De voorzitter opent de zitting op 14/04/2026 om 20:07.
Aan de commissie wordt gevraagd om de notulen van de zitting van de commissie beleidsdomeinen van 10 maart 2026 goed te keuren.
De notulen van de commissie beleidsdomeinen van 10 maart 2026 dienen goedgekeurd te worden.
De nieuwe gemeentewet.
Het decreet over het Lokaal Bestuur.
Enig artikel. De notulen van de commissie beleidsdomeinen van 10 maart 2026 worden goedgekeurd.
Om de voorbereiding van activiteiten vlot te laten verlopen, stelt de bibliothecaris voor om het vaststellen van de verkoopprijs in geval van occasionele verkoop te delegeren naar het college van burgemeester en schepenen.
De bibliotheek heeft voor de reguliere werking een retributiereglement, goedgekeurd door de gemeenteraad. Dit reglement legt de retributies vast die gebruikers verschuldigd zijn voor het gebruik van de bibliotheek, zoals bepaald in het dienstreglement bibliotheek. Voorbeelden van deze retributies zijn kosten voor kopies, voor het te laat terugbrengen van bibliotheekmaterialen en voor het niet-terugbrengen van bibliotheekmaterialen.
De bibliotheek ontvangt naast deze reguliere inkomsten ook occasionele inkomsten. Deze inkomsten zijn verbonden aan activiteiten die de bibliotheek op niet-regelmatige basis organiseert. De inkomsten uit een boekenverkoop zijn hiervan een typisch voorbeeld. Een tweede voorbeeld zijn de occasionele inkomsten van de ticketverkoop van het pilootproject Talkpoeder. Dit is een project onder leiding van Cultuurconnect waarbij een betalende deelname aan online lezingen deel uitmaakt van de samenwerkingsovereenkomst. De bibliothecaris heeft geen invloed op de prijszetting van deze tickets.
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017
Schepencollege van 22 juli 2025: Wijziging retributiereglement openbare bibliotheek β principiële goedkeuring
Gemeenteraad van 26 augustus 2025: wijziging retributiereglement openbare bibliotheek- goedkeuring
De occasionele verkoop in de bibliotheek is niet ingebed in de reguliere werking van de bibliotheek. Ze wordt op uitzonderlijke tijdstippen georganiseerd, en maakt geen deel uit van de basiswerking van de bibliotheek.
Om de voorbereiding van de bijhorende activiteiten vlot te laten verlopen stelt de bibliothecaris voor om het vastleggen van de verkoopprijs te delegeren naar het CBS.
De bibliothecaris stelt voor om het voorstel ter goedkeuring voor te leggen aan de gemeenteraad.
Geen financiële gevolgen
Enig artikel. Keurt het voorstel van de bibliothecaris om de prijzen voor occasionele verkoop binnen de bib via delegatie te laten vaststellen door het college van burgemeester en schepenen goed.
Wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad:
Samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente en Bosgroep Vlaams-Brabant voor een jaarlijkse vergoeding aan de Bosgroep van 6000,00 euro (excl. btw) voor de dagelijkse werking van de Bosgroep (subsidie van 3000,00) en projectwerking voor de Gemeente (3000,00 euro excl. btw), gedurende de volledige looptijd van de overeenkomst.
Op het subsidiegedeelte is geen btw verschuldigd, op het projectgedeelte wel (21 %).
Mieke Decoster, Coördinator Bosgroep Vlaams-Brabant, Provincieplein 1, 3010 Leuven maakte op 27 oktober 2025, naar aanleiding van een gesprek met schepen van milieu Gilberte Muls de documenten over om een eventuele samenwerkingsovereenkomst met Bosgroep Vlaams-Brabant voor te leggen aan de gemeenteraad.
Bijlagen
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017:
Er wordt goedkeuring gevraagd van de samenwerkingsovereenkomst tussen de gemeente en Bosgroep Vlaams-Brabant 2026 in bijlage.
Inhoud en doel overeenkomst
In bijlage vindt u een standaardovereenkomst voor het opzetten van een samenwerking tussen de Bosgroep Vlaams-Brabant en een Gemeente. De overeenkomst licht toe wat Bosgroep Vlaams-Brabant doet voor private eigenaars en wat ze extra doet in geval er een samenwerkingsovereenkomst is afgesloten met een Gemeente.
De bedoeling van deze overeenkomst is uit te werken, enerzijds, hoe de gemeente de Bosgroep ondersteunt in haar werking ten voordele van de bewoners van de gemeente en, anderzijds, hoe de Bosgroep bijzondere projecten zal organiseren ten voordele van de gemeente in haar geheel.
De gemeente bevestigt achter de werking van de Bosgroep te staan, waarbij de bossen van de private eigenaars in de gemeente goed onderhouden worden. Standaard werk van de Bosgroep houdt onder andere in:
De Bosgroep levert aan de Gemeente ondersteuning voor een bijzonder project dat flexibel kan worden ingevuld:
De dienst Leefmilieu vraagt om de samenwerkingsovereenkomst met Bosgroep Vlaams-Brabant, Provincieplein 1, 3010, in bijlage, goed te keuren, voor een jaarlijkse vergoeding aan de Bosgroep van 6000,00 euro (excl. btw) voor de dagelijkse werking van de Bosgroep (waarvan subsidie voor een bedrag van 3000,00 euro) en 3000,00 euro (excl. btw) voor de projectwerking voor de gemeente, gedurende de volledige looptijd van de overeenkomst. Op het subsidiegedeelte is geen btw verschuldigd, op het projectgedeelte wel (21 %).
Financiering gemeentebesturen (volgens info Bosgroep):
In verschillende (van de 63) lokale besturen uit ons werkingsgebied is er vraag naar een structurele overeenkomst met de Bosgroep. Bij vele van hen werkten we reeds projectmatig mee aan beter bos. We spraken met het bestuur van Bosgroep Vlaams-Brabant enkele principes af:
Het standaard (forfaitaire) bedrag, jaarlijks te betalen, is voor deze legislatuur 6000,00 euro (excl. btw). 50% van het vergoedingsbedrag is de vergoeding voor haar projectwerking (hierop is btw verschuldigd) en 50% ervan is bestemd als subsidie voor de basiswerking van de Bosgroep (zie hierboven; hierop is geen btw verschuldigd).
Voor de gemeente Lubbeek betekent dit dat haar vergoedingsbijdrage van 6000,00 euro (excl. btw) bestaat uit een subsidie van 3000,00 euro voor de basiswerking van de Bosgroep in de gemeente en 3000,00 euro (excl. btw) voor de projectwerking van de Bosgroep. Dit laatste komt overeen met 6 werkdagen geleverd door de medewerkers van de Bosgroep aan de gemeente.
Bij specifieke wensen of noden kunnen aangepaste afspraken gemaakt worden.
De uitgave wordt jaarlijks voorzien in de meerjarenplanning 2026-2031 op de code:
| code |
GBB/0340-00/2200000/Gemeente/CBS/IP-GEEN |
| Omschrijving |
Onbebouwde terreinen - gemeenschapsgoederen |
| Actie |
GBB-Verrichtingen zonder beleidsdoelstelling |
| Beleidsitem |
0340-00 Aankoop, inrichting en beheer van natuur, groen en bos |
| Algemene rekening |
2200000 - Onbebouwde terreinen - gemeenschapsgoederen |
| Investeringsproject |
IP-GEEN |
|
|
|
| Raming uitgavekrediet |
β¬19.000,00 |
| Beschikbaar krediet |
β¬19.000,00 |
| Voorziene raming/kostprijs/β¦ |
β¬3000,00 (geen btw) + β¬3000+21%btw= β¬6.630,00 |
|
|
|
| Geraamde inkomsten of subsidies in het budgetjaar |
|
|
|
|
| Aannemer/Leverancier/Instantie |
|
|
|
|
Artikel 1. Verleent goedkeuring aan de samenwerkingsovereenkomst met Bosgroep Vlaams-Brabant, Provincieplein 1, 3010 Leuven, in bijlage, voor een jaarlijkse vergoeding aan de Bosgroep van 6.630,00 euro (incl. btw) voor de dagelijkse werking van de Bosgroep, waarvan 3000,00 euro subsidie (geen btw) en 3000,00 euro (excl. btw) of 3.630,00 euro (incl. 21% btw) voor de projectwerking voor de gemeente, gedurende de volledige looptijd van de overeenkomst.
Art.2. Machtigt algemeen Klaas Gutschoven en waarnemend burgemeester Davy Suffeleers om de samenwerkingsovereenkomst te ondertekenen.
Art.3. Voor de vergoeding aan Bosgroep Vlaams-Brabant voor deze samenwerking wordt in het meerjarenplan 2026-2031 jaarlijks een bedrag voorzien van 6.630,00 euro op de code GBB/0340-00/2200000/Gemeente/CBS/IP-GEEN
Wordt ter goedkeuring voorgelegd aan de gemeenteraad:
Jaarlijks rapport (2025) van het Agentschap Binnenlands Bestuur in verband met het Lokaal Energie- en Klimaatpact.
De gemeente Lubbeek ondertekende het Lokaal Energie- en Klimaatpact 1.0 op 26/10/2021. Binnen het Lokaal Energie- en Klimaatpact dient een jaarlijkse inhoudelijke rapportering met betrekking tot de voortgang opgemaakt te worden. Deze rapportage wordt goedgekeurd door de gemeenteraad en ingediend bij Agentschap Binnenlands Bestuur. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van het Lokaal Klimaatpactportaal, waar de Vlaamse overheid de monitoring van de doelstellingen bijhoudt.
Het ondertekenen door de gemeente Lubbeek van het Burgemeestersconvenant 2030, aangaande de duurzame ontwikkelingsdoelstellingen;
Het Lokaal Energie- en Klimaatpact van de Vlaamse Regering en de Vlaamse steden en gemeenten van 4 juni 2021 aangaande het verbintenissen engagement inzake de algemenen engagementen en de vier werven behoudend 16 specifieke doelstellingen.
Art. 2 van het Decreet Lokaal Bestuur: βDe gemeenten zijn overeenkomstig artikel 41 van de Grondwet bevoegd voor de aangelegenheden van gemeentelijk belang. Voor de verwezenlijking daarvan kunnen ze alle initiatieven nemen. Ze beogen om bij te dragen aan de duurzame ontwikkeling van het gemeentelijk gebied.β
De jaarlijks verplichte rapportage werd opgemaakt volgens het sjabloon van de Vlaamse overheid en wordt ter kennisname voorgelegd aan de gemeenteraad. Sinds vorig jaar moet de financiële rapportage niet langer via een code in de BBC, maar ook volgens een sjabloon van de Vlaamse overheid, dat samen met het rapport aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. In bijlage zijn beide bestanden (LEKP-rapport + financiële rapportage) opgeladen, die integraal deel uit maken van de beslissing.
Tijdens het webinar over de LEKP-rapportering werd aangehaald dat, als onze gemeente met de uitgaven van 2025, de cofinancieringsdrempel niet behaalt, ABB dan het overschot van 2024 mee in rekening zal brengen. Uit navraag bij ABB blijkt dat het overschot van 2024 voor onze gemeente β¬ 30.320,45 bedraagt. We hoeven dit overschot dus niet zelf op te nemen in de financiële rapportering van 2025.
In de bijgevoegde financiële rapportering, behalen we ruimschoots de cofinancieringsdrempel.
De deadline voor de volledige rapportering is 1 mei 2026. Dat wil zeggen dat de gemeenteraad van 28/04/2026 het rapport moet goedkeuren.
Ter herinnering: Het LEKP houdt op te bestaan. Dit is de voorlaatste rapportering van het LEKP, in 2027 zal de laatste rapportering over het jaar 2026 moeten gebeuren. Meer informatie over de uitfasering leest u hier: Uitfasering Lokaal Energie- en Klimaatpact | Lokaal Energie en Klimaat Pact.
Financiële rapportering (de uitgave van 2025) is in bijlage.
Enig Artikel. Verleent goedkeuring aan de rapportering 2025 van het Agentschap Binnenlands Bestuur in verband met het Lokaal Energie- en Klimaatpact.
Aan de raad wordt gevraagd goedkeuring te verlenen aan het voorstel voor aanpassing van de personeelsformatie van de gemeente en het OCMW.
In het kader van de werking van de diensten van gemeente en OCMW en de uitvoering van het meerjarenplan is voldoende personeelscapaciteit nodig.
Het managementteam analyseerde de noden in het kader van organisatie en beleid en vraagt de gemeenteraad en OCMW raad om goedkeuring van de geplande aanpassingen van de personeelsformatie.
Decreet lokaal bestuur: de gemeenteraad is bevoegd voor het vaststellen van de personeelsformatie
Het meerjarenplan van de gemeente en de lopende dossiers in verband met wegen en voetwegen creëren een erg hoge werkdruk bij de dienst patrimonium. Momenteel is de dienst onvoldoende bestaft en ontstaat er een flessenhals in de werking. Dit kan de dienstverlening en de uitvoering van het meerjarenplan in het gedrang brengen. Er wordt daarom voorgesteld om de dienst patrimonium versneld te versterken met een extra deskundige (B1-B3) in contractueel dienstverband. De huidige statutaire functie wordt uitdovend geplaatst en zal verdwijnen met de pensionering van de functiehouder. Beide functies zullen gedurende +- 1 jaar naast elkaar bestaan.
Protocol van akkoord:
Het protocol van akkoord van de vakbonden werd aangevraagd en zal ter zitting toegevoegd worden aan het dossier.
Het krediet voor de extra deskundige patrimonium wordt bij de eerstvolgende aanpassing van het meerjarenplan bijkomend voorzien.
Artikel 1. De raad keurt de personeelsformatie 2026/02 goed.
Art 2. Betrokken personeelsleden worden geïnformeerd over de wijzigingen en de personeelsformatie wordt gepubliceerd op het Intranet van het lokaal bestuur..
Art 3. Het organogram op basis van de goedgekeurde personeelsformatie wordt gepubliceerd op de website van het lokaal bestuur.
Aan de gemeenteraad wordt gevraagd om het algemeen kader selectieprocedure directeur basisonderwijs goed te keuren.
De onderwijsregelgeving legt geen voorwaarden op voor de selectie van een nieuwe directeur.
De onderwijsregelgeving legt ook zeer weinig voorwaarden op voor de aanstelling van een nieuwe directeur waardoor een schoolverlater onmiddellijk vast benoemd zou kunnen worden tot directeur.
Voor deze zaken die binnen de onderwijsregelgeving niet geregeld zijn, moet er op basis van artikel 182 van het Decreet Lokaal Bestuur worden teruggevallen op de gemeentelijke regelgeving, namelijk het Decreet Lokaal Bestuur en het Besluit Rechtspositieregeling. Vanuit de gemeentelijke regelgeving is het voeren van een selectieprocedure verplicht (Besluit Rechtspositieregeling, artikel 6, 2°).
In uitvoering van artikel 186, §1, eerste lid Decreet Lokaal Bestuur en binnen het kader van het Besluit Rechtspositieregeling hebben de gemeenten een eigen gemeentelijke rechtspositieregeling uitgewerkt. Deze gemeentelijke rechtspositieregeling is niet van toepassing op een directeur uit het gemeentelijk onderwijs.
Het schoolbestuur moet daarom een specifieke rechtspositieregeling uitwerken voor de selectie van een directeur in het basisonderwijs en wenst hiervoor naar analogie te werken met de gemeentelijke rechtspositieregeling, dit om zoveel mogelijk gelijkvormigheid te bewerkstelligen.
De gemeenteraad is bevoegd om de gemeentelijke rechtspositieregeling en de algemene regels voor de selectieprocedure vast te stellen, waaronder minimaal de wijze waarop de selectiecommissie wordt samengesteld.
Procedurele vormvereisten
De beslissing voldoet aan de voorwaarden vermeld in art. 2, §1 van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel.
Op 30 maart 2026 hebben de onderhandelingen in het Afzonderlijk Bijzonder Comité (ABC) plaatsgevonden en deze hebben op 30 maart 2026 geleid tot een protocol met het eenparig akkoord van al de afvaardigingen. Op 30 maart 2026 werd dit ook op de schoolraad gezet en goedgekeurd.
De onderwijsregelgeving legt zeer weinig voorwaarden op voor de aanstelling van een nieuwe directeur en legt geen voorwaarden op voor de selectie van een nieuwe directeur. Vanuit de gemeentelijke regelgeving is het voeren van een selectieprocedure echter verplicht (Besluit Rechtspositieregeling, artikel 6, 2°).
Daarom is het noodzakelijk dat de gemeenteraad aanvullend het algemeen kader met de algemene regels voor de aanstellingsprocedure voor een directeur vaststelt, naar analogie met de gemeentelijke rechtspositieregeling.
Geen financiële gevolgen.
Enig artikel. De gemeenteraad stelt het algemeen kader selectieprocedure directeur basisonderwijs vast als volgt:
Artikel. 1. Dit besluit is niet van toepassing op de vervanging van een tijdelijk afwezige directeur, tenzij de aanstellende overheid anders beslist.
Art. 2. De aanstellende overheid beslist of het ambt bij wijze van aanwerving of bevordering te begeven is.
Vóór elke aanwerving wordt de vacature extern bekendgemaakt met een oproep tot kandidaten.
Vóór elke bevordering wordt de vacature intern bekendgemaakt met een oproep tot kandidaten.
Er gebeurt geen oproep tot kandidaten wanneer:
1° de aanstellende overheid een beroep moet doen op een bestaande wervingsreserve / bevorderingsreserve die geldig is voor de betrekking die wordt ingevuld;
2° de wekelijkse prestaties van een deeltijdse directeur worden uitgebreid of die betrekking wordt omgezet in een voltijds ambt. Als verschillende personeelsleden aangesteld zijn als deeltijds directeur, richt de aanstellende overheid een oproep tot die personeelsleden om de extra uren te vervullen. Ze maakt haar keuze op basis van een vergelijking van de kandidaturen.
Art. 3. §1 Aan elke aanwerving gaat een externe en interne bekendmaking van de vacature met een oproep tot kandidaten vooraf. De externe bekendmaking gebeurt minimaal via de website van het bestuur en met respect voor de gelijke toegang tot het openbaar ambt.
§2 De volgende informatie wordt ter beschikking gesteld van de kandidaten:
1. de wijze van en termijn voor de kandidaatstelling;
2. de aard, het prestatieregime en de duurtijd van de tewerkstelling;
3. de functievereisten en functievoorwaarden;
4. of er een diploma is vereist of evenwaardige ervaring;
5. of er een reserve wordt aangelegd;
6. de wijze waarop de functie wordt ingevuld;
7. de selectieprocedure en de daaraan verbonden termijnen.
§3 Deze zaken worden opgenomen in de oproep zelf, zo niet verwijst de oproep naar een plaats waar deze gegevens te raadplegen zijn.
§4 De kandidaturen kunnen worden ingediend op de volgende manieren:
a) door een schriftelijke sollicitatie;
b) door het invullen van een elektronisch sollicitatieformulier. c) via mail
Schriftelijk betekent via:
a) een aangetekende brief;
b) een brief die afgegeven wordt tegen ontvangstbewijs;
c) een elektronische melding van gegevens die voldoet aan de voorwaarden, vermeld in 1.5 van het Burgerlijk Wetboek, en die een bewijs oplevert van die melding, van het tijdstip waarop ze is verricht en van de authenticiteit en de integriteit van de verwerkte gegevens.
Art. 4. §1 Tussen de bekendmaking van een vacature en de uiterste datum voor de indiening van kandidaturen, verlopen minstens zeven kalenderdagen. De dag van de bekendmaking van de vacature is niet in de termijn begrepen, de uiterste datum voor de indiening van de kandidaturen wel.
Als de uiterste datum op een zaterdag, zondag of feestdag valt, wordt de termijn verlengd tot de eerstvolgende werkdag.
§2 De datum van ontvangst van de kandidatuur wordt beschouwd als de datum waarop de kandidatuur is ingediend.
§3 De datum van ontvangst, meegedeeld in de ontvangstmelding, geldt als datum van indiening van de kandidatuur.
§4 De uiterste datum van kandidaatstelling geldt op straffe van niet-ontvankelijkheid.
Art. 5. Voor de aanvang van een selectie en binnen de grenzen van dit algemeen kader, stelt de aanstellende overheid de concrete selectieprocedure, waaronder de selectiecriteria, de selectietechnieken en de concrete samenstelling van de selectiecommissie vast.
Bij de vaststelling van de concrete selectieprocedure houdt de aanstellende overheid rekening met de kostprijs en met de doeltreffendheid ervan voor de vacante functie.
Art. 6. Het programma van de selectieproef bestaat ten minste uit een schriftelijk onderdeel, een mondeling onderdeel en een psychosociaal-technisch onderdeel.
Het psychosociaal-technisch onderdeel wordt afgenomen door een assessmentbureau.
Art. 7. §1 De aanstellende overheid beoordeelt de geldigheid van de kandidatuurstellingen en beslist vervolgens over het aanvaarden van de kandidaten tot de selectieprocedure.
§2 Kandidaten die al geslaagd zijn voor of geschikt bevonden werden na een gelijkwaardige selectieprocedure voor directeur basisonderwijs bij ons gemeentebestuur van niet ouder dan drie jaar, kunnen op hun vraag door de aanstellende overheid gedeeltelijk worden vrijgesteld van eerder afgelegde overeenstemmende selectieproeven. Voor de nieuwe selectie gelden in dat geval de resultaten die de kandidaat behaalde voor de eerder afgelegde overeenstemmende proeven.
Art. 8. De aanstellende overheid stelt de selectiecommissie samen waarbij minstens één extern jurylid wordt aangeduid.
Art. 9. De aanstellende overheid kan beslissen om een wervingsreserve / bevorderingsreserve aan te leggen voor een maximumduur van 2 jaar.
Kandidaten kunnen door de aanstellende overheid uit de wervingsreserve worden geschrapt indien zij:
a) naar aanleiding van een vacature niet reageren binnen de 10 kalenderdagen;
b) zonder ernstige motivatie een aanbod voor een vacante functie weigeren;
c) een ongunstige beoordeling ontvangen hebben bij het bestuur als tijdelijke titularis van de functie waarvoor ze in de wervingsreserve opgenomen werden of in een functie waaraan gelijkaardige gedragsvaardigheden verbonden zijn.
Art. 10. De selectiecommissie maakt bij het afsluiten van de selectieprocedure een gemotiveerd en geïntegreerd eindverslag op met vermelding van de deelresultaten en het eindresultaat van de kandidaat.
De aanstellende overheid stelt, binnen de algemene regels van dit algemeen kader, de meest geschikte kandidaat aan, op basis van het eindverslag en het beschrijvend verslag van het assessmentbureau over het psychosociaal-technisch onderdeel.
Art. 11. De vaste benoeming wordt voorafgegaan door een tijdelijke aanstelling in afwachting van vaste benoeming van ten hoogste twee volledige schooljaren.
De voorzitter sluit de zitting op 14/04/2026 om 21:05.
Namens commissie beleidsdomeinen,
Marijke Sué
Secretaris - waarnemend
Hilke Verheyden
Voorzitter