De raad voor maatschappelijk welzijn keurde in zitting van 23 juni 2026 de geactualiseerde interne afsprakennota en schriftelijke opnameovereenkomst voor de groep van assistentiewoningen goed.
Tijdens de behandeling van dit agendapunt werd een amendement goedgekeurd waarbij in artikel 4.4 van de interne afsprakennota en artikel 8.4 van de schriftelijke opnameovereenkomst werd bepaald dat nabestaanden beschikken over een termijn van veertien dagen om de assistentiewoning te ontruimen na het overlijden van de bewoner.
Na verdere juridische toetsing blijkt dat deze bepaling niet in overeenstemming is met de geldende Vlaamse regelgeving voor Groepen van Assistentiewoningen.
Daarnaast werd tijdens een inspectie van Zorginspectie op 24 oktober 2022 vastgesteld dat de schriftelijke opnameovereenkomst niet alle verplichte elementen bevatte. In het inspectieverslag werd onder meer vermeld: "De termijn waarover nabestaanden beschikken om de assistentiewoning te ontruimen bedraagt vijf dagen en kan in aantoonbaar onderling overleg aangepast worden."
Het is noodzakelijk de interne afsprakennota en schriftelijke opnameovereenkomst aan te passen zodat deze volledig conform de regelgeving en de erkenningswaarden voor Groepen van Assistentiewoningen zijn.
Het vast bureau stelde op 13 juli 2026 vast dat de goedgekeurde termijn van veertien dagen niet overeenstemt met de bepalingen van de geldende Vlaamse regelgeving voor groepen van assistentiewoningen en besliste om aan de raad voor maatschappelijk welzijn voor te stellen de betrokken artikelen aan te passen.
Decreet Lokaal Bestuur Artikel 77-78
Decreet van 15 februari 2019 betreffende de woonzorg dat bepaalt dat Groepen van Assistentiewoningen moeten voldoen aan de door de Vlaams Regering vastgelegde erkenningsvoorwaarden.
Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers van 28 juni 2019, Bijlage 10, art 20:
"Het overlijden van de bewoner of, als er meer dan één bewoner is, van de langstlevende bewoner, maakt een einde aan de schriftelijke opnameovereenkomst. De termijn waarover de nabestaanden beschikken om de assistentiewoning te ontruimen, bedraagt vijf dagen en kan in aantoonbaar onderling overleg aangepast worden. Gedurende die termijn mogen geen extra vergoedingen boven op de dagprijs meer aangerekend worden."
Het inspectieverslag van Zorginspectie van 24 oktober 2022 waarin werd vastgesteld dat de schriftelijke opnameovereenkomst niet alle verplichte elementen bevatte, waaronder de bepaling betreffende de ontruimingstermijn van vijf dagen.
De door de raad voor maatschappelijk welzijn op 23 juni 2026 goedgekeurde termijn van veertien dagen stemt niet overeen met de bepaling van artikel 20 van bijlage 10 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019, waarin uitdrukkelijk wordt bepaald dat de termijn waarover de nabestaanden beschikken om de assistentiewoning te ontruimen vijf dagen bedraagt.
De regelgeving voorziet wel dat deze termijn in aantoonbaar onderling overleg kan worden aangepast. Deze mogelijkheid laat echter niet toe om in de schriftelijke opnameovereenkomst een afwijkende algemene standaardtermijn van veertien dagen op te nemen. De wettelijke standaardtermijn moet immers steeds vijf dagen bedragen.
Om volledige rechtszekerheid te verkrijgen over de mogelijkheid om lokaal af te wijken van deze bepaling werd bijkomend advies ingewonnen bij VVSG en het Departement Zorg.
VVSG bevestigde op 16 juli 2026 dat de termijn van vijf dagen de wettelijke standaardtermijn vormt. VVSG verduidelijkte dat de regelgeving enkel ruimte laat om in een individuele situatie en in aantoonbaar onderling overleg met de nabestaanden een andere termijn overeen te komen. Een afwijkende algemene standaardtermijn opnemen in de interne afsprakennota of de schriftelijke opnameovereenkomst is volgens VVSG niet in overeenstemming met de huidige regelgeving.
Het Departement Zorg bevestigde op 20 juli 2026 eveneens dat de termijn van vijf dagen momenteel een verplichte erkenningsvoorwaarde vormt voor groepen van assistentiewoningen zoals opgenomen in bijlage 10 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019.
Hoewel momenteel een herwerking van bijlage 10 wordt voorbereid en een mogelijke aanpassing van deze termijn wordt besproken, werd hierover nog geen gewijzigde regelgeving goedgekeurd of in werking gesteld. Tot op heden blijft de huidige regelgeving onverkort van toepassing.
Overeenkomstig artikel 59 van het Woonzorgdecreet moeten groepen van assistentiewoningen voldoen aan de door de Vlaamse Regering vastgestelde erkenningsvoorwaarden. De raad voor maatschappelijk welzijn kan bijgevolg niet afwijken van deze erkenningsvoorwaarden door middel van een wijziging van de interne afsprakennota of de schriftelijke opnameovereenkomst.
Om de conformiteit van de interne afsprakennota en de schriftelijke opnameovereenkomst met de geldende regelgeving te waarborgen, is het aangewezen artikel 4.4 van de interne afsprakennota en artikel 8.4 van de schriftelijke opnameovereenkomst aan te passen.
Geen financiële gevolgen.
Artikel 1. De raad voor maatschappelijk welzijn stelt vast dat de op 23 juni 2026 goedgekeurde termijn van veertien dagen voor de ontruiming van een assistentiewoning na overlijden niet in overeenstemming is met artikel 20 van bijlage 10 van het Besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019.
Art. 2. De raad voor maatschappelijk welzijn stelt vast dat de regelgeving bepaalt dat de termijn waarover de nabestaanden beschikken om de assistentiewoning te ontruimen vijf dagen bedraagt en enkel in aantoonbaar onderling overleg kan worden aangepast.
Art. 3. De raad voor maatschappelijk welzijn heft de op 23 juni 2026 goedgekeurde bepalingen op die een standaardtermijn van veertien dagen voorzien voor de ontruiming van een assistentiewoning na overlijden.
Art. 4. De raad voor maatschappelijk welzijn keurt de gewijzigde tekst van artikel 4.4 van de interne afsprakennota en van artikel 8.4 van de schriftelijke opnameovereenkomst met onmiddellijke ingang goed als volgt:
"Bij overlijden van de bewoner of, als er meer dan één bewoner is, van de langstlevende bewoner, stopt de schriftelijke opnameovereenkomst onmiddellijk. Nabestaanden krijgen vijf dagen de tijd om de assistentiewoning te ontruimen, ingaande de eerste dag na het overlijden. In aantoonbaar onderling overleg kan deze termijn aangepast worden.
Gedurende deze termijn mogen geen extra vergoedingen boven op de dagprijs worden aangerekend.