/m²- per dag aangerekend.
De maximumvergoeding voor deze periode bedraagt 100 euro voor een terrein met een oppervlakte kleiner of gelijk aan vijftig m². Voor een inname groter dan vijftig m² wordt voor deze periode een vergoeding aangerekend van 100 euro verhoogd met 5 euro per bijkomende vierkante meter.
Voor een inname met commerciële doeleinden die langer dan dertig dagen duurt, wordt een maandelijkse vergoeding van 25 euro/m² aangerekend. De maximumvergoeding per maand bedraagt 100 euro voor een terrein met een oppervlakte kleiner of gelijk aan vijftig m². Voor een inname groter dan vijftig m2 wordt een maandelijkse vergoeding aangerekend van 100 euro verhoogd met 5 euro per bijkomende vierkante meter.
§2. Elke breuk van een m2 geldt als een volle eenheid. Elke begonnen maand wordt beschouwd als een volledige. De periode van berekening vangt aan op het ogenblik dat het openbaar domein daadwerkelijk voor private doeleinden wordt gebruikt, opbouw en afbraak inbegrepen.
§3. De vergoeding moet door de vergunninghouder gestort worden minstens vijf dagen voor aanvang van de inname. Voor een inname die langer dan een maand duurt moet vanaf de tweede begonnen maand de vergoeding gestort worden voor de vijfde van iedere maand. De storting dient te gebeuren op het rekeningnummer 091-0001670-50 van het gemeentebestuur van Lubbeek.
Bij niet-tijdige betaling brengt het achterstallige bedrag van rechtswege intresten op voor een bedrag van de wettelijke intrestvoet, te rekenen vanaf de vervaldag van de termijn tot aan de dag van de betaling en dit zonder ingebrekestelling en onverminderd het recht van het bestuur om de vergunning op te heffen.
§4. Er wordt geen vergoeding aangerekend voor de privatieve inname van het openbaar domein door handelaars die niet bereikbaar zijn tijdens werken aan het openbaar domein.
§5. Er wordt geen vergoeding aangerekend voor de privatieve inname van het openbaar domein voor het plaatsen van een terras aan een horecazaak en beperkt tot 60 m². Voor het gedeelte boven de 60 m² gelden bovenstaande vergoedingen.
Art. 2. Het reglement gaat in op 1 juli 2026.
Art. 3. Het retributiereglement inzake de privatieve inname van het openbaar domein bekend te maken conform artikel 285, 286 en 287 van het decreet lokaal bestuur.
Het belastingreglement PAT.001.008 - verhaalbelasting op de verwerving van de wegzate van de openbare weg voor de aanslagen 2026 tot en met 2031, werd goedgekeurd door de Gemeenteraad op 23 december 2025.
De verhaalbelasting werd ingevoerd vanuit de redenering dat deze normaal en billijk ten laste van deze begunstigden is. De bewoners langs de te vernieuwen gemeenteweg hebben immers voordeel van goed uitgeruste weginfrastructuur na de heraanleg.
Na de goedkeuring van het belastingreglement PAT.001.008 op 23 december 2025 heeft het college van burgemeester en schepenen de toepassing van de verhaalbelasting opnieuw geëvalueerd in het licht van de financiële impact voor de betrokken eigenaars, de administratieve belasting voor het lokaal bestuur en de maatschappelijke aanvaardbaarheid van de belasting.
Uit deze evaluatie is gebleken dat de belasting bij bewoners en eigenaars vaak als moeilijk begrijpbaar wordt ervaren, aangezien investeringen in wegenis en riolering in belangrijke mate een algemeen openbaar belang dienen. Ze kan bovendien maatschappelijk als weinig billijk worden ervaren.
Het college is daarom tot het oordeel gekomen dat de beoogde doelstellingen van het belastingreglement niet langer opwegen tegen de nadelen ervan en stelt aan de gemeenteraad voor om het reglement op te heffen met ingang van 1 januari 2026.
De grondwet, meer bepaald artikel 170§4;
Het wetboek van inkomstenbelastingen van 10 april 1992 en het Invorderingswetboek van 13 april 2019;
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en later wijzigingen;
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging , de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen en latere wijzigingen;
De omzendbrief BB2008/07 van 18 juli 2008 aangaande het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie – en gemeentebelastingen;
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit;
Het besluit van de Vlaamse Regering van 20 april 2018 betreffende de bekendmaking en raadpleegbaarheid van besluiten en stukken van het lokaal bestuur, betreffende de wijze waarop de reglementen en verordeningen van het lokaal bestuur worden bijgehouden in het register en betreffende de raadpleegbaarheid van de besluiten van de politiezones en hulpverleningszones;
Het gemeenteraadsbesluit van 30 april 2019 houdende “verhaalbelasting op de verwerving van de zate van de openbare weg” aanslagjaren 2019 - 2025;
Het gemeenteraadsbesluit van 25 juni 2019 houdende “verhaalbelasting op de verwerving van de zate van de openbare weg” aanslagjaren 2019 – 2025;
Het gemeenteraadsbesluit van 26 januari 2021 houdende “verhaalbelasting op de verwerving van de zate van de openbare weg” aanslagjaren 2021 – 2025;
Het gemeenteraadsbesluit van 23 december 2025 houdende "belastingreglement PAT.001.008 - verhaalbelasting op de verwerving van de wegzate van de openbare weg voor de aanslagen 2026 tot en met 2031";
De belangrijkste redenen om de verlenging van de verhaalbelastingplicht zoals goedgekeurd door de gemeenteraad op 23 december 2025, nu toch op te heffen zijn:
Voor de verhaalbelasting werden geen inkomsten voorzien in de meerjarenplanning en er is dus geen rechtstreekse impact op de inkomsten.
Met de opheffing van de verhaalbelasting blijft de keuze om de grond gratis af te staan behouden, en blijft ook de optie voor bewoners van de in te nemen gronden om vergoed te worden voor de grondinname. Hoewel de opheffing ertoe kan leiden dat meer eigenaars kiezen voor een vergoeding van de grondinname, wordt de mogelijke bijkomende financiële impact als beheersbaar beschouwd
Artikel 1. De gemeenteraad beslist om het belastingreglement PAT.001.008 - verhaalbelasting op de verwerving van de wegzate van de openbare weg voor de aanslagen 2026 tot en met 2031, op te heffen met ingang vanaf 1 januari 2026.
Art. 2. Deze beslissing wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikels 285,286 en 287 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017.
Op 30 januari 2024 besliste de gemeenteraad om voetweg 32 te Linden gedeeltelijk te verplaatsen in de regio van de Lijsterdreef.
Het college van burgemeester en schepenen nam in zitting van 6 mei 2024 kennis van de betekening van de terechtzitting op 3 mei in de zaak van een aanpalende eigenaar van voetweg 32 tegen het gemeenteraadsbesluit van 30 januari 2024 tot gedeeltelijke verplaatsing van voetweg 32 te Linden. (zie ook 2024/CBS/1163)
De Raad van State afdeling bestuursrechtspraak stuurde twee arresten inzake de aanpalende eigenaar van voetweg 32 te Linden tegen de gemeente Lubbeek,
namelijk:
• Arrest 259.857 d.d. 24 mei 2024 mbt de vernietiging van het GRbesluit.
Deze zaak werd verwezen naar de gewone rechtspleging.
• Arrest 259.858 d.d. 24 mei 2024 mbt de schorsing van het GR-besluit. De
Raad van State verwerpt de vordering.
Hiervan nam het college kennis in de zitting van 10 juni 2024.
Op 10 juli 2024 ontving de gemeente Lubbeek een afschrift van het ingediende verzoek tot voortzetting van de rechtspleging in de zaak van voetweg 32 te
Linden, gedateerd op 9 juli 2024, met het verzoek om volgende beslissing te vernietigen: gemeenteraadsbeslissing dd 30/1/2024 betreffende "Linden - voetweg 32 - rooilijnplan gedeeltelijke verplaatsing voetweg 32 t.h.v. de Lijsterdreef - definitieve vaststelling."
Middels verzoek tot voortzetting wordt - naast het betreffende verzoek - verwezen naar hetgeen reeds is uiteengezet en wordt gereageerd op het verslag van de eerste arbeidsauditeur-afdelingshoofd.
Op 22 juli 2024 werd advocaat Stijn Verbist aangesteld om de gemeente in dit dossier bij te staan. Zijn kantoor formuleerde een memorie van antwoord zoals goedgekeurd door het college van burgemeester en schepenen op 3 september 2024.
Op 20 november 2024 ontving Verbist Advocatuur een memorie van wederantwoord.
In deze memorie van wederantwoord neemt de verzoekende partij standpunt in naar aanleiding van de door ons geformuleerde memorie van antwoord.
Op 16 juli 2025 ontving Verbist Advocatuur het tweede auditoraatsverslag dat nu ter kennisgeving voorligt.
Op 25 augustus ontving de gemeente van Verbist Advocatuur het definitief ontwerp van de laatste memorie met verzoek tot voortzetting.
Op 2 september 2025 werd de definitieve memorie met verzoek tot voortzetting ingediend bij de Raad van State.
Op 30 september 2025 heeft de verzoekende partij de laatste memorie van antwoord met verzoek tot voortzetting ingediend.
Op 16 april 2026 vernietigt de raad van state het besluit van de gemeente Lubbeek van 30 januari 2024 'Linden - voetweg 32 - rooilijnplan gedeeltelijke verplaatsing voetweg 32 t.h.v. de Lijsterdreef - definitieve vaststelling.' Deze beslissing ligt ter kennisgeving voor. De vernietiging is gebaseerd op het feit dat een omwonende in het kader van het openbaar onderzoek niet werd aangeschreven met een beveiligde zending.
Er moet nu bekeken worden op welke manier de procedure zal heropgestart worden.
Decreet Lokaal Bestuur, artikel 56.
De beslissing van de gemeenteraad van 30 januari 2024 i.v.m. Linden - voetweg 32 - rooilijnplan gedeeltelijke verplaatsing voetweg 32 t.h.v. de Lijsterdreef - definitieve vaststelling.
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 6 mei 2024 i.v.m. kennisname betekening terechtzitting op 3 mei 2024 en advies van de auditeur RvS bij beroep tot nietigverklaring gemeenteraadsbesluit van 30 januari 2024 "Linden - voetweg 32 rooilijnplan gedeeltelijke verplaatsing"
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 10 juni 2024 i.v.m. Voetweg 32 - uitspraak Raad Van State in zaak Van Impe Nadine tegen de gemeente Lubbeek
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 12 juni 2023 i.v.m. Juridisch advies - Dienst Omgeving & mobiliteit - aanstellen Verbist Advocatuur
De beslissing van het college van burgemeester en schepenen van 22 juli 2024 i.v.m. het aanstellen van Verbist advocatuur voor het dossier van Impe.
De beslissing van de raad van state van 16 april 2026 waarbij ze het besluit van de gemeente Lubbeek van 30 januari 2024 'Linden - voetweg 32 - rooilijnplan gedeeltelijke verplaatsing voetweg 32 t.h.v. de Lijsterdreef - definitieve vaststelling' vernietigt.
De gemeenteraad neemt kennis van de beslissing van de raad van state in verband met het rooilijnplan van voetweg 32 ter hoogte van de Lijsterdreef.
Het is aan de gemeenteraad om te beslissen welke stappen er in het kader van dit deel van voetweg 32 verder dienen genomen te worden en de uitvoering daarvan bij het college te leggen.
Geen bijkomende financiële gevolgen
Artikel 1. De gemeenteraad neemt kennis van de vernietiging door de raad van state van de beslissing van de gemeenteraad van 30 januari 2024 i.v.m. Linden - voetweg 32 - rooilijnplan gedeeltelijke verplaatsing voetweg 32 t.h.v. de Lijsterdreef - definitieve vaststelling.
Art. 2 De gemeenteraad belast het college van burgemeester en schepenen met de opdracht om het tracé van voetweg 32 ter hoogte van de Lijsterdreef opnieuw te bekijken, in het kader van het gemeentewegendecreet.
De aanleiding voor de opmaak van een rooilijnplan zijn de geplande heraanleg met fietspad en rioleringswerken over de volledige lengte van de Bollenberg en Lubbeekstraat.
Huidige situatie
De Lubbeekstraat en de Bollenberg zijn twee straten die achter elkaar liggen en die (samen met Kapelstraat) de belangrijkste verbinding tussen de dorpskernen van Lubbeek en Pelleberg vormen.
De straat bestaat uit een dubbel baanvak zonder fiets- of voetpaden. Verschillende handelaars en enkele horeca zaken zijn gelegen langs de straat, alsook de gemeentelijke begraafplaats, het recyclagepark Lubbeek van Ecowerf en de technische loods en enkele diensten van de gemeente Lubbeek.
Zowel dichte bebouwing, vrijstaande bebouwing, los verspreide bebouwing, bos als landbouwgronden zijn gelegen langs deze lange glooiende weg.
Grenzend aan het huidige tracé van de weg zijn 235 percelen betrokken, en 128 loten vallen binnen de nieuwe rooilijn.
Procedurele geschiedenis
Een landmeter-expert van het studiebureau Sweco op deze werken, Ben Jansen, vestiging Hasselt - Herkenrodesingel 8B, bus 3.01 - 3500 Hasselt heeft deze rooilijn opgesteld conform de geplande wegenis- en rioleringswerken. Het rooilijnplan werd voorlopig vastgesteld op de Gemeenteraad van 23 december 2025.
In de zitting van 19 januari 2026 werd door het college van burgemeester en schepenen een landmeter-expert aangeduid voor de opmaak van de individuele schattingsverslagen, namelijk Geowijzer, Sint-Jorislaan 139, 3540 Herk-de-Stad. De schattingsverslagen werden opgemaakt op 4 februari 2026 en afgeleverd aan de dienst Patrimonium.
Op 26 januari 2026 werd door het college van burgemeester en schepenen beslist om het lopende openbaar onderzoek, en daarmee ook de rooilijnprocedure, stop te zetten.
In tussentijd werden de plannen aangepast. Zo doende kan de rooilijnprocedure opnieuw opgestart worden.
Op vraag van de gemeente werden 8 juni 2026 de volgende allerlaatste details aan de rooilijnplannen aangepast (dus ook aan de schattingsverslagen):
- Lot 9 (118E) : extra inneming voor cabine (plan 1)
- Lot 16 (285B5) : minder inneming (plan 1)
- Lot 17 (285A5) : minder inneming (plan 1)
- Lot 65 (195P) : minder inneming (plan 3)
- Lot 68 (201C) : inneming weggevallen (plan 3) -> vanaf hier hernummering !!!!
- Lot 68 (vroeger 69) (206S3) : inneming kleiner (plan 3)
- Lot 74 (vroeger 75) (4A2) : inneming groter voor aansluiting op gracht (plan 3)
- Lot 79 (vroeger 80)(6F2 : inneming verwaarloosbaar groter (plan 3)
- Lot 80 (vroeger 81)(6E2 : inneming verwaarloosbaar kleiner (plan 3)
- Lot 111 (237B2) : inneming weggevallen (plan 4) -> vanaf hier hernummering !!!!
Het decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, meer bepaald artikel 56, dat de bevoegdheden van het College van burgemeester en schepenen vastlegt;
De wet op de buurtwegen van 10 april 1841, gewijzigd bij de wet van 20 mei 1863 en 9 augustus 1948. Deze wet is afgeschaft, maar de Atlassen der Buurtwegen werden als juridische basis behouden via artikel 85 van het decreet houdende de gemeentewegen;
Het decreet houdende de gemeentewegen van 3 mei 2019 van kracht sinds 1 september 2019. De procedure voor de wijziging van gemeentewegen wordt beschreven in afdeling 2”procedurele bepalingen over gemeentelijke rooilijnplannen – de artikels 16 tot 19. De procedure voor afschaffing van gemeentewegen wordt beschreven in afdeling 2, artikels 20 tot 23. Het toetsingskader of de algemene doelstellingen ter beoordeling van het voornemen om gemeentewegen te wijzigen is opgenomen in artikels 3 en 4 van het decreet gemeentewegen;
Het gemeenteraadsbesluit van 23 december 2025 i.v.m het rooilijnplan verbreding deel Bollenberg (buurtweg 3) en verbreding deel Lubbeekstraat (buurtweg 1) - voorlopige vaststelling.
Het collegebesluit van 19 januari 2026 i.v.m. het rooilijnplan verbreding deel Bollenberg (buurtweg 3) en verbreding deel Lubbeekstraat (buurtweg 1) - openbaar onderzoek van 20 januari 2026 tot en met 20 februari 2026.
Dit openbaar onderzoek, en daarmee ook de rooilijnprocedure, werd stopgezet door het college van burgemeester en schepenen op 26 januari 2026.
De wijziging van de rooilijn houdt rekening met de principes opgenomen in artikels 3 en 4 van het gemeentewegendecreet
Het project beoogt de verbetering en het vrijwaren van de structuur, samenhang, veiligheid en toegankelijkheid van het gemeentelijk wegennet, in het bijzonder voor zwakke weggebruikers. De betrokken weg vormt een belangrijke verbindingsweg tussen de dorpskernen van Lubbeek en Pellenberg en wordt intensief gebruikt door zowel gemotoriseerd verkeer als fietsers en voetgangers.
De huidige inrichting van de weg biedt onvoldoende veilige infrastructuur voor fietsverkeer. Momenteel geldt op delen van het traject een tijdelijke snelheidsbeperking van 50 km/u om de verkeersveiligheid voor fietsers tijdelijk te verhogen. Deze tijdelijke maatregel biedt echter geen duurzame oplossing voor de structurele veiligheidsproblemen op het traject.
Gelet op de functie van de weg als doorgaande verbindingsweg blijft een snelheidsregime van 70 km/u op langere termijn aangewezen. Overeenkomstig het toepasselijke fietsvademecum vereist een weg met dergelijke verkeersfunctie en snelheidsregime de aanleg van niet-aanliggende fietspaden om de veiligheid van fietsers voldoende te kunnen waarborgen.
Bij de uitwerking van het ontwerp werd rekening gehouden met het Fietsvademecum. Om de noodzakelijke grondinnames zoveel mogelijk te beperken, werd in overleg met de provincie toegestaan om het ontwerp te baseren op een eerdere versie van het Fietsvademecum, waarin beperktere breedtes voor fietsinfrastructuur mogelijk zijn. Hierdoor kon het ruimtebeslag van het project worden gereduceerd zonder afbreuk te doen aan de noodzakelijke verkeersveiligheid.
Het ontwerp vormt bijgevolg een evenwichtige afweging tussen:
Het gewijzigde tracé wordt vastgesteld in functie van de hedendaagse vereisten inzake verkeersveiligheid, duurzame mobiliteit, waterhuishouding, klimaatadaptatie en rioleringsinfrastructuur, en dit in het algemeen belang.
De aanpassingen aan het openbaar domein zijn noodzakelijk om:
Bij de uitwerking van het ontwerp werd onderzocht in welke mate de benodigde infrastructuur binnen het bestaande openbaar domein kon worden gerealiseerd. Hierbij werd vastgesteld dat de bestaande rooilijn onvoldoende ruimte biedt voor:
De gekozen inrichting is het resultaat van een afweging tussen enerzijds het algemeen belang en anderzijds de impact op de aanpalende eigenaars. Daarbij werd steeds gestreefd naar een minimale en proportionele grondinname. Waar mogelijk werd het ontwerp afgestemd op de bestaande toestand en het actuele gebruik van de aanpalende gronden.
In functie van het beperken van de impact op private eigendommen werd onderzocht waar grachten konden worden beperkt of gesupprimeerd. Op locaties waar slechts zeer beperkte grachten noodzakelijk waren, werd ervoor gekozen deze niet aan te leggen of te beperken. Op de overige delen van het traject blijven open grachten echter noodzakelijk om te voldoen aan de principes van de hemelwaterverordening inzake buffering en infiltratie van hemelwater.
De open grachten vervullen een belangrijke functie binnen het waterbeheer van het project. Zij dragen bij tot:
Alternatieven waarbij geen bijkomende grondinnames noodzakelijk zouden zijn, zoals het behoud van de bestaande wegbreedte of het voorzien van niet-afgescheiden fietsinfrastructuur, werden onderzocht maar onvoldoende bevonden op vlak van verkeersveiligheid, duurzame inrichting en conformiteit met de toepasselijke richtlijnen voor fietsinfrastructuur en hemelwaterbeheer.
De voorgestelde rooilijnwijziging wordt dan ook noodzakelijk en proportioneel geacht in functie van een veilige, duurzame en toekomstgerichte inrichting van het openbaar domein.
- de wijziging van de geschatte waarde van de ingenomen voor de gewijzigde percelen
- de toevoeging van een schattingstabel voor de loten (getroffen deel van percelen)
Na het doorlopen van de rooilijnprocedure zal voor de nodige grondinnames onderhandeld worden met de eigenaars. De rooilijnprocedure is een publiekrechtelijke bestemmingsbeslissing en wijzigt geen eigendom. De vaststelling van een gemeentelijk rooilijnplan bepaalt de grenzen van de gemeenteweg en geeft aan de betrokken stroken een openbare bestemming. Na vastlegging van de rooilijn van de gemeenteweg wordt met de betrokken eigenaars onderhandeld over de in te nemen delen. De gemeente heeft de intentie om eigenaar te worden van het volledige tracé dat gevat is door de rooilijn.
De financiële impact van de procedurele aspecten van dit rooilijn dossier voor de gemeente Lubbeek omvatten: opmaak van planmateriaal (via de aangestelde landmeter-expert van Sweco), de opmaak van schattingsverslagen (via de aangestelde landmeter-expert van Geowijzer), de kosten van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
Landmeter-expert en beëdigd schatter Bart Severi voor landmeterskantoor Geowijzer, maakte zijn schattingsverslag per innamedossier op op 4 februari 2026. Ter voorbereiding van de voorlopige vaststelling door de gemeenteraad wordt nu gevraagd om een beperkte wijziging door te voeren voor 3 loten (de in te nemen grond verlaagd in oppervlakte). Onder voorbehoud van enkele kleine wijzigingen die momenteel verwerkt worden wordt de kost voor de aankoop van alle gronden binnen de rooilijn van de Bollenberg en de Lubbeekstraat geschat op 632316,- €.
| Inname | Totale grondwaarde | Wederbelegging en wachtintrest |
| 1 | 4 110,00 € | 1 104,56 € |
| 2 | 2 080,00 € | 559,00 € |
| 3 | 985,00 € | 264,72 € |
| 4 | 2 555,00 € | 686,66 € |
| 5 | 280,00 € | 75,25 € |
| 6 | 100,00 € | 26,88 € |
| 7 | 1 075,00 € | 288,91 € |
| 8 | 725,00 € | 194,84 € |
| 9 | 230,00 € | 61,81 € |
| 10 | 1 680,00 € | 451,50 € |
| 11 | 3 360,00 € | 903,00 € |
| 12 | 3 600,00 € | 967,50 € |
| 13 | 3 360,00 € | 903,00 € |
| 14 | 3 840,00 € | 1 032,00 € |
| 15 | 3 840,00 € | 1 032,00 € |
| 16 | 17 520,00 € | 4 077,78 € |
| 17 | 18 720,00 € | 4 357,08 € |
| 18 | 25 680,00 € | 5 668,86 € |
| 19 | 1 200,00 € | 322,50 € |
| 20 | 8 160,00 € | 2 037,96 € |
| 21 | 11 760,00 € | 2 937,06 € |
| 22 | 11 040,00 € | 2 757,24 € |
| 23 | 58 320,00 € | 11 007,90 € |
| 24 | 22 230,00 € | 5 174,03 € |
| 25 | 2 370,00 € | 636,94 € |
| 26 | 255,00 € | 68,53 € |
| 27 | 530,00 € | 142,44 € |
| 28 | 705,00 € | 189,47 € |
| 29 | 5 220,00 € | 1 402,88 € |
| 30 | 1 350,00 € | 362,81 € |
| 31 | 5 850,00 € | 1 572,19 € |
| 32 | 2 790,00 € | 749,81 € |
| 33 | 3 420,00 € | 919,13 € |
| 34 | 2 430,00 € | 653,06 € |
| 35 | 2 610,00 € | 701,44 € |
| 36 | 2 880,00 € | 774,00 € |
| 37 | 20,00 € | 5,38 € |
| 38 | 22 860,00 € | 5 320,67 € |
| 39 | 4 680,00 € | 1 257,75 € |
| 40 | 3 240,00 € | 870,75 € |
| 41 | 700,00 € | 188,13 € |
| 42 | 630,00 € | 169,31 € |
| 43 | 245,00 € | 65,84 € |
| 44 | 1 290,00 € | 346,69 € |
| 45 | 755,00 € | 202,91 € |
| 46 | 375,00 € | 100,78 € |
| 47 | 1 670,00 € | 448,81 € |
| 48 | 680,00 € | 182,75 € |
| 49 | 520,00 € | 139,75 € |
| 50 | 1 080,00 € | 290,25 € |
| 51 | 1 080,00 € | 290,25 € |
| 52 | 1 375,00 € | 369,53 € |
| 53 | 790,00 € | 212,31 € |
| 54 | 745,00 € | 200,22 € |
| 55 | 505,00 € | 135,72 € |
| 56 | 2 070,00 € | 556,31 € |
| 57 | 2 520,00 € | 677,25 € |
| 58 | 1 380,00 € | 370,88 € |
| 59 | 640,00 € | 172,00 € |
| 60 | 360,00 € | 96,75 € |
| 61 | 15,00 € | 4,03 € |
| 62 | 90,00 € | 24,19 € |
| 63 | 1 620,00 € | 435,38 € |
| 64 | 1 305,00 € | 350,72 € |
| 65 | 13 860,00 € | 3 461,54 € |
| 66 | 75,00 € | 20,16 € |
| 67 | 650,00 € | 174,69 € |
| 68 | 90,00 € | 24,19 € |
| 69 | 630,00 € | 169,31 € |
| 70 | 1 080,00 € | 290,25 € |
| 71 | 1 170,00 € | 314,44 € |
| 72 | 720,00 € | 193,50 € |
| 73 | 5,00 € | 1,34 € |
| 74 | 85,00 € | 22,84 € |
| 75 | 2 010,00 € | 540,19 € |
| 76 | 1 170,00 € | 314,44 € |
| 77 | 4 410,00 € | 1 185,19 € |
| 78 | 495,00 € | 133,03 € |
| 79 | 785,00 € | 210,97 € |
| 80 | 9 450,00 € | 2 360,14 € |
| 81 | 3 510,00 € | 943,31 € |
| 82a | 540,00 € | 145,13 € |
| 82b | 59,00 € | 15,86 € |
| 83 | 140,00 € | 37,63 € |
| 84 | 24,00 € | 6,45 € |
| 85 | 276,00 € | 74,18 € |
| 86 | 344,00 € | 92,45 € |
| 87 | 52,00 € | 13,98 € |
| 88 | 52,00 € | 13,98 € |
| 89 | 48,00 € | 12,90 € |
| 90 | 40,00 € | 10,75 € |
| 91 | 24,00 € | 6,45 € |
| 92 | 28,00 € | 7,53 € |
| 93 | 32,00 € | 8,60 € |
| 94 | 112,00 € | 30,10 € |
| 95 | 36,00 € | 9,68 € |
| 96 | 44,00 € | 11,83 € |
| 97 | 2 880,00 € | 774,00 € |
| 98 | 2 400,00 € | 645,00 € |
| 99 | 960,00 € | 258,00 € |
| 100 | 960,00 € | 258,00 € |
| 101 | 7 680,00 € | 1 918,08 € |
| 102 | 240,00 € | 64,50 € |
| 103 | 7 680,00 € | 1 918,08 € |
| 104 | 445,00 € | 119,59 € |
| 105 | 350,00 € | 94,06 € |
| 106 | 600,00 € | 161,25 € |
| 107 | 2 250,00 € | 604,69 € |
| 108 | 710,00 € | 190,81 € |
| 109 | 155,00 € | 41,66 € |
| 110 | 155,00 € | 41,66 € |
| 111 | 115,00 € | 30,91 € |
| 112 | 10 560,00 € | 2 637,36 € |
| 113 | 9 360,00 € | 2 337,66 € |
| 114 | 9 120,00 € | 2 277,72 € |
| 115 | 9 120,00 € | 2 277,72 € |
| 116 | 9 360,00 € | 2 337,66 € |
| 117 | 12 240,00 € | 3 056,94 € |
| 118 | 312,00 € | 83,85 € |
| 119 | 668,00 € | 179,53 € |
| 120 | 372,00 € | 99,98 € |
| 121 | 15 464,00 € | 3 862,13 € |
| 122 | 2 640,00 € | 709,50 € |
| 123 | 47 520,00 € | 9 967,32 € |
| 124 | 1 440,00 € | 387,00 € |
| 125 | 11 280,00 € | 2 817,18 € |
| 126 | 6 300,00 € | 1 693,13 € |
| 127 | 4 400,00 € | 1 182,50 € |
| Totaal | 509 882,00 € | 122 434,44 € |
| Alg Totaal | 632316,4415 |
Artikel 1. Het gemeenteraadsbesluit van 23 december 2025 voorlopige vaststelling van het rooilijnplan verbreding deel Bollenberg (buurtweg 3) en verbreding deel Lubbeekstraat (buurtweg 1), wordt ingetrokken.
Art. 2. Het rooilijnplan Bollenberg (buurtweg 3) en Lubbeekstraat (buurtweg 1), opgesteld door landmeter Ben Jansen voor Sweco vestiging Hasselt Herkenrodesingel 8B, bus 3.01, 3500 Hasselt, wordt voorlopig vastgesteld. De gemeenteraad gaat principieel akkoord met de rooilijn zoals ingetekend op het plan.
Art. 3. De individuele schattingsverslagen, opgesteld door de landmeter-expert Bart Severi voor Geowijzer, Sint-Jorislaan 139, 3540 Herk-de-Stad, ter bepaling van de geschatte waarde van de in te nemen gronden naar aanleiding van de heraanleg van Bollenberg (buurtweg 3) en Lubbeekstraat (buurtweg 1), worden voorlopig vastgesteld. De gemeenteraad gaat akkoord met de voorgestelde geschatte waarden.
Art. 4. Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de verdere afhandeling van de procedure overeenkomstig artikel 17§2 van het decreet houdende de gemeentewegen.
1. Voorgeschiedenis
2. Procedure nieuw rooilijnplan ter hoogte van de Pastorijstraat 1 in Linden
3. Huidige toestand Pastorijstraat ter hoogte van nummer 1 in Linden
4. Gewenste toestand Pastorijstraat ter hoogte van nummer 1 in Linden
5. Contact met de aanpalende eigenaars
6. Eerdere procedures
Het toetsingskader en de algemene doelstellingen ter beoordeling van het voornemen om gemeentewegen te wijzigen is opgenomen in de artikels 3 en 4 van het decreet houdende de gemeentewegen.
In de verkavelingsaanvraag wordt enerzijds een nieuwe wegenis (lot 8) voorzien om de verschillende bouwloten te ontsluiten. Daarnaast wordt er een aansluiting op voetweg 32 voorzien door middel van een trage verbinding langs de elektriciteitscabine en lot 7. De loten 5, 6 en 7 sluiten aan op voetweg 32. Voetweg 32 ligt te paard op deze loten en de naastliggende percelen en moet te allen tijde gevrijwaard blijven. Door deze creatie van de nieuwe wegenis en de aansluiting op voetweg 32 via een trage verbinding, voldoet de aanvraag aan de artikels 3 en 4 van het gemeentewegendecreet.
Er werden drie bezwaren ingediend tegen de verkavelingsaanvraag aan de Pastorijstraat 1 en het uitbreiden van het rooilijnplan voor de Pastorijstraat en de trage verbinding tussen de Pastorijstraat en voetweg 32 te Linden. Vermits het hier gaat om een combinatie van een omgevingsvergunningsaanvraag en een zaak der wegen (rooilijnplan), weerhouden we hier enkel de punten uit de bezwaren die relevant zijn voor de procedure volgens het gemeentewegendecreet. Twee bezwaren hebben geen punten die kaderen in het gemeentewegendecreet. Het derde bezwaar bevat wel punten die te maken hebben met de wegenis en het rooilijnplan.
In schuine druk links gealinieerd zijn opmerkingen uit het bezwaarschrift, rechtgedrukt, inspringend is het antwoord erop.
Minimaal te respecteren bouwlijn
Het rooilijnendecreet stelt dat rekening moet gehouden worden met de minimaal te respecteren bouwlijn.
Het is onduidelijk of dit project de regels van de VCRO respecteert of zal kunnen respecteren om de rechtszekerheid en het algemeen belang te waarborgen.
Conform artikel 4.3.8paragraaf1 VCRO is het verboden om te herbouwen op een stuk grond dat door een nog niet gerealiseerde rooilijn of een achteruitbouwstrook getroffen constructie uit te voeren.
Het gemeentewegendecreet van 2019 regelt de rooilijnen van gemeentewegen. Er is recent geen rooilijnplan vastgesteld voor de Gemeentestraat of de Pastorijstraat. De atlas der buurtwegen is dus van toepassing. De Pastorijstraat is gekend als weg nummer 14. De rooilijn van deze weg werd ter hoogte van de verkaveling gewijzigd op 29 augustus 1958. De verkaveling is in lijn met deze rooilijn.
Het bezwaar wordt als niet gegrond beschouwd.
Trage Wegen
Voetweg nr. 32 is een trage weg aan de doorgang aan de noordkant van mijn perceel. Langs deze doorgang kunnen voetgangers veilig van aan de kerk tot in de Pastorijstraat (tussen de huizen met als nummers 7, 7A en 9) geraken. Deze weg start zeer smal aan de kant van de kerk en wordt dan breder. Via de authentieke aktes werd geregeld dat deze voetweg nr. 32 een erfdienstbaarheid zou vormen op twee percelen, mijn perceel het perceel 7A. Door de jaren heen heeft de buurman deze echter op mijn perceel afgewimpeld. De gemeente heeft echter de verplichting de trage wegen te onderhouden en ook hun origineel tracé te behouden. De niet-originele locatie van de trage weg wordt nu bestendigd op mijn perceel en het tracé wordt aldus op mijn perceel verplaatst.
Dergelijke verplaatsing kan niet via een omgevingsvergunning worden goedgekeurd.
Zoals te zien in de atlas der buurtwegen ligt voetweg 32 in deze regio inderdaad te paard op de perceelsgrenzen van de desbetreffende percelen. In de huidige verkavelingsaanvraag wordt er niet geraakt aan de atlasligging van voetweg 32 ter hoogte van de percelen 31H, 28Z en 32R. De voetweg ligt voor de helft van zijn breedte op loten 5, 6 en 7 en moet aldaar gevrijwaard worden. Voor de toekomstige bewoners en bezoekers van de nieuwe verkaveling is er een trage verbinding voorzien van de wegenis naar voetweg 32. Deze verbinding is gelegen naast lot 7 en lot 9 en wordt kosteloos overgedragen aan de gemeente en opgenomen in het openbaar domein, zodat de trage verbinding gevrijwaard blijft voor de toekomstige generaties. In een omgevingsvergunningsaanvraag kunnen enkel de rooilijnen opgenomen worden die gevat zijn in de percelen die deel uitmaken van de aanvraag. Voetweg 32 loopt niet enkel over een deel van perceel 31H maar vervolgt zijn tracé doorheen heel wat andere percelen. Deze maken echter geen deel uit van de verkavelingsaanvraag en ook niet van het rooilijnplan. De al dan niet correcte ligging van de voetweg ten opzichte van de rooilijn in de atlas, kan dus in de huidige procedure niet onderzocht en behandeld worden. Het tracé in de huidige procedure behoudt de ligging zoals voorzien in de atlas der buurtwegen.
Het bezwaar wordt als niet gegrond beschouwd.
Mobiliteit
Er werd ten onrechte slechts een beperkte mobiliteitsstudie opgemaakt die zich louter richt op de stikstofimpact.
De aanvraag betreft echter een significante verdichting van de omgeving en er zijn aldus mobiliteitseffecten die zich niet beperken tot de stikstofuitstoot, zoals verkeersgeneratie en capaciteit van de omgeving.
Er dient in kaart gebracht te worden welke de reële impact hiervan zou zijn op de mobiliteit van de omliggende wijk en niet louter gekeken worden naar het voorzien van voldoende parkeerplaatsen.
Bovendien gaat het om een schoolomgeving, die gekenmerkt wordt door hoge pieken van verkeer. De bijkomende impact van het project moet dan ook duidelijk worden.
De beoordeling in het kader van het gemeentewegendecreet kan geen uitspraak doen over de correct gevolgde procedure in het omgevingsvergunningendecreet, voor wat betreft de bij te voegen studies en de uitgebreidheid ervan. Bij het vaststellen van een rooilijnplan wordt er wel beoordeeld wat de impact op de mobiliteit is. In dit geval is er in de verkaveling een trage verbinding voorzien tussen de Pastorijstraat en voetweg 32. Dit biedt kansen voor de kinderen die naar en van school gaan. Deze bijkomende verbinding dient het algemeen belang en creëert mee een fijnmazig en veilig netwerk van trage wegen in de gemeente.
Het bezwaar wordt als niet gegrond beschouwd.
In het kader van de omgevingsvergunningsaanvraag werden er adviezen gevraagd aan verschillende instanties. De adviezen die relevant zijn in het kader van het rooilijnplan, worden hier weergegeven en meegenomen in de afweging van de beslissing. De volgende instanties gaven advies: Fluvius, de brandweer, Proximus, De Watergroep, de deputatie afdeling water, Wyre. De deputatie, afdeling buurt- en voetwegen, gaf geen advies. Behalve het advies van Fluvius, is geen van deze adviezen van toepassing op het rooilijnplan.
Advies Fluvius: De perceelsgrenzen en rooilijnen moeten uitgezet zijn en de nieuwe wegenis moet verhard zijn. De voetpaden mogen nog niet zijn aangelegd.
Voor dit project kunt u als initiatiefnemer zelf instaan voor het sleufwerk. Voor meer info zie bijlage: 'Korting sleufwerk'.
Er dient minstens een vrije, openbare ruimte met een breedte van 1,50 m langs beide zijden van de straat op het openbaar domein tussen de 2 rooilijnen voorzien te worden waarin de leidingen en kabels aangelegd worden. Op het einde van een pijpenkop wordt eveneens een vrije openbare ruimte van 1,5 m voorzien.
Zowel bovengronds als ondergronds (tot op een diepte van 1,5 m ten opzichte van het maaiveld) mogen zich geen hindernissen, o.a. fundering, bevinden in deze ruimte. Hieronder wordt tevens begrepen dat de ruimte vrij dient te zijn van bebouwing, bedekking (zoals asfalt, beton,…) of beplanting uitgezonderd gras.
De vrije, openbare ruimte dient na de aanleg der nutsleidingen een openbaar karakter te behouden en vrij te blijven van alle constructies.
Indien er echter in dit project geen openbaar domein zou voorzien worden waarin de nutsleidingen zoals vermeld in deze offerte kunnen aangelegd worden en er dus in dit project enkel private wegenis wordt voorzien, dan dient u ons hiervan onmiddellijk in te lichten. Uw offerte zal dan immers gewijzigd moeten worden. Zoals bepaald in ons projectreglement dient vóór de aanleg eerst kosteloos een erfdienstbaarheid voor de netbeheerder voor het volledige project te worden voorzien. Ons projectreglement is beschikbaar op onze website. De netbeheerder behoudt zich eveneens het recht voor om bij projecten met private wegenis geen nutsleidingen aan te leggen in het project zelf, maar zich te beperken tot het aansluiten van het project ter hoogte van de grens met het openbaar domein. Voor het plaatsen van meetinstallaties zal voor dit project door de initiatiefnemer een lokaal moeten voorzien worden op de grens met het openbaar domein.
Er dient rekening gehouden te worden met deze adviezen.
Het voorliggende rooilijnplan kan definitief vastgesteld worden.
Geen financiële impact
Artikel 1. Kennis te nemen van de inhoud en de behandeling van de bezwaren en adviezen die werden ingediend tegen de aanvraag tot omgevingsvergunning voor de verkaveling aan de Pastorijstraat 1 te Linden.
Art. 2. Het rooilijnplan ter hoogte van de Pastorijstraat 1 te Linden, opgemaakt door landmeterskantoor Artois, Mechelsesteenweg 378 te Herent, definitief vast te stellen.
Art. 3. Akkoord te gaan met de voorgestelde kosteloze grondafstand van lot 8 zoals bepaald door landmeterskantoor Artois, Mechelsesteenweg 378 te Herent.
Art.4. Het advies van Fluvius als voorwaarde mee te nemen in de definitieve vaststelling van het rooilijnplan en de beslissing van de omgevingsvergunning.
Art. 5. Het college te gelasten met de uitvoering van dit besluit overeenkomstig art. 18 en 19 van het decreet houdende de gemeentewegen van 3 mei 2019.
Art. 6. De opdracht te geven tot opstellen van een notariële akte voor de kosteloze grondafstand van lot 8 en de opname in het openbaar domein.
Art. 7. Tegen deze beslissing kan binnen een termijn van 30 dagen een administratief beroep worden ingesteld bij de Vlaamse regering, overeenkomstig art. 31/1 van het omgevingsdecreet.
Art. 8. Op onderhavig besluit zijn de bepalingen van het algemeen bestuurlijk toezicht, opgenomen in het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen van toepassing.
Veerle Dedobbeleer werd vanaf 1 mei 2026 aangesteld als diensthoofd omgeving en huisvesting binnen de afdeling leefomgeving van het lokaal bestuur Lubbeek.
Binnen haar takenpakket is het wenselijk en noodzakelijk dat zij eveneens de taak als gemeentelijke omgevingsambtenaar opneemt.
Het Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, artikel 9, § 1.
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 27 november 2015 tot uitvoering van het Decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, artikels 143-146.
§ 1. Om te kunnen worden aangewezen als gemeentelijke omgevingsambtenaar, moet een persoon voldoen aan elk van de volgende voorwaarden :
1° houder zijn van een diploma dat toegang geeft tot niveau A of B;
2° beschikken over een relevante aantoonbare beroepservaring van minstens twee jaar.
Het is de bevoegdheid van de gemeenteraad de gemeentelijke omgevingsambtenaren aan te stellen.
Veerle Dedobbeleer, diensthoofd omgeving & huisvesting voldoet aan de criteria die door het decreet worden voorgeschreven en dus wordt aan de raad gevraagd om haar als omgevingsambtenaar aan te duiden.
Gaat over tot de geheime stemming die volgende uitslag geeft:
Aantal stemgerechtigde leden: 21
Aantal leden die deelnemen aan de stemming: 21
Aantal geldig uitgebrachte stemmen: 21
Kandidaat bekomt 21 ja-stemmen / 0 nee-stemmen / 0 onthoudingen.
Enig artikel. De gemeenteraad duidt Veerle Dedobbeleer, diensthoofd omgeving en huisvesting, vanaf 1 juli 2026 aan als gemeentelijk omgevingsambtenaar.
Voor het begin van elk schooljaar wordt het schoolreglement, daar waar nodig, aangepast aan de nieuwe regelgeving en de op dat ogenblik geldende afspraken over de bijdrageregeling. In het schoolreglement zijn deze tarieven opgenomen onder 'Bijdrageregeling'. Basisscholen moeten een bijdrageregeling vaststellen met een opgave van de verschillende categorieën kosten waarvoor een tussenkomst van de ouders kan gevraagd worden.
De voorgestelde tarieven gaan in op 1 september 2026 en eindigen op 31 augustus 2027.
De retributies voor het gemeentelijk onderwijs worden vastgesteld als volgt
Kleuteronderwijs:
- soep: € 0,90
- warme maaltijd (enkel hoofdschotel): € 4,10
- watergewenning 3de kleuterklas per beurt in zwembad Kessel-lo: € 2,00
- ééndaagse uitstap: de reële kostprijs wordt aangerekend.
Lager onderwijs:
- soep: € 0,90
- warme maaltijd (enkel hoofdschotel): € 4,50
- kangoeroewedstrijd: €3,50
- nieuwjaarsbrieven: € 0,80
- aankoop badmuts in zwembad Tienen (verplicht vanuit het zwembad): €2,50
- zwemmen per beurt in zwembad Tienen: €1,10
- zwemmen per beurt in zwembad Kessel-lo: € 2,30
- ééndaagse uitstap: de reële kostprijs wordt aangerekend.
- meerdaagse uitstap: het restbedrag na tussenkomst van de gemeente, het oudercomité en de opbrengsten van activiteiten georganiseerd door de school wordt aangerekend.
Deze retributie is verschuldigd door de ouders of wettelijke voogd van het kind dat gebruik maakt van boven vermelde diensten of goederen.
Voor de prijzen van de warme maaltijd en soep wordt een sociaal tarief ingevoerd conform onderstaande regeling:
Er kan een korting van 50% (sociaal tarief) verkregen worden voor de warme maaltijden
Ouders die menen in aanmerking te komen voor sociaal tarief, kunnen dit aanvragen door de volgende documenten binnen te brengen bij het organiserende bestuur:
- een gemotiveerd verzoek
- een recent aanslagbiljet personenbelasting
- voor éénoudergezinnen een recent bewijs van gezinssamenstelling.
Criteria:
| Aantal kinderen |
Belastbaar inkomen twee-oudergezinnen |
Belastbaar inkomen éénoudergezin |
| 1 |
41229 |
33963 |
| 2 |
43658 |
36387 |
| 3 |
46085 |
38325 |
| 3+ |
48509 |
40261 |
De bewijsstukken moeten door de ouders, een maand voor het verstrijken van de betrokken periode, opnieuw worden voorgelegd aan het organiserende bestuur. Het sociaal tarief gaat pas in vanaf dat alle documenten werden binnengebracht. Indien er zich eerder wijzigingen voordoen in verband met de gezinssamenstelling en/ of -inkomen, moet het organiserende bestuur onmiddellijk op de hoogte gesteld worden. Deze bedragen worden jaarlijks op 1 januari verhoogd met de procentuele stijging van het gezondheidsindexcijfer van 1 oktober van het vorig kalenderjaar en 1 oktober van het kalenderjaar daarvoor.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017
Decreet basisonderwijs van 25 februari 1997 en later wijzigingen, artikel 28 en 37
Omzendbrief BaO/2002/1 - informatie bij de eerste inschrijving en schoolreglement
Het item schooldrank water/ melk: € 0,70 werd geschrapt uit het retributiereglement. Scholen willen, gezien de grote veranderingen in het curriculum en doelenkader, maximaal inzetten op de onderwijstijd. Aan ouders wordt, net als in het verleden, gevraagd om een drinkbus met een gezonde inhoud ( geen frisdranken of extra gesuikerde dranken) te voorzien voor elk kind . Voor leerlingen is er permanent kraantjeswater ter beschikking en op de speelplaats kunnen ze gebruik maken van een drinkwaterfonteintje.
Artikel 1. Het college keurt goed dat er voor de periode met ingang van 1 september 2026 tot 31 augustus 2027 een gemeentelijke retributie gevestigd wordt op prestaties van het gemeentelijk onderwijs.
Art 2. De retributies voor het gemeentelijk onderwijs worden vastgesteld als volgt:
Kleuteronderwijs:
- soep: € 0,90
- warme maaltijd (enkel hoofdschotel): € 4,10
- watergewenning 3de kleuterklas per beurt in zwembad Kessel-lo: € 2,00
- ééndaagse uitstap: de reële kostprijs wordt aangerekend.
Lager onderwijs:
- soep: € 0,90
- warme maaltijd (enkel hoofdschotel): € 4,50
- kangoeroewedstrijd: €3,50
- nieuwjaarsbrieven: € 0,80
- aankoop badmuts in zwembad Tienen (verplicht vanuit het zwembad): €2,50
- zwemmen per beurt in zwembad Tienen: €1,10
- zwemmen per beurt in zwembad Kessel-lo: € 2,30
- ééndaagse uitstap: de reële kostprijs wordt aangerekend.
- meerdaagse uitstap: het restbedrag na tussenkomst van de gemeente, het oudercomité en de opbrengsten van activiteiten georganiseerd door de school wordt aangerekend.
Art 3. Sociaal tarief voor de prijzen van de warme maaltijd en soep
Er kan een korting van 50% (sociaal tarief) verkregen worden voor de warme maaltijden
Ouders die menen in aanmerking te komen voor sociaal tarief, kunnen dit aanvragen door de volgende documenten binnen te brengen bij het organiserende bestuur:
- een gemotiveerd verzoek
- een recent aanslagbiljet personenbelasting
- voor éénoudergezinnen een recent bewijs van gezinssamenstelling.
Criteria:
| Aantal kinderen |
Belastbaar inkomen twee-oudergezinnen |
Belastbaar inkomen éénoudergezin |
| 1 |
41229 |
33963 |
| 2 |
43658 |
36387 |
| 3 |
46085 |
38325 |
| 3+ |
48509 |
40261 |
De bewijsstukken moeten door de ouders, een maand voor het verstrijken van de betrokken periode, opnieuw worden voorgelegd aan het organiserende bestuur. Het sociaal tarief gaat pas in vanaf dat alle documenten werden binnengebracht. Indien er zich eerder wijzigingen voordoen in verband met de gezinssamenstelling en/ of -inkomen, moet het organiserende bestuur onmiddellijk op de hoogte gesteld worden. Deze bedragen worden jaarlijks op 1 januari verhoogd met de procentuele stijging van het gezondheidsindexcijfer van 1 oktober van het vorig kalenderjaar en 1 oktober van het kalenderjaar daarvoor.
Art 4. De retributie is verschuldigd door de ouders of de wettelijke voogd van het kind dat gebruik maakt van bovenvermelde diensten of goederen.
Art 5. Het retributiereglement wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad.
De vigerende onderwijswetgeving
De wettelijke vakanties voor GBS De STip Linden, GBS De STip Binkom en School 3212 Pellenberg worden als volgt bepaald:
Vakanties:
Herfstvakantie: van maandag 2 november tot en met zondag 8 november 2026
Wapenstilstand: woensdag 11 november 2026
Kerstvakantie: van maandag 21 december 2026 tot en met zondag 3 januari 2027
Krokusvakantie: van maandag 8 februari 2027 tot en met zondag 14 februari 2027
Paasvakantie: van maandag 29 maart 2027 tot en met zondag 11 april 2027
Hemelvaart: donderdag 6 mei 2027 en vrijdag 7 mei 2027
Pinkstermaandag: 17 mei 2027
Zomervakantie: van woensdag 1 juli 2027 tot en met maandag 31 augustus 2027
De pedagogische studiedagen voor GBS De STip Linden, GBS De STip Binkom en School 3212 Pellenberg worden in overeenstemming met externe vormingsgevers als volgt bepaald:
Pedagogische studiedagen GBS De STip Binkom, GBS De Stip Linden en SCHOOL3212 Pellenberg:
woensdag 28 oktober 2026
woensdag 20 januari 2027
Pedagogische studiedagen GBS De STip Binkom en GBS De STip Linden
woensdag 23 september 2026
Pedagogische studiedagen School 3212 Pellenberg:
woensdag 16 september 2026
Op 15 juni 2026 zullen de correcte data gecommuniceerd worden met alle ouders.
De data werden voorgelegd op de schoolraad van 4 juni 2026.
Decreet basisonderwijs 25 februari 1997, artikel 50
Besluit van de Vlaamse Regering van 17 april 1991 tot organisatie van het schooljaar in het basisonderwijs en in het deeltijds onderwijs georganiseerd, erkend of gesubsidieerd door de Vlaamse Gemeenschap artikel 4
Organisatie van het schooljaar in het gewoon en buitengewoon basisonderwijs BAO/2020/03 laatste datum wijziging 11/5/2026
Voor de vakanties en de schoolvrije dagen van schooljaar 2026-2027 werd rekening gehouden met de wettelijke bepalingen en legden de schooldirecteurs Karin Bunckens GBS De STiP Linden, An Courant GBS De STiP Binkom en Kristien Clits school 3212 Pellenberg de pedagogische studiedagen vast in functie van hun dagelijkse werking en noden professionalisering.
Artikel 1. De gemeenteraad keurt de vakantiedagen en de pedagogische studiedagen van GBS De STiP Linden, GBS De STiP Binkom en school 3212 Pellenberg als volgt goed:
Vakanties:
Herfstvakantie: van maandag 2 november tot en met zondag 8 november 2026
Wapenstilstand: woensdag 11 november 2026
Kerstvakantie: van maandag 21 december 2026 tot en met zondag 3 januari 2027
Krokusvakantie: van maandag 8 februari 2027 tot en met zondag 14 februari 2027
Paasvakantie: van maandag 29 maart 2027 tot en met zondag 11 april 2027
Hemelvaart: donderdag 6 mei 2027 en vrijdag 7 mei 2027
Pinkstermaandag: 17 mei 2027
Zomervakantie: van woensdag 1 juli 2027 tot en met maandag 31 augustus 2027
De pedagogische studiedagen voor GBS De STip Linden, GBS De STip Binkom en School 3212 Pellenberg worden in overeenstemming met externe vormingsgevers als volgt bepaald:
Pedagogische studiedagen GBS De STip Binkom, GBS De Stip Linden en SCHOOL3212 Pellenberg:
woensdag 28 oktober 2026
woensdag 20 januari 2027
Pedagogische studiedagen GBS De STip Binkom en GBS De STip Linden
woensdag 23 september 2026
Pedagogische studiedagen School 3212 Pellenberg:
woensdag 16 september 2026
Art. 2. Deelt dit besluit mee aan de directies.
De gemeente ontving de oproeping voor de algemene vergadering van de Gemeentelijke Holding NV - in vereffening op 24 juni 2026. (bijlage)
Deze bijlage maakt integraal deel uit van het besluit.
Aangezien de korte tijdspanne van deze uitnodiging werd aan het college gevraagd de afgevaardigden te mandateren en de agendapunten namens de gemeente Lubbeek goed te keuren.
Agenda:
1. Bespreking van de werkzaamheden van de vereffenaars over het boekjaar 2025
2. Bespreking van de jaarrekening over het boekjaar 2025
3. Bespreking van het jaarverslag van de vereffenaars over het boekjaar 2025 inclusief beschrijving van de vooruitgang van de vereffening en redenen waarom de vereffening nog niet kon worden afgesloten
4. Bespreking van het verslag van de commissaris over de jaarrekening over het boekjaar 2025
5. Vraagstelling
Decreet Lokaal Bestuur
De gemeenteraad dient de agenda van de algemene vergadering van de Gemeentelijke Holding NV - in vereffening op 24 juni 2026 goed te keuren.
Davy Suffeleers werd aangeduid als effectief vertegenwoordiger met Pascale Alaerts als plaatsvervanger.
Artikel 1. Keurt de agenda van de algemene vergadering van Gemeentelijke Holding NV - in vereffening op 24 juni 2026 goed.
Art. 2. Mandateert raadslid Davy Suffeleers met als plaatsvervanger Pascale Alaerts om de agendapunten goed te keuren.
Art. 3. Bezorgt een afschrift van deze beslissing en de ingevulde volmacht aan de Gemeentelijke Holding NV - in vereffening.
In de gemeenteraad van 25 februari 2025 werden Ivan Vanderzeypen als vertegenwoordiger en Jeroen Verbinnen als plaatsvervangend vertegenwoordiger aangeduid voor de algemene vergaderingen van CREAT Services dv.
In de gemeenteraad van 26 mei 2026 werden voor de algemene vergadering van 16 juni 2026 echter Pieter Willems en Hugo Simoens gemandateerd.
Aangezien Ivan Vanderzeypen en Jeroen Verbinnen de door de gemeenteraad aangestelde vertegenwoordigers zijn, dient de afvaardiging voor de algemene vergadering van 16 juni 2026 te worden aangepast.
Het decreet lokaal bestuur
De vertegenwoordiging van de gemeente Lubbeek voor de algemene vergadering van CREAT Services dv. van 16 juni 2026 dient te worden aangepast.
In de gemeenteraad van 25 februari 2025 werden Ivan Vanderzeypen als vertegenwoordiger en Jeroen Verbinnen als plaatsvervangend vertegenwoordiger aangeduid voor de algemene vergaderingen van CREAT Services dv.
Artikel 1. De beslissing van de gemeenteraad van 26 mei 2026 betreffende de afvaardiging voor de algemene vergadering van CREAT Services dv. van 16 juni 2026 wordt aangepast.
Art. 2. Ivan Vanderzeypen wordt aangeduid als vertegenwoordiger van de gemeente Lubbeek en Jeroen Verbinnen als plaatsvervangend vertegenwoordiger voor de algemene vergadering van CREAT Services dv. van 16 juni 2026.
Art 3. een afschrift van deze beslissing wordt bezorgd aan CREAT Services dv.
Op 2 april 2026 ontving de gemeente via agentschap binnenlands bestuur afdeling Afdeling Lokale Organisatie, Werking & Personeel een klacht over de verkeersveiligheid schoolomgeving Dorpsstraat Lubbeek.
Decreet Lokaal Bestuur artikel 331, 332 en 333
De gouverneur ontving op 22 maart 2026 een klacht van de heer Willem Goris over de verkeersveiligheid aan de schoolomgeving Dorpsstraat te Lubbeek.
De gemeente formuleerde een motivering aan de gouverneur en ontving op 18 mei 2026 een antwoord in het berichtencentrum van het digitaal loket: op basis van de informatie die gekend is, kan de beslissing van het college van burgemeester en schepenen verantwoord worden.
Enig artikel. De gemeenteraad neemt kennis van het antwoord van de gouverneur.
Het agendapunt GR/2026/080 staat op de dagorde maar werd niet geagendeerd op de commissie beleidsdomeinen.
Huishoudelijk reglement van de gemeenteraad.
Decreet lokaal bestuur.
Het agendapunt GR/2026/080 werd niet geagendeerd op de commissie beleidsdomeinen. De indiener vraagt het agendapunt van de dagorde te halen.
Enig artikel. Verworpen: het agendapunt GR/2026/080 "Actie 2.1.11 - asfalteringsprojecten - lastvoorwaarden en gunningswijze" wordt van de dagorde gehaald en verdaagd naar de volgende zitting.
De provincie bezorgde ons de modelbesluiten die overeenkomen met de dienstverlening die Lubbeek afneemt van de provincie (de verwerking van GAS overlast en de beperkte snelheidsovertredingen).
Met het oog op de continuïteit van de dienstverlening verzoekt de provincie de gemeente de nodige stappen te ondernemen. Het is in het belang van de gemeente dat de provincie de continuïteit van de dienstverlening kan garanderen. Om die reden is het essentieel dat de gemeenteraad de aanduidingen zo snel mogelijk agendeert.
Artikel 6, §§2 en 3 van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
De artikelen 1, §2 en 2, §1 van het koninklijk besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de kwalificatie- en onafhankelijkheidsvoorwaarden van de ambtenaar belast met de oplegging van de administratieve geldboete en tot inning van de boetes in uitvoering van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
Het positief advies van de Procureur des Konings te Leuven van 18 mei 2026 omtrent de aanstelling van Gunther Roesems als sanctionerend ambtenaar.
Het positief advies van de Procureur des Konings te Halle-Vilvoorde van 18 mei 2026 omtrent de aanstelling van Gunther Roesems als sanctionerend ambtenaar.
Het positief advies van de Procureur des Konings te Leuven van 18 mei 2026 omtrent de aanstelling van An Braeken als sanctionerend ambtenaar.
Het positief advies van de Procureur des Konings te Halle-Vilvoorde van 18 mei 2026 omtrent de aanstelling van An Braeken als sanctionerend ambtenaar.
Het provincieraadsbesluit van Vlaams-Brabant van 2 juni 2026 waarbij An Braeken als provinciaal sanctionerend ambtenaar wordt aangesteld.
De provincie heeft een dienstverlenende opdracht heeft naar de gemeenten toe en zij dient een ambtenaar ter beschikking te stellen.
De procedure vereist enerzijds enige juridische kennis en anderzijds een afwikkeling op provinciaal niveau een eenvormige en neutrale beoordeling waarborgt.
Het is wenselijk een provinciaal ambtenaar te belasten met het opleggen van de gemeentelijke administratieve geldboetes omdat enerzijds er in de gemeente geen geschikte ambtenaar is en anderzijds dergelijk personeelslid meer expertise kan ontwikkelen.
Greet Van Eygen en Sabine Brijs treden reeds op als provinciaal sanctionerende ambtenaren.
Omwille de continuïteit in de behandeling van de dossiers is het belangrijk is om Gunther Roesems en An Braeken bijkomend aan te stellen als sanctionerend ambtenaar.
geen financiële gevolgen
Artikel 1: de gemeenteraad wijst Gunther Roesems en An Braeken aan als ambtenaren belast met het opleggen van administratieve geldboetes.
Art. 2.: Een afschrift van dit besluit wordt gezonden aan de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant, aan de dienst bestuurszaken – GAS-cel van de provincie Vlaams-Brabant, aan de voorzitter van het politiecollege en aan de procureur des Konings te Leuven.
De provincie bezorgde ons de modelbesluiten die overeenkomen met de dienstverlening die Lubbeek afneemt van de provincie (de verwerking van GAS overlast en de beperkte snelheidsovertredingen).
Met het oog op de continuïteit van de dienstverlening verzoekt de provincie de gemeente de nodige stappen te ondernemen. Het is in het belang van de gemeente dat de provincie de continuïteit van de dienstverlening kan garanderen. Om die reden is het essentieel dat de gemeenteraad de aanduidingen zo snel mogelijk agendeert.
Artikel 6, §3 van de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
Artikel 29 quater van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer.
De artikelen 1, §2 en 2, §1 van het koninklijk besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de kwalificatie- en onafhankelijkheidsvoorwaarden van de ambtenaar belast met de oplegging van de administratieve geldboete en tot inning van de boetes in uitvoering van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties.
Het positief advies van de Procureur des Konings te Leuven van 18 mei 2026 omtrent de aanstelling van Gunther Roesems als sanctionerend ambtenaar.
Het positief advies van de Procureur des Konings te Halle-Vilvoorde van 18 mei 2026 omtrent de aanstelling van Gunther Roesems als sanctionerend ambtenaar.
Het positief advies van de Procureur des Konings te Leuven van 18 mei 2026 omtrent de aanstelling van An Braeken als sanctionerend ambtenaar.
Het positief advies van de Procureur des Konings te Halle-Vilvoorde van 18 mei 2026 omtrent de aanstelling van An Braeken als sanctionerend ambtenaar.
Het provincieraadsbesluit van Vlaams-Brabant van 2 juni 2026 waarbij An Braeken als provinciaal sanctionerend ambtenaar wordt aangesteld.
Het lokaal bestuur wenst beroep te doen op de provinciale dienstverlening inzake beperkte snelheidsovertredingen (GAS 5), meer bepaald de administratieve afhandeling door een provinciaal sanctionerend ambtenaar.
Greet Van Eygen en Sabine Brijs treden reeds op als provinciaal sanctionerende ambtenaren.
Omwille van de continuïteit in de behandeling van de dossiers is het belangrijk om Gunther Roesems en An Braeken bijkomend aan te stellen als sanctionerend ambtenaar.
geen financiële gevolgen
Artikel 1: De gemeenteraad wijst de heer Gunther Roesems en mevrouw An Braeken aan als sanctionerend ambtenaar voor de administratieve afhandeling van de dossiers inzake beperkte snelheidsovertredingen.
Art. 2.: Een afschrift van dit besluit wordt gezonden aan de gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant, aan de dienst bestuurszaken – GAS-cel van de provincie Vlaams-Brabant, aan de voorzitter van het politiecollege en aan de procureur des Konings te Leuven.
In de meerjarenplanning 2026-2031 is volgende prioritaire actie opgenomen:
ACTIE 2.1.11 – Asfalteringsprojecten
Asfalteringswerken zijn nodig om de veiligheid van weggebruikers te garanderen. Versleten of beschadigde wegen verhogen het risico op ongevallen. Daarnaast verbeteren ze het rijcomfort en verminderen ze slijtage aan voertuigen. Regelmatig onderhoud verlengt de levensduur van de wegen. Goede wegen zorgen voor een vlotte en efficiënte verkeersdoorstroming. Na de nodige vooronderzoeken worden een aantal wegen stapsgewijs aangepakt.
Het college keurde in zitting van 18 mei 2026 de planning van de uitvoering goed.
In het kader van de opdracht “Onderhoud asfaltwegen” werd een bestek met nr. 2026-044 opgesteld door de dienst leefmilieu en mobiliteit.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikels 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad, artikels 56 en 57 betreffende de bevoegdheden van het college van burgemeester en schepenen en artikels 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 36 - openbare procedure.
Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.
Het besluit van het college van burgemeester en schepenen van 18 mei 2026 houdende de planning van de uitvoering van de asfalteringsprojecten.
In het kader van de opdracht “Onderhoud asfaltwegen” werd een bestek met nr. 2026-044 opgesteld door de dienst leefmilieu en mobiliteit, toegevoegd in bijlage.
De uitgave voor deze opdracht wordt indicatief geraamd op €436.542,04 excl. btw of €528.215,87 incl. 21% btw.
Er wordt voorgesteld om deze opdracht conform de wetgeving inzake overheidsopdrachten te gunnen bij wijze van de openbare procedure.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om goedkeuring te verlenen aan de lastvoorwaarden en de gunningswijze voor deze overheidsopdracht.
| code |
2026/2.1.11./0200-01/2240007/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN |
| Omschrijving |
Wegen - Activa in aanbouw |
| Actie |
2.1.11. Asfalteringsprojecten |
| Beleidsitem |
0200-01 Wegen |
| Algemene rekening |
2240007 Wegen - Activa in aanbouw |
| Investeringsenveloppe |
IP-GEEN Geen investeringsproject |
| Voorzien uitgavekrediet 2026 |
€700.000 |
| Beschikbaar krediet |
€700.000 |
| Voorziene ruwe raming |
€528.215,87 |
|
|
|
Artikel. 1. Verleent goedkeuring aan het bestek met nr. 2026-044 en de raming voor de opdracht “Onderhoud asfaltwegen”, opgesteld door de dienst leefmilieu en mobiliteit. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De indicatieve raming bedraagt €436.542,04 excl. btw of €528.215,87 incl. 21% btw.
Art.2. Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de openbare procedure.
Art. 3. De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld, goedgekeurd en bekendgemaakt op nationaal niveau.
Art. 4. De uitgave voor deze opdracht is voorzien in meerjarenplan op budgetcode 2026/2.1.11./0200-01/2240007/GEMEENTE/CBS/IP-GEEN
Raadslid Hugo Simoens (cd&v) stelt een vraag over Zwerfvuiltoelage aan schepen Gilberte Muls:
Eind dit jaar krijgen de gemeenten voor het eerst een zwerfvuilvergoeding uitbetaalt.
Voor Lubbeek bedraagt deze ca 27 000 euro.
Hier zijn ook drie minimale beleidsacties aan verbonden.
Een actueel vuilnisbakkenplan voor de juiste vuilnisbak op juiste plaats: inventaris opmaken, vullingsgraad en misbruik monitoren, analyseren, maatregelen treffen en effecten meten;
Hotspots met veel zwerfvuil en sluikstort aanpakken: inventaris opmaken, plan van aanpak met maatregelen opstellen en onderbouwen door monitoring;
Efficiënt en effectief handhaven als sluitstuk van het zwerfvuilbeleid: duidelijk juridisch kader en afstemming tussen partners op het terrein.
Hoever staat de gemeente Lubbeek hierin?
Welke verdere acties wilt de gemeente Lubbeek nemen met de bekomen vergoeding?
Raadslid Tom Harding (Groen) stelt een vraag over openluchtzwemmen aan schepen Pascale Alaerts:
Kan het college op korte termijn bekijken of ook met de stad Aarschot een wederkerige regeling kan worden uitgewerkt voor het openluchtzwemmen in park Schoonover, naar het voorbeeld van de samenwerking die vandaag al bestaat met Scherpenheuvel-Zichem?
Met de steeds frequentere hittegolven wordt toegang tot verkoeling steeds belangrijker. In Leuven werden de zwembaden van provinciaal domein voor lange periode gesloten. Eigen verkoeling in Lubbeekse vijvers bleek helaas ook niet mogelijk. Een gelijkaardige samenwerking zou inwoners van Lubbeek extra mogelijkheden bieden om zich tijdens warme periodes op een laagdrempelige manier te verkoelen en stimuleert bovendien intergemeentelijke samenwerking.
https://www.facebook.com/100063627307993/posts/1591926472938248/?rdid=03l5rRCyWIyDUacN
Raadslid Hugo Simoens (cd&v) stelt een vraag over mobiliteit kinderdagverblijf Pellenberg aan schepen Walter Vangoidsenhoven:
Het mobiliteitsvraagstuk rond de school van Pellenberg verbergt nog een ongemakkelijke waarheid: dat er nog een kinderdagverblijf achter de school gelegen is. Tijdens de werken zijn er al uitdagingen om dit te bereiken, maar er is bij de uitbating en de ouders van de kinderen nog veel onduidelijkheid wat er voor hen net zal veranderen vanaf 1 september. Graag wat uitleg.
Raadslid Hugo Simoens (cd&v) stelt een vraag over de speelstraat aan schepen Pascale Alaerts:
De afgelopen jaren mocht de Jan Davidtsstraat telkens een speelstraat organiseren.
Ondanks dat men nog steeds minder dagen wilt organiseren dan reglementair toegelaten kreeg men nu geen toelating.
Dat is jammer omdat de cohesie in deze straat ook heel belangrijk is. Wat kan deze straat indienen opdat het college wel een toelating zou geven?
Raadslid Liesbeth Smeyers (Groen) stelt een vraag over de speelstraat Jan Davidtsstraat + ruimer aan schepen Pascale Alaerts:
1. De aanvraag voor speelstraat in de J. Davidtsstraat voor 14 - 16 augustus zou geweigerd zijn. Is dat ook al een formele beslissing of moet deze nog officieel genomen worden? Wat is de reden zijn voor weigering? Ze beantwoordt o.i. aan het in 2021 opgestelde reglement?
2. Welke andere speelstraten werden voor deze zomer aangevraagd? Welke werden goedgekeurd?
3. Wordt hierover jaarlijks promotie gemaakt in het infoblad?
3. Kunnen we (dit mag gerust na de gemeenteraad) een overzicht krijgen van de speelstraten sinds het nieuwe reglement in 2021?
Raadslid Liesbeth Smeyers (Groen) stelt een vraag over de conciergefunctie residentie prinses Astrid aan schepen Tania Roskams:
Er is momenteel geen concierge in het LDC, sinds het pensioen van de laatste concierge op 1 oktober ‘25.
Er zijn sindsdien 2 systemen in geval van nood: centrale van het witgeel kruis en telefoonnr van de technische dienst van de gemeente. Mijn vraag gaat vooral over dit laatste systeem. Ze kunnen dat nr bellen bij brandalarm, lichten aan, stromende kraan, .... Dit duurt (begrijpelijkerwijs) soms 30 tot 45'. Het feit dat er niet iemand permanent voor hen en het gebouw 'zorgt' geeft een onzekerheid en zeker onveiligheidsgevoel bij de bewoners.
-> 1. is dat een formele beslissing om die functie af te schaffen? (ik vind ze niet terug in notulen van het vast bureau)
-> 2. Blijkbaar staan de beide conciergeflats (concierge en vervangconcierge) nog steeds leeg. Wordt dan overwogen ze toch terug aan te stellen? of wat gaat met die flats gebeuren?
-> 3. kan een tussenvorm overwogen worden: een soort concierge die in de buurt woont en als vrijwilliger per noodinterventie betaald wordt? (nabij én kostenefficiënt)
Raadslid Liesbeth Smeyers (Groen) stelt een vraag over het Mamadepot aan schepen Tania Roskams:
Afhankelijk van bespreking van de jaarrekening (al dan niet) nog een vraag over stopzetting huurcontract Mamadepot.
Raadslid Kristof Vanheukelom (cd&v) stelt een vraag over timing site gemeentehuis/politie aan schepen Walter Vangoidsenhoven:
Is er ondertussen een timing rond de afwerking van de gemeentelijke site, voor wat de in- en uitritten aangaat?
Men blijft de tijdelijke éénrichtingsaanduidingen negeren.
Raadslid Kristof Vanheukelom (cd&v) stelt een vraag over timing werken op Ganzendries aan schepen Walter Vangoidsenhoven:
Er zou vóór 1 september 2026 nog heel wat gebeuren rond de schoolmobiliteit.
Specifiek vraag ik me af wanneer de werken aan de Ganzendries gepland zijn. Het voorzien van een nieuwe toplaag lijkt ons geen ingreep van enkele uren.
Wat gaat de impact zijn naar afsluiten en dergelijke? Het is kort dag en de bewoners weten van niets.
Het zal voor de bewoners zeer onaangenaam zijn om daags voor de werken pas ingelicht te worden.
Mensen moeten zich kunnen regelen voor vakantie, werk, ...
Er is tot op heden (22-06-2026) ook nog steeds geen vermelding op het stratenplan op de gemeentelijke website onder de rubrieken "Hinder op de weg" of "Openbare werken".
https://stratenplan.lubbeek.be/
Raadslid Ellen Lammens (cd&v) stelt een vraag over de toekomst van het Mamadepot aan schepen Tania Roskams:
Het is intussen eind juni, is er een oplossing die een duurzame toekomst biedt voor het Mamadepot?
Is het een oplossing in de geest van wat er werd opgenomen in het meerjarenplan? "inclusief buurtankerpunt", een "geschikte en toegankelijke locatie" te vinden, voor de "duurzame verankering" van het initiatief.
De voorzitter sluit de zitting op 24/06/2026 om 00:35.
Namens gemeenteraad,
Klaas Gutschoven
Algemeen directeur
Geert Bovyn
Voorzitter